Volgende Vorige Hoofdstuk 10 10.1 Dialoog 10.2 Woordenlijst 10.4 Bedoelen en betekenen 10.5 Imperfectum 10.6 Imperfectum modale ww 10.8 Uitspraak: ui en ui — ou / au Verdieping Opdracht 1: Regelmatige werkwoorden 1 Opdracht 2: Regelmatige werkwoorden 2 Opdracht 3: Onregelmatige werkwoorden 1 Opdracht 4: Onregelmatige werkwoorden 2 Opdracht 5: Onregelmatige werkwoorden 3 Vul de juiste vorm van het imperfectum in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 drinkenMijn vader [?] ’s avonds altijd koffie. 2 helpenDe zalf [?] niet tegen de jeuk.3 zullenDat [?] ik graag doen.4 vinden[?] u het een mooi huis?5 beginnenWe [?] een half uur te laat.6 denken[?] jouw moeder dat dan?7 zeggenSorry, wat [?] je?8 spreken[?] ze Engels of Duits?9 gaan[?] Maria nog naar de markt?10 moetenWe [?] altijd ons huiswerk maken.11 rijden[?] hij op een fiets met gladde banden?12 gevenDe marktkoopman [?] me een kilo mooie tomaten.13 slapenZe [?] om 23.00 uur nog niet. Controleer opdracht oké