‘Bijna de helft van de leden van de ondernemingsraden beschouwen hun lidmaatschap van de or als slecht voor de eigen loopbaan. Zij denken dat het management hen als dwarsligger ziet.’ (NRC Handelsblad, 30 oktober 2012).
Toch ziet tachtig procent van de ondervraagden hun werk als een waardevolle toevoeging aan hun kennis en vaardigheden. Tot welke S behoort deze toevoeging?
Shared values.
Style.
Strategy.
Skills.
Stelling 1: de AOW is gebaseerd op het solidariteitsprincipe.
Stelling 2: binnen de drie b’s heeft ‘boeien’ onder meer betrekking op de manier waarop de onderneming haar medewerkers stimuleert om hun deskundigheid verder te ontwikkelen.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.
Welk van de volgende alternatieven is onjuist?
Het personeelsbeheer sluit aan op het personeelsbeleid door de daar genomen beslissingen te vertalen naar operationele doelen (sollicitatiegesprekken, verzuimregistratie en vele andere taken).
Een functiebeschrijving beschrijft onder meer de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
Headhunters zijn werving-en-selectiebureaus die met name bemiddelen bij het plaatsen van kandidaten voor lagere functies.
Hrm moet rekening houden met een aantal wettelijke bepalingen, zoals de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Deze antidiscriminatiewet verbiedt onder meer het maken van een selectie op grond van geslacht, ras en/of godsdienst.
Welk van de volgende alternatieven is onjuist?
Een arbeidsovereenkomst wordt – in tegenstelling tot andere overeenkomsten waarbij arbeid voor anderen wordt verricht – gekenmerkt door de volgende elementen: er wordt arbeid verricht; er wordt een vergoeding betaald; er is sprake van een gezagsverhouding.
Bij aanneming van werk is er ook sprake van een gezagsverhouding.
Tijdens de proeftijd is de werknemer als het ware vogelvrij.
De proeftijdbepalingen in het arbeidsrecht zijn vormen van dwingend recht.
Welke begrippen horen alle bij doorstroom op hrm-gebied?
Een medewerker komt erachter dat in zijn contract een proeftijd van drie maanden is overeengekomen. Hij heeft zijn handtekening eronder gezet. Wat is juist ten aanzien van de overeengekomen proeftijd?
Deze proeftijd is ongeldig want deze is wettelijk niet rechtsgeldig.
Deze proeftijd is geldig want deze is contractueel overeengekomen.
Deze proeftijd is ongeldig want de medewerker komt erachter en heeft spijt.
Deze proeftijd is geldig want de handtekening van de medewerker is leidend.
Welke begrippen horen alle bij instroom op hrm-gebied?
Competentieontwikkeling – werving – beloning.
Beoordeling – loopbaanontwikkeling – selectie.
Beloning – beoordeling – loopbaanontwikkeling.
Werving – selectie – aanstelling.
Bij welk type gesprek is het belangrijk om criteria te hebben die voldoen aan de smart-eisen?
Selectiegesprek.
Functioneringsgesprek.
Beoordelingsgesprek.
Exitgesprek.
Welk van de volgende alternatieven is onjuist?
Het dienstverband voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege, dat wil zeggen automatisch. Maar bij arbeidscontracten voor bepaalde tijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht.
De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) heeft onder andere tot doel om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om werknemers in vaste dienst te nemen; dat gebeurt onder andere door flexibele contracten onaantrekkelijker (duurder) te maken.
Oproepovereenkomsten worden vaak ingezet als de hoeveelheid werk niet vaststaat (bijvoorbeeld in de detailhandel, horeca en zorg). De werknemer is dan op oproepbasis beschikbaar.
De twaalfmaandenregeling in de WAB heeft betrekking op alle drie de oproepcontracten.
Stelling 1: de uitzendkracht is in dienst van het uitzendbureau, niet van het inlenende bedrijf.
Stelling 2: als de inlener de uitzendkracht rechtstreeks in dienst wil nemen, moet hij rekening houden met opvolgend werkgeverschap, maar niet met de ketenbepaling.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.
Welk van de volgende alternatieven is onjuist?
Alleen de zeer grote bedrijven (concerns, zoals Philips) kunnen een ondernemings-cao afsluiten.
Als een of meer werkgeversverenigingen een cao afsluiten voor de hele branche (vertegenwoordigd door een of meer werkgeversverenigingen, dat wil zeggen vakbonden), dan wordt gesproken van een bedrijfstak-cao (bijvoorbeeld de metaal-cao).
Cao-bepalingen kunnen een verschillende reikwijdte hebben.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bevoegd om bepalingen van een cao ook van toepassing te verklaren op werkgevers en werknemers die niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de cao. Dat wordt een algemeenverbindendverklaring genoemd.
Welk van de volgende alternatieven is juist?
Bij action learning leren de cursisten vanuit de problematiek zoals die in de eigen organisatie voorkomt.
Als de werknemer en de werkgever het eens zijn over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, dan moeten de afspraken hierover vastgelegd worden in een schriftelijke vaststellingsovereenkomst, de beëindigingsovereenkomst. Er is geen toestemming nodig van het UWV of de kantonrechter.
De werkgever die de arbeidsovereenkomst wil opzeggen kan dat alleen doen als hij daarvoor een redelijke grond heeft. Dit zijn uitputtende gronden, wat inhoudt dat als de reden voor het ontslag niet onder één van deze gronden valt, er geen ontslag volgt. Bovendien moet hij aannemelijk maken dat herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie, al dan niet met behulp van scholing, binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (bijvoorbeeld vanwege verwijtbaar handelen van de werknemer).
De alternatieven a, b en c zijn alle drie juist.
Stelling 1: de werknemer heeft recht op een transitievergoeding, onder andere als de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd door de werknemer of op diens verzoek ontbonden vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
Stelling 2: sinds 1 januari 2016 heeft ‘passende arbeid’ na zes maanden werkloosheid een andere betekenis gekregen. In de kern moeten werkzoekenden na zes maanden werkloosheid ook arbeid accepteren die niet direct aansluit op de baan waarin de werkloosheid is ontstaan.