Iedereen kan leren schrijven

Kleuters

Bijschrijfgesprek met kleuter Layla

S: Wil jij nog een keer vertellen wat je had verteld over die poes, van jouw eigen poes, wat ie wel eens heel vaak doet? Schrijf ik het op. ‘s Nachts, wat ie ’s avonds doet, en ’s nachts.

L: 's Nachts gaat ie op de….’s Nachts gaat ie altijd bij mij liggen.

S (begint te schrijven ): ’s Nachts…

L: En hij blijft er niet.

S (schrijft): ’s Nachts gaat de poes altijd bij mij liggen, maar hij blijft daar …niet, hè? Maar jij… maar wanneer gaat ie dan weg?

L: Nou, als, als, nou als iemand naar boven komt en naar mijn kamer toe dan gaat ie weg want dan is ie bang.

S: Wacht even, zeg het nog een keer…als er iemand naar boven komt, dan..

L: Dan wordt ie bang, dan wordt ie, en dan gaat ie weg.

S (schrijft): ….komt, dan wordt hij bang en dan gaat hij weg. En waar denk je dan dat hij naar toe gaat, of weet je dat niet.

L: Soms gaat ie naar buiten, en soms blijft ie binnen….

S: Kan ie zelf alleen naar buiten?

L: Ja.

S: Hoe dan? Kan ie de deur open doen?

L: Nee, kijk, we hebben zo’n klepje, en dan dat is zo’n groot vakje, en dan kan je der zo in, zo kijk net zo als zo’n vierkantje, kan je er zo in, en dan kan je er zo bo… en dan zit je buiten, en dan.. ga je… en mijn poes kan springen en dan gaat ie over…

S: Maar waar zit dat klepje dan?

L: Hierzo (wijst op de tekening)

S: Nee maar bij jullie bedoel ik, waar zit dat eh, waar zit dat?

L: Em, in de deur.

S (gaat schrijven): Dus we hebben een soort klepje in de deur, ja, en wat doet ie met dat klepje?

L: Klepje gaat ie altijd naar buiten en weer in binnen, naar binnen toe. En in de voordeur hebben we…

S:… Dus we hebben zo’n klepje in de deur….

L: … in de voordeur hebben we geen klepje.

S: Dus welke deur is het dan?

L: Emmm…

S: Niet de voordeur.

L: nee…

S: Maar in welke deur zit het klepje?
L: Achtertuin…achterdeur.

S: O ja. Dus, zeg nog eventjes…hoe moet ie dat openmaken dat klepje? Die poes?

L: …

S: Hoe kan ie het openmaken?

L: Nou kan niet openmaken, hij hoeft het niet open te maken, als je… kijk …als je nou, duwen zo met je hoofd (gaat het voordoen met een stoeltje) dat hij duwt tegen het klepje… en dan kan…

S: O, hij moet duwen met zijn hoofd tegen het klepje, schrijf ik op. En dan kan ie naar buiten.

L: Ja.

S (schrijft): Hij moet duwen met zijn hoofd…

L: En dit is de bed.

S: …tegen het klepje. Ja. En dan kan hij naar buiten.

L: En ik heet Layla.

S: Ja. Kan jij nog voor mij eventjes tekenen…

L: Nee, hier staat oma.

S: O?

L: Deze tekening is voor oma.

S: O. Maar kan jij nog eventjes hier die achterdeur met dat klepje tekenen, dat ik even weet hoe dat er uit ziet, hier bijvoorbeeld?
L : Hier of hier? Hier! (wijst naast het kader)

S: Nee, in het vakje . Wil je dat doen?

Layla gaat tekenen.

S: Waar zit dat klepje?

L: Hier!

S: Teken het maar. Helemaal middenin?

L: Zo, moet je zo tegenin duwen ..

S: …met je hoofd, ja…

L: …en dan, dat doet de poes altijd en dan kan je er in. Dan zit je, dan ben je buiten.

S: Zal ik het voorlezen? Moet je luisteren. ’s Nachts gaat de poes altijd bij mij liggen, maar hij blijft daar niet. Als er iemand boven komt wordt hij bang en dan gaat hij weg. We hebben een soort klepje in de deur. Hij moet duwen met zijn hoofd tegen het klepje, en dan kan hij naar buiten. Goed hoor! Klaar? Ja want er kan niks meer bij. Klaar! Dankjewel!

Meestal tekenen de kleuters in een taalronde iets waarover ze in de kring al verteld hebben. Soms zijn ze dat tegen de tijd dat de juf erbij komt weer een beetje kwijt. Als je als leerkracht een goed geheugen hebt, of als je een lijstje hebt gemaakt van de verhalen tijdens de vertelkring, kan je op dat verhaal terugkomen. Je hebt in het bijschrijfgesprek de tijd om erop door te vragen. En dan komen er nog allerlei details bij.

Je schrijft tijdens het gesprek zinnen van het kind op. Dat remt het gesprek een beetje af. Maar het geeft ook de mogelijkheid om onnadrukkelijk te focussen op het taalgebruik: Bedoel je dit of dat? Kan je dat nog een keer zeggen? Heb ik het zo goed opgeschreven? Moet er nog iets bij? Het brengt veel op als je je beperkt tot een concreet detail van het verhaal. In het gesprek met Layla is dat het klepje in de achterdeur, waardoor de poes naar buiten kan. Het grootste deel van de tijd is Layla bezig de juf uit te leggen hoe dat nu precies werkt. Ze krijgt de kans om het steeds weer anders te zeggen en te zoeken naar de juiste woorden. Net zolang tot de juf het voor zich ziet en Layla tevreden is over de tekst. Een mooie taalopbrengst in korte tijd.