Wat is een belangrijk verschil tussen stoornissen in middelengebruik en andere psychische stoornissen?
Stoornissen in middelengebruik kennen relatief weinig comorbide problematiek in vergelijking met andere psychische stoornissen.
Bij stoornissen in het middelengebruik moet er altijd rekening gehouden worden met de farmacologische eigenschappen van de gebruikte stof, dat speelt niet bij andere psychische stoornissen.
Van alle psychische stoornissen is bij stoornissen in middelengebruik veruit het grootste verschil in prevalentie tussen jongens (mannen) en meisjes (vrouwen).
Experimenteren met middelengebruik is voor adolescenten sociaal belonend. Wat betekent dat?
De instemmende reacties van leeftijdsgenoten op het gebruik werkt stimulerend en belonend.
Het effect van middelengebruik bij adolescenten is zowel heftiger als prettiger vanwege hun leeftijd en onervarenheid.
Zowel antwoord a als antwoord b zijn juist.
Welke groep jongeren gebruikt het meest frequent en het meest intensief middelen?
Allochtone jongeren.
Jongeren die een lagere - of beroepsopleiding volgen zoals vmbo.
Jongeren uit de (residentiële) jeugdzorg.
Verslaving komt relatief weinig voor onder jongeren. Voor welk middel geldt dat niet?
alcohol
cannabis
nicotine
Wanneer spreek je van misbruik van een middel?
Als er zo veel gebruikt is dat er een intoxicatie (vergiftiging) optreedt en er een behandeling nodig is. Comazuipen is er een voorbeeld van.
Als het functioneren in het dagelijkse leven (thuis, op school en eventueel het werk) negatief wordt beïnvloed door het gebruik. Dit kan zich uiten in veel ruzies met ouders en in schoolverzuim.
Als er een onbedwingbare drang is tot het steeds opnieuw innemen van de middelen en daar het hele bestaan om draait.
Wat is er bekend over de ontwikkeling van jongeren die zowel problemen hebben met middelenmisbruik als psychische stoornissen?
Deze jongeren hebben een slechtere prognose dan jongeren die of alleen problemen hebben met middelenmisbruik of alleen een psychische stoornis.
Omdat deze jongeren het middel vaak gebruiken als zelfmedicatie is de prognose redelijk positief als de stoornis behandeld wordt.
Bij jongens blijkt dat niet zo veel uit te maken voor hun prognose omdat middelengebruik meer bij hun ontwikkeling hoort, maar bij meisjes geeft deze combinatie een slechte prognose.
Er zijn ouders die de opvatting huldigen dat het beter is om hun kind thuis voor het eerst te laten drinken en niet buitenshuis met vrienden. Dan kunnen ze hun kind stimuleren in matigheid en zijn ze erbij als de eerste ervaring niet zo prettig is, zo luidt de redenering van deze ouders. Wat weten we inmiddels over deze strategie?
Die blijkt zinvol te zijn. En vooral bij meisjes omdat die zich in het uitgaansleven nogal makkelijk laten overhalen tot impulsief en (te) veel drinken.
Het bleek geen enkel effect te hebben. Want jongeren laten zich in hun drinkgedrag immers vooral leiden door het voorbeeld van hun leeftijdsgenoten.
Het bleek een averechts effect te hebben. Thuis leren drinken bevorderde juist het drinken buitenhuis.
Het verklaren van het ontstaan van verslaving is belangrijk. Immers als wij weten hoe verslaving ontstaat, is het makkelijker te voorkomen. Welke van de onderstaande opvattingen over het ontstaan van verslaving wordt tegenwoordig als juist gezien?
Uit recent onderzoek blijkt dat erfelijke aanleg de grootste rol speelt bij het ontstaan van verslaving.
De ontstaansgeschiedenis van verslaving verschilt per persoon. Er zijn meerdere risicofactoren die niet bij iedereen hetzelfde hoeven te zijn.
Verslaving is meestal begonnen met het gebruik van zogenaamde onschuldige middelen. Eerst tabak en bier, daarna wijn en sterke drank, enzovoort. Dit staat bekend als sensitisatie.
Een ‘verkeerde’ vriendengroep kan het middelengebruik bij een jongere stimuleren waardoor er misbruik kan ontstaan. Maar wat moeten we goed beseffen willen we de invloed van de groep op zijn juiste waarde schatten?
De leeftijd van de jongere en zijn vrienden. Hoe ouder de adolescent, hoe groter de invloed van de groep.
Het soort middel waarmee geëxperimenteerd wordt: de invloed van de groep wordt groter als het middel ook enigszins geaccepteerd is, zoals in West-Europese landen bij alcohol drinken.
Een jongere is geen speelbal van zijn vrienden, hij kiest ze zelf uit. Dus als zijn vrienden veel gebruiken dan zal hij dat zelf ook al wel gedaan hebben.
Waarom is motiverende gespreksvoering zo belangrijk bij de hulpverlening aan jongeren met middelenmisbruik of verslaving?
Ze zijn vaak naar de hulpverlening gestuurd door hun ouders en zien zelf nog onvoldoende de ernst van hun misbruik in.
Elke hulpverlening moet starten met psycho-educatie, dat is de essentie van de motiverende gesprekvoering.
De invloed van hun vriendengroep moet afgebroken worden, dat kan door de jongere door middel van deze methode tot ‘zijn echte ik’ terug te brengen.