Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Uitspraakoefening [v] – [w]

Zeg de woorden na en laat het verschil duidelijk horen: bij [v] blazen, bij [w] niet blazen.

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

vind – wind

vel – wel

vaar – waar

voort – woord

vond – wond

veer – weer

vier – wier

vit – wit

bevolkt – bewolkt

gevonden – gewonden