Hoofdstukken
Uitspraakoefening [w]
Zeg de woorden na. Let op de uitspraak van de [w]: tanden tegen je onderlip en niet blazen.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
weekend
wandelen
weer
wind
wel
winkel
woord
wanneer
wie
waar