Kleuters
Bijschrijven met een klein groepje kleuters
‘Oh die snap ik, ik weet hoe die heet’, zegt Samir. Na een vertelronde over zoekplekken werk ik met hem en Farah door over dat onderwerp. Farah tekent de keuken, de plek waar ze haar moeder vond. Samir tekent Albert Heijn waar hij snoepjes zocht. Ik wijs iets aan op de tekening van Farah en vraag wat dat is. ‘Ja’, zegt ze, ‘waar je eten kan bakken, hoe heet dat nou?’ Ik zeg dat je er pannen op zet. Samir zegt: ‘Ja daar zet je pannen op en dan gaat het een beetje branden, dan zet je hem uit. Dat heet koken.’ ‘Ja dat hete koken en dat doe je op een fornuis’, zeg ik. Het lijkt of Farah niet luistert, maar even later tekent ze de knoppen op het fornuis met een sterretje boven elke knop. ‘Als je de knop op het sterretje zet gaat het vuur hard branden’ zegt ze.
Met Mandeep, Youssef en Safae zit ik rond een groot vel tekenpapier. We hebben eerst naar aanleiding van een prentenboek gepraat over ervaringen in de supermarkt, het groepsthema. Nu gaan we met elkaar een supermarkt tekenen. Safae zegt dat zij de mensen in de supermarkt gaat tekenen en Youssef gaat de kassa tekenen. Mandeep zit afwachtend te kijken. Hij heeft verteld dat hij bananen mocht pakken en ik suggereer dat hij het plekje waar de bananen liggen kan tekenen. Hij reageert niet, ook niet na allerlei aanmoedigingen. Ik teken een rechthoekje en zeg dat dat de doos is van de bananen. Ik vraag of hij de bananen erin wil tekenen. Hij tekent één banaan. Ik vraag of hij zichzelf erbij wil tekenen. ‘Kijk’ zegt hij, nadat hij zichzelf getekend heeft. Ik vraag of hij ook armen heeft om de bananen te pakken. Hij tekent ze en zegt: ‘Dat is iets pakken’. Naarmate het tekenen en het gesprek vorderen, komt hij meer los. Als ik iets aanwijs en vraag wat dat is zegt hij: ’Een bankje’. Ik vraag: ‘Waar de caissière zit? Yasser heeft met belangstelling toegekeken en zegt dat het de spiegel is, de spiegel bij de kassa. Mandeep gaat er tot mijn verrassing tegenin. Er ontstaat een discussie tussen Youssef en Mandeep. Ik vraag aan Mandeep of er een spiegel bij de kassa in zijn supermarkt was. ‘Nee,’ zegt Mandeep verontwaardigd. ’Nee Youssef’, zeg ik, ‘er is geen spiegel bij Mandeep zijn kassa. Ik merk op dat hij een leuke caissière heeft getekend, maar dat ze nog geen armen heeft. Mandeep reageert meteen: ‘Ze moet nog armen hebben.’ Youssef merkt op dat de caissière van Mandeep hele grote armen heeft. |
Als het organisatorisch mogelijk is, kan je heel goed met een klein groepje kleuters taaltekeningen gaan maken. Dat kan je doen na een vertelkring met de hele groep, of na een vertelronde in de kleine kring. Werken met een klein groepje heeft als voordeel, dat je er zelf bij kunt blijven en gemakkelijker individueel kunt helpen bij het tekenen. Het praten begint dan al tijdens het tekenen en heeft er invloed op. Je kunt de kinderen individueel laten tekenen, of samen werken aan een grote groepstekening.
Tekenen met een klein groepje kinderen levert veel talige interactie op. Ze vertellen over hun tekening, reageren op elkaar. Ze denken na over woorden, vertellen over hun ervaringen en tekenen ondertussen met steeds meer precisie allerlei details in hun werk.
Om de taalontwikkeling van de kleuters te volgen, kan het zinvol zijn om per kind aantekeningen bij te houden over bijschrijfgesprekken. Daarbij kan je letten op de volgende aspecten:
- Helder en met details vertellen over ervaringen
- Zintuiglijke waarnemingen onder woorden brengen
- Woorden die opkomen tijdens het gesprek durven en kunnen gebruiken
- Inzetten van de eigen eerste taal als je er in het Nederlands niet uitkomt
- Verstaanbaar voor anderen praten
- In een tekening een ervaring kunnen verbeelden
- Vrijuit tekenen zonder zich gehinderd te voelen door tekenconventies
- 'Teruglezen' van een taaltekening
- Betekenisvol vertellen naar aanleiding van een taaltekening
- Tekenen met details
- Kunnen overstappen van vertellen naar tekenen
Afwisselend met kleine groepjes kleuters tekenen en bijschrijven, en dat enigszins registreren, is een manier om systematisch naar taalontwikkeling te kijken. Je observaties zijn natuurlijk geen 'harde' metingen. Het zijn indrukken van hoe een kind vertelt, hoe zijn woordenschat zich ontwikkelt, hoeveel zelfvertrouwen het heeft, hoe het vrij en doeltreffend leert tekenen. Ze helpen je kinderen te signaleren die ergens in die processen stagneren. En ze kunnen je op ideeën brengen voor nieuwe taalactiviteiten.