-
Liefde is een taal ….. iedereen spreekt.
-
die
-
wat
-
Hoe vond jij het gedicht ….. we vandaag gelezen hebben?
-
wat
-
dat
-
Ik zag een foto van Maxima in een tijdschrift ….. in de kantine lag.
-
dat
-
waarin
-
Dora zoekt een vriend ….. ze alles kan delen.
-
die
-
met wie
-
Dat is een resultaat ….. je trots mag zijn!
-
wat
-
waarop
-
Jij bent de vrouw ….. ik al mijn hele leven op zoek ben!
-
naar wie
-
wat
-
Maurits is nu weer vrijgezel, ….. hij niet echt fijn vindt.
-
dat
-
wat
-
Het meisje ….. hij verliefd was, had een totaal andere achtergrond.
-
op wie
-
die
-
In haar ogen zag ik tranen ….. ze probeerde te verbergen.
-
die
-
wat
-
Het restaurant ….. we onze bruiloft wilden vieren was al volgeboekt.
-
waar
-
waarin
-
Simon is heel spontaan, ….. Tanja aantrekkelijk vindt.
-
die
-
wat
-
Dit is het aantal gasten ….. we rekenen.
-
die
-
waarop