Meer dan opvoeden

Hoofdstuk 9

Karin, moeder van drie kinderen in de puberteit, klaagt over spanningsklachten. In een hulpverleningsgesprek zegt ze tegen haar man: ‘Je bent altijd zo initiatiefloos. Ik heb geen drie kinderen, maar ik heb er vier!’ Haar man Michael reageert geërgerd: ‘Ik begrijp niet waar je het over hebt. Ik doe m’n best om je te ondersteunen in het huishouden en met de jongens, maar het lijkt wel of je het niet ziet!’ Karin zegt: ‘Maar het is te weinig, Michael. Uiteindelijk ben ik overal verantwoordelijk voor!’ Michael reageert met een voorbeeld: ‘Vorige week heb ik met de kinderen boodschappen gedaan en daarna heb ik de kamer opgeruimd. De enige reactie die ik krijg...’, en hij richt zich nu verontwaardigd tot de hulpverlener, ‘… is een hoop kritiek over de kleren van de kinderen die vies zijn en over de was die al opgehangen had moeten worden. Het is nooit goed!’ Demonstratief keert hij zich van zijn vrouw af en kijkt mokkend uit het raam. Karin zucht, haalt moedeloos haar schouders op en mompelt: ‘Het zal wel aan mij liggen.’