In de startblokken

Hoofdstuk 10

Vul de imperfectumvorm in van het werkwoord tussen haakjes. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 De serveerster een lepel. (halen)
2 Eerst hij over zijn reis naar Kenia. (vertellen)
3 In Parijs hij in een groot café. (werken)
4 Het de hele week. (regenen)
5 De kinderen elke dag op straat. (spelen)
6 De fietsenmaker de fiets. (controleren)
7 Ze de hele dag Nederlands. (praten)
8 Hij zijn vrienden op koffie. (trakteren)
9 Ze had veel jeuk en haar huid kapot. (krabben)
10 Hij niet op de vraag van de docent. (antwoorden)