Inleiding: Organisatiekunde in historisch perspectief
Maak de opgaven.
Een organisatie is een samenwerkingsverband. Welke van de volgende drie elementen staan daarin centraal?
Doelstellingen, mensen en processen.
Mensen, middelen en processen.
Doelstellingen, mensen en middelen.
Strategie, processen en leiderschap.
Stelling 1: een eenmanszaak kan ook bestaan uit meer dan één persoon.
Stelling 2: bij een joint venture houden de inbrengende organisaties op te bestaan.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.
Wat wordt verstaan onder het begrip 'interdisciplinair'?
Het gebruikmaken van verschillende vakgebieden.
Kostenbewustzijn.
Doelgerichte samenwerkingsverbanden.
Het geheel is meer dan de som der delen.
Stelling 1: het scientific management paste in een tijd waarin nog geen bescherming bestond van vakbonden en sociale verzekeringen.
Stelling 2: de prestatiebeloning paste niet in de tijd van het scientific management.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.
De beste manier van leidinggeven bestaat niet. Deze is immers afhankelijk van de situatie waarin de organisatie zich bevindt. Bij welke stroming of theorie hoort deze opvatting thuis?
Het scientific management.
De contingentietheorie.
De humanrelationsbenadering.
De X- en Y-theorie van McGregor.
Waarvan is een ziekenhuis een voorbeeld?
Profitbedrijf.
Non-profitbedrijf.
Overige organisatie.
Alle antwoorden zijn juist.
Wat wordt verstaan onder het begrip 'efficiency'?
Het gebruikmaken van verschillende vakgebieden.
Kostenbewustzijn.
Doelgerichte samenwerkingsverbanden.
Het geheel is meer dan de som der delen.
Bij welke theorie gaat het om een kwantitatieve benadering: wetenschappelijke analyses van de werkzaamheden en verregaande taakverdeling en training waarbij iedere handeling nauwkeurig is voorgeschreven per productie-eenheid?
De Eerste Industriële Revolutie.
General management theory.
Scientific management.
Humanrelationsbenadering.
Stelling 1: toenemende interdependentie en het besef dat het voor de oplossing van internationale problemen nodig was om de handen ineen te slaan, hebben na de Tweede Wereldoorlog geleid tot de oprichting van allerlei samenwerkingsverbanden, waaronder de Europese gemeenschappen.
Stelling 2: de toenemende complexiteit in de wereld (zie stelling 1) heeft er ook toe geleid dat het bedrijfsleven steeds meer gedwongen werd om over de grenzen heen te kijken. Die toegenomen complexiteit heeft onder meer geleid tot een toename van de medezeggenschap en van delegatie.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.
Waarvan is er sprake als bierproducent Heineken een café overneemt?
Verticaal achterwaartse integratie.
Verticaal voorwaartse integratie.
Horizontale integratie.
Voorwaartse differentiatie.
Welk van de volgende alternatieven is juist?
Mintzberg is onder meer bekend van zijn basisconfiguraties.
De westerse wereld is eind twintigste eeuw aangeland in een kennisrevolutie, aldus de vermaarde organisatiedeskundige Peter Drucker.
Michael Porter is onder meer bekend van het vijfkrachtenmodel.
De alternatieven a, b en c zijn alle drie juist.
Welk van de volgende alternatieven is onjuist?
De Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond zijn organisaties die passen in het kader van het consumentisme.
Door de snelle en complexe veranderingen in de omgeving van zakenwereld zal er – aldus Michael Hammer – steeds meer behoefte bestaan aan zelfsturing door werknemers.
Het economisch kringloopmodel geeft een vereenvoudiging van de werkelijkheid, maar bevordert wel het inzicht in de wisselwerking tussen verschillende actoren in de economie.
De missie en de visie zijn beleidsuitgangspunten waarbij het langetermijnperspectief van de missie verder reikt dan dat van de visie.