Volgende Vorige Hoofdstuk 10 10.1 Dialoog 10.2 Woordenlijst 10.4 Bedoelen en betekenen 10.5 Imperfectum 10.6 Imperfectum modale ww 10.8 Uitspraak: ui en ui — ou / au Verdieping Opdracht 1: Regelmatige werkwoorden 1 Opdracht 2: Regelmatige werkwoorden 2 Opdracht 3: Onregelmatige werkwoorden 1 Opdracht 4: Onregelmatige werkwoorden 2 Opdracht 5: Onregelmatige werkwoorden 3 Vul de juiste vorm van het imperfectum in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 zien[?] je wat er gebeurde?2 zittenWe [?] in het restaurant aan een tafel bij het raam.3 staanDe fiets [?] niet in het schuurtje.4 hebbenHet huis [?] geen bad.5 liggenHet balkon [?] op het westen.6 blijven[?] je tot 01.00 uur in het café?7 latenWe [?] een foto van ons in Venetië maken.8 vergetenIk [?] de rekening te betalen.9 kopenIn Venetië [?] ze iets van glas.10 sluitenIn Venetië [?] de winkels om 22.00 uur.11 verstaan[?] jij dat?12 schrijvenIk [?] haar achternaam met één f. Controleer opdracht oké