Welke indeling hoort in de volgende structuren bij de nummers 1, 2, 3 en 4?
Bij 1 staat f-indeling, bij 2 staat f-indeling, bij 3 staat g-indeling en bij 4 staat p-indeling.
Bij 1 staat f-indeling, bij 2 staat g-indeling, bij 3 staat m-indeling en bij 4 staat p-indeling.
Bij 1 staat f-indeling, bij 2 staat g-indeling, bij 3 staat p-indeling en bij 4 staat m-indeling.
Bij 1 staat f-indeling, bij 2 staat g-indeling, bij 3 staat m-indeling en bij 4 staat q-indeling.
Philips heeft een organisatiestructuur met verschillende businessunits: Healthcare, Consumer Lifestyle en Lighting. Welke organisatiestructuur heeft Philips?
Lijnorganisatie.
Lijn-staforganisatie.
Matrixorganisatie.
Divisiestructuur.
In welke groepen komen de drie vormen van werkstructurering bij elkaar?
Werkgroepen, autonome groepen en regelkringen.
Autonome groepen, zelfsturende teams en regelkringen.
Zelfsturende teams, regelkringen en werkgroepen.
Werkgroepen, autonome groepen en zelfsturende teams.
Wat is het belangrijkste verschil tussen een matrixstructuur en een lijnstructuur?
Bij een lijnstructuur is er eenheid van bevel.
Een matrixstructuur is eenvoudiger.
Een matrixstructuur is steiler.
Bij een lijnstructuur is er sprake van projectgroepen.
Een filiaalleider geeft leiding aan twintig medewerkers. Welk bedrijfskundig begrip hoort hierbij?
Span of control, of horizontale spanwijdte.
Omspanningsvermogen.
Depth of control, of spandiepte.
Diagonale spanwijdte.
Van welke twee organisatiestelsels is een matrixorganisatie een combinatie?
Een lijn- en projectorganisatie.
Een lijn- en divisiestructuur.
Een lijn- en staforganisatie.
Een staf- en projectorganisatie.
Hoe noemt men ‘het aantal medewerkers aan wie een leidinggevende direct leiding kan geven’?