Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Luister- en uitspraakoefening [w]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [w].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [w].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Hebben we plannen voor dit weekend? – we, weekend

Wat zeg je? – wat

Waar is die bruiloft? – waar

Zullen we gaan winkelen? – we, winkelen

Ik hou niet van dit weer. – weer

Hij is blij met zijn werk. – werk

Ze wordt morgen vijf. – wordt

Is die jas warm genoeg? – warm