Portaal

Hoofdstuk 3

Taalaanbod ouders

Hier staat een uitwerking van de kenmerken van het begrijpelijke en interactieve taalaanbod van ouders (Appel, Kuiken & Vermeer, 1993) − een goed voorbeeld voor de leerkracht die zich bewust is van zijn rol als model voor taalontwikkeling van kinderen.

In hoeverre verschilt het taalaanbod van ouders van dat van leerkrachten? Appel et al. (1993) geven het volgende overzicht van taalaanbod van ouders. Dat is:

Begrijpelijk

1     Het aanbod bevat een eenvoudige vorm:

  • goede articulatie
  • rustig tempo
  • eenvoudige woordkeus
  • eenvoudige maar correcte zinnen

2     Het aanbod heeft een eenvoudige inhoud:

  • lage informatiedichtheid
    • herhalingen
    • parafrases (= iets in andere woorden nog eens zeggen)
  • duidelijke presentatie van onderwerpen
    • onderwerp inleiden
    • onderwerp begrenzen
    • duidelijke overgangen

3     Er is sprake van contextuele inbedding (dit houdt in dat ouders er altijd voor zorgen dat kinderen weten waarover een gesprek gaat. Gesprekken worden altijd in een context geplaatst).

 

Interactief

1     Ouders zijn erg gericht op communicatie:

  • ze reiken interessante en relevante onderwerpen aan
  • ze reageren op wat het kind bedoelt te zeggen
  • ze hebben een actieve luisterhouding
  • ze geven veel instemmende reacties

2     Ouders zijn uitlokkend (dagen kinderen uit):

  • ze stellen vragen die aangepast zijn aan het niveau van het kind: niet te moeilijk, maar wel altijd uitdagend door ‘nieuwe’ of andere woorden en zinnen te gebruiken
  • ze koppelen taal vaak aan handelen

3     Ouders zijn gericht op vormverbetering:

  • ze verbeteren taaluitingen van kinderen ongemerkt (modeling en expansie)

4     Ouders zijn gericht op controle:

  • ze controleren of het kind hun ouderboodschappen begrepen heeft 
  • ze controleren of ze zelf de boodschap van het kind begrepen hebben

Ouders passen hun taalaanbod dus voortdurend aan. Ze gebruiken allerlei strategieën om hun taalgebruik te vereenvoudigen en af te stemmen op de individuele behoefte van het kind. Ouders weten vaak precies welke woorden, uitdrukkingen en zinsconstructies hun kinderen nog niet (zo goed) beheersen.

Daarnaast geven ze hun kinderen veel gelegenheid om taal te produceren (taalproductie). Kinderen krijgen ruimte om initiatieven te nemen en om zelf onderwerpen aan te dragen. Ouders sluiten voortdurend op deze initiatieven aan en geven zorgvuldig feedback op de vorm en de inhoud van de taaluitingen van het kind. Een aangepast taalaanbod, ruimte voor taalproductie en feedback op maat zijn belangrijke kenmerken van de interactionele benadering.

Literatuur

Appel, R., Kuiken. F., Vermeer, A. (1993). Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs. Amsterdam: Meulenhoff Educatief bv.nderwijs. Enschede: SLO.