Gedragsstoornissen blijven meestal tot ver in de volwassenheid bestaan.
Er is een hard onderscheid te maken tussen kinderen met gedragsstoornissen en kinderen zonder gedragsstoornissen.
Gedragsstoornissen ontstaan over het algemeen vanaf de puberteit.
Op welke leeftijd vertonen kinderen het vaakst fysieke agressie?
Tussen 2 en 4 jaar oud.
Als ze schoolse vaardigheden gaan leren waardoor ze gefrustreerd kunnen raken, dat is tussen de 6 en 7 jaar.
Bij de start van de puberteit tussen 11 en 13 jaar.
Als ouders hun kind goed opvoeden dan zal dit kind al goed gehoorzamen als het twee jaar oud is. Wat kun je zeggen over deze stelling?
Deze is juist, kinderen bereiken deze mijlpaal al op deze leeftijd mits zij sensitief en consequent worden opgevoed.
Deze is onjuist, de cognitieve ontwikkeling van het kind is dan nog niet zover ontwikkeld dat hij al goed kan gehoorzamen.
Dat ligt eraan, aangezien meisjes voorlopen in hun ontwikkeling op jongens is het bij de meeste meisjes al wel mogelijk dat zij goed gehoorzamen op deze leeftijd.
Waarin onderscheidt de oppositionele-opstandige stoornis zich van de normoverschrijdend-gedragsstoornis?
De oppositionele-opstandige stoornis betreft meer jonge kinderen en het gedrag vindt vooral binnen het gezin plaats; de normoverschrijdend-gedragsstoornis betreft meer oudere kinderen en het gedrag vindt vooral buiten het gezin plaats.
De oppositionele-opstandige stoornis wordt meer gekenmerkt door het overtreden van expliciete maatschappelijke normen (wetten); de normoverschrijdend-gedragsstoornis wordt meer gekenmerkt door het overtreden van impliciete normen.
Kinderen met de oppositionele-opstandige stoornis vertonen meer schaamte en schuldgevoelens dan kinderen met de normoverschrijdend-gedragsstoornis.
Kinderen met een gedragsstoornis hebben vaak een aantal ontwikkelingsbijzonderheden. Dat zijn onder meer:
Ze kunnen hun gedrag slecht remmen en interpreteren onduidelijke sociale situaties vaak zo dat de ander de schuld krijgt.
Ze zijn erg gehaaid in het onderhandelen, in de zin dat ze vaak hun gelijk krijgen. Daarbij lukt het hun vaak om de ander te verleiden tot gedrag dat hen wat gaat opleveren.
Ze zijn erg gehaaid in het onderhandelen, in de zin dat ze vaak hun gelijk krijgen, maar daarbij hebben ze wel vaak last van zich schuldig voelen.
Wat weten we over de sekseverschillen bij de vroege starters van gedragsstoornissen?
Die verschillen zijn gering, ongeveer even veel jongens als meisjes zijn vroege starters.
Er zijn meer jongens dan meisjes vroege starters, ongeveer twee keer zo veel.
Er zijn veel meer jongens dan meisjes vroege starters, wel vier tot tien keer zoveel.
Bij het verklaren van het meer voorkomen van delinquent gedrag onder met name Marokkaanse jongens wordt wel gewezen op verschillen in culturele normen en waarden. Wat is een andere mogelijke verklaring?
Het gaat niet om verschil in culturele normen maar om een achtergestelde sociaal-economische situatie. Deze jongeren groeien vaker op in armoede en in achterstandswijken.
Het gaat niet om verschil in culturele normen maar om een aantoonbaar verschil in genetische aanleg. Dat blijkt ook uit de hoge criminaliteitscijfers van het land van herkomst (Marokko) dat hoger is dan die uit de omringende landen.
Beide antwoorden zijn juist.
Sommige kinderen met een gedragsstoornis worden ‘koele kikkers’ genoemd, ze hebben een ‘laag arousalniveau’. Wat houdt dat in?
Wat er om hen heen gebeurt, roept weinig emoties op. Ze komen vooral ‘vlak’ over.
Ze zijn haast nergens bang voor, schrikken niet snel en raken ook snel verveeld. Mede daardoor zoeken ze de problemen op.
Ze verbergen hun emoties, het lijkt alsof ze nergens van onder de indruk zijn. Hun probleemgedrag is vooral stoerdoenerij.
Wat is de meest juiste typering van de relatie tussen het vaak voorkomen van middelengebruik bij jongeren met een gedragsstoornis?
Het middelengebruik is een gevolg van de gedragsstoornis.
Het middelengebruik is een (mede) oorzaak van de gedragsstoornis.
Middelengebruik en gedragsstoornis versterken elkaar wederzijds.
Een relatief nieuwe behandelingsmethode van gedragsstoornissen is de Multisysteemtherapie (MST). Wat staat hierbij centraal?
Training in sociale vaardigheden van het kind. Daardoor kan hij/zij effectiever gedrag aanleren wat in meerdere systemen/situaties toegepast kan worden.
Opvoedvaardigheden van de ouders. Opvoeding is een belangrijke risicofactor bij gedragsstoornissen. Zij moeten leren om goed opvoeden in verschillende contexten en systemen toe te passen.
Het betrekken van kind, gezin en omgeving bij de behandeling. Alle systemen waarbinnen het kind opgroeit, hebben invloed.