Iedereen kan leren schrijven

Kleuters

Als de vertelkring niet goed gaat bij kleuters

Het onderwerp van de taalronde bij de kleuters was vandaag: opa's en oma's. Ik praat er met juf Thessa over na. Thessa's doel was de kinderen te laten vertellen over hun opa of oma en te kijken wat dat zou opleveren. Zelf vond ze de kring niet goed gaan. Behalve wegens de gebruikelijke problemen met drukke kinderen die niet wilden luisteren, werd er weinig verteld. We stellen vast dat dat kan komen door verschillende dingen:

  1. mogelijk snapten de kinderen niet wat de woorden opa en oma precies betekenen
  2. hierdoor kon Thessa niet makkelijk een manier vinden om het onderwerp concreter te maken
  3. hierdoor kregen de kinderen weinig associaties in de kring. Het was onmiddellijk te merken aan de tekeningen: de meeste kinderen wisten niks te tekenen en begonnen gewoon een huisje te tekenen.

In de individuele gesprekjes gingen kinderen echter toch soms iets vertellen over oma of opa, meestal na een tijdje vragen stellen van de kant van de juf. Daardoor kwamen in de voorleeskring aan het eind wel concrete, persoonlijke verhalen terug over opa's en oma's. We kwamen daardoor zelf op concrete invalshoeken van het onderwerp, zoals:

  • met oma spelen in het park
  • iets wat opa voor je maakt
  • waar zit opa/oma altijd of heel vaak
  • iets wat oma aan heeft
  • iets wat je samen met oma gedaan hebt
  • iets wat je van oma of opa krijgt
  • bij oma slapen

Daarover hadden we in de vertelkring vragen kunnen stellen. Dat zouden we alsnog kunnen doen.

Bovendien bleek dat een aantal kinderen tijdens het buitenspelen langdurig speelden dat oma op bezoek kwam. Andere kinderen zagen een oude mevrouw op een balkon en begonnen tegen Thessa over het gedicht over oude mensen, dat Thessa in de kring had voorgelezen (haren van zilver, tanden van goud). Dit wijst op doorwerking van het onderwerp.

In drukke kleutergroepen, of kleutergroepen met veel niet-Nederlandstalige kinderen, loopt een vertelronde soms helemaal niet zo goed. Je hebt je onderwerp wel goed voorbereid, maar de kinderen gaan niet vertellen of ze snappen het maar half. Na een tijdje zit de helft achterstevoren of ondersteboven en de andere helft kletst met een buur. Als je de aandacht niet meer terugkrijgt, kan je beter stoppen met de kring en overgaan op het tekenen.

Soms gaat het tekenen dan ook niet goed. Er is immers weinig bij de kinderen opgekomen om over te tekenen. Maar soms is er meer blijven hangen dan je dacht, ook als een vertelkring voor je gevoel helemaal is mislukt. De taaltekeningen, of de pogingen daartoe, kunnen nieuwe concrete aanknopingspunten geven voor gesprekken met individuele kinderen. En dan komen er soms alsnog betrokken verhalen en teksten uit, die weer terugkomen in de voorleeskring.

Over het algemeen is de centrale vertelkring iets dat je nodig hebt als start voor de totale cyclus van vertellen, tekenen/schrijven en voorlezen. De beginkring is een schakel in het proces, waarin groepscommunicatie en tweetalcommunicatie elkaar afwisselen en wederzijds versterken. Ook in een lastige groep is het de moeite waard om ermee te blijven oefenen. En om de werkwijze niet als mislukt beschouwen als de kring een keer minder goed gaat dan je wilt.

Je kunt strategieën bedenken om de vertelkring te verbeteren:

  • geen vertelrondes 'op het rijtje af', alleen als er echt een heel snelle ronde gedaan kan worden waarbij elk kind maar een enkel woord zegt (een snel rondje aan het begin of tussendoor)
  • in plaats daarvan enkele kriskras beurten die je bijhoudt op een aankruisblaadje
  • steeds andere manieren bedenken van beurten geven en vingers opsteken (hand op je knie, benen over elkaar, gekleurd blokje in je hand, voorwerp pakken als je gaat vertellen, etcetera)
  • aandacht terugkrijgen door af en toe iets te laten zien of door zelf iets te vertellen
  • af en toe iets laten uitbeelden, individueel of met zijn allen (bv hoe je je afdroogt)
  • af en toe een centrale vraag stellen die iedereen activeert
  • beginkring kort houden en accent verleggen naar de voorleeskring
  • de voorleeskring op een ander moment doen, als er weer genoeg aandacht is
  • de voorleeskring gebruiken voor nieuwe vertelbeurten
  • een tijdje oefenen met korte vertelkringetjes waarin enkele kinderen mogen vertellen en de anderen alleen luisteren en eventueel een vraag mogen stellen.

Tenslotte: het doel van taalvorming is dat kinderen hun taal ontwikkelen door voortdurend taal te gebruiken. Het doel is niet: de werkvormen volgens de regels uitvoeren. Zeker bij jonge, taalzwakke kleuters gaat het om betekenisvolle communicatie tussen leerkracht en kinderen en tussen kinderen onderling. Hoe je dat precies bereikt is minder belangrijk.