Hoofdstukken
Luister- en uitspraakoefening [w]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [w].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [w].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Hebben we plannen voor dit weekend? – we, weekend
Wat zeg je? – wat
Waar is die bruiloft? – waar
Zullen we gaan winkelen? – we, winkelen
Ik hou niet van dit weer. – weer
Hij is blij met zijn werk. – werk
Ze wordt morgen vijf. – wordt
Is die jas warm genoeg? – warm