Start.nl - deel 1

Word list: A-Z

Here you find a complete word list with the English translation, context sentences and audio fragments. This list contains the words of the vocabulary lists in the book and is in alphabetical order.
  

Word list - G
 

ga uw gang (5)
go ahead
Mag ik eerst? Natuurlijk, ga uw gang!

gaan (1)
to go
Ze gaat dit weekend naar Maastricht.

galgje spelen (1)
to play hangman
Ze spelen galgje met nieuwe woorden.

gang, de (5)
corridor, hall, the
De wc is in de gang, naast de voordeur.

garage, de (7)
garage, the
De auto staat in de garage naast het huis.

garnaal, de (9)
shrimp, the
Scampi’s zijn groter dan garnalen.

gauw (2)
soon
Kom je gauw terug? Ik mis je.

gebakken (9)
baked
We eten bij het ontbijt een gebakken ei met bacon.

gedag zeggen (7)
to say hello
Ik kom gedag zeggen. Tot morgen.

geduldig (3)
patient
Een docent moet heel geduldig zijn.

geel (10)
yellow
Bananen en citroenen zijn geel.

geen (1)
no
Heb je een auto? Nee, ik heb geen auto.

geen dank (6)
don’t mention it
Bedankt voor je hulp. Geen dank!

geitenkaas, de (9)
goat cheese, the
Feta is geitenkaas uit Griekenland.

gek (4)
crazy
Zij is een beetje gek en ze kan niet normaal doen.

geld, het (6)
money, the
Als je veel geld hebt, kun je een huis kopen.

geleden (8)
ago
Hij is twee jaar geleden naar Nederland gekomen.

geloven (9)
to believe
Ik geloof je niet. Dan kan niet waar zijn.

geluk, het (2)
luck, the / happiness, the
Je hebt geluk! Je wint vijfhonderd euro!

gelukkig (3)
luckily / happy
Mijn vader en moeder zijn heel gelukkig samen.

gemeen (3)
mean
Dat is niet aardig. Je bent gemeen.

gerookt (9)
smoked
Houd je van gerookte zalm?

gescheiden (3)
divorced
Haar ouders zijn gescheiden. Ze wonen niet meer bij elkaar.

gespierd (3)
muscular
Doe je aan fitness? Je bent zo gespierd.

gestolen (3)
stolen
In Nederland worden veel fietsen gestolen.

getal, het (1)
number, the
Ken je een getal onder de tien? Ja, acht.

getrouwd (3)
married
Mijn vader en moeder zijn 25 jaar getrouwd.

geur, de (10)
smell, the
Ik houd van de geur van koffie.

geven (1)
to give
Kun je mij dat boek geven? Bedankt!

gewicht, het (5)
weight, the
Wat is het gewicht van deze kaas?

gewoon (4)
just / normal
Vind je dat normaal? Ja hoor, dat is hier heel gewoon.

gezellig (1)
nice, cosy, pleasant
Je hebt een gezellig huis.

gezond (9)
healthy
Veel fruit eten is heel gezond.

gisteravond (8)
yesterday evening
Gisteravond was ik ziek, maar nu gaat het weer beter.

gisteren (8)
yesterday
Wat heb je gisteren gedaan?

gitaar, de (2)
guitar, the
Heb je een elektrische gitaar?

goed (1)
good
Hoe gaat het met je? Goed, en met jou?

goedemorgen (6)
good morning
Goedemorgen, mevrouw. Hoe gaat het met u?

goedkoop (7)
cheap
Is deze auto goedkoop of duur? Nou, hij kost best veel geld.

gooien (7)
to throw
Hij komt binnen en gooit zijn tas op de bank.

graag (2)
to like to do, please
Ik zwem graag.

gram, het (5)
gram, the
Een kilo is duizend gram.

grappig (3)
funny
Mijn zus is meestal serieus, maar soms ook erg grappig.

gratis (5)
for free
Dit boek kost niets; je mag het gratis hebben.

grijs (10)
grey
Hij is al oud en zijn haar is grijs.

groen (3)
green
Het gras is groen in de zomer.

groente, de (5)
vegetable, the
Op de markt is de groente niet duur. Ik koop daar tomaten en paprika’s.

groep, de (1)
group, the
In onze groep zitten tien cursisten.

grond, de (7)
ground, floor, the
Er ligt een mooi kleed op de grond.

groot (5)
big
Hij woont in een groot huis met tien kamers.