Word list: A-Z
Here you find a complete word list with the English translation, context sentences and audio fragments. This list contains the words of the vocabulary lists in the book and is in alphabetical order.
Word list - P
paar, het (8)
couple, the
Claire en Patrick zijn een mooi paar.
paar, het (10)
pair, the
Ik heb één paar laarzen en twee paar schoenen.
pak, het (10)
suit, the
Hij gaat naar zijn werk. Hij moet daar een pak dragen met een das.
pakken (8)
to pack
Ik pak mijn koffers, want ik ga met vakantie.
pannenkoek, de (5)
pancake, the
Vanmiddag eten we pannenkoeken met stroop of suiker.
papier, het (1)
paper, the
Ze schrijft haar naam op het papier.
paprika, de (5)
capsicum, pepper, the
Hij eet pizza met champignons en rode paprika.
pardon (5)
excuse me, sorry
Pardon, ik versta je niet. Kun je het nog een keer zeggen?
parkeren (4)
to park
Ik parkeer de auto in het centrum van de stad.
Parmezaanse kaas, de (9)
parmesan cheese, the
Pasta is lekker met Parmezaanse kaas.
pas (4)
only
Ik woon pas een week in Nederland.
paskamer, de (10)
fitting room, the
In de paskamer van de winkel pas je de kleren.
paspoort, het (8)
passport, the
Bij de douane moet je je paspoort laten zien.
passen (10)
to try, to fit
Mag ik deze trui even passen?
Past deze trui of is hij te groot?
pasta, de (4)
pasta, the
Pasta is een Italiaans product.
peer, de (5)
pear, the
Ik vind appels lekkerder dan peren.
pen, de (1)
pen, the
Hij schrijft met een blauwe pen.
per (5)
per
U kunt per 1 februari met de cursus beginnen.
perron, het (6)
platform, the
De trein komt aan op perron 3b.
pessimistisch (3)
pessimistic
Ben je optimistisch of pessimistisch?
pet, de (10)
cap, the
De jongen heeft geen muts, maar een pet op zijn hoofd.
pianospelen (2)
to play the piano
Ik maak muziek. Ik speel piano.
pinda, de (9)
peanut, the
Wil je chips of liever pinda’s?
pinnen (5)
to pay by card
Kan ik pinnen of moet ik contant betalen?
pizza, de (5)
pizza, the
We eten vanavond echte Italiaanse pizza.
plaats, de (1)
place, the
Is Maastricht een leuke plaats?
plannen (6)
to plan
Ze plannen een reis.
plastic zak, de (5)
plastic bag, the
Wil je een plastic zak, of heb je zelf een tas?
plezier, het (6)
fun, the
Veel plezier op het feest!
plotseling (9)
suddenly
Plotseling begint de bus te rijden. Iedereen schrikt.
Polen (1)
Poland
Polen is een land in Europa.
pond, het (5)
half a kilo (500 grams)
Dit stuk kaas weegt een pond.
portemonnee, de (5)
wallet, the
In mijn portemonnee zit geld en een bankpasje.
postcode, de (2)
postal code, the
Wat is je adres en wat is je postcode?
postkantoor, het (6)
post office, the
Het postkantoor is geopend van 9.00 tot 17.00 uur.
postuur, het (3)
posture, the
De man heeft een groot postuur.
praten (1)
to talk
De twee vriendinnen praten over hun studie.
precies (3)
precise, exactly
Het is precies twee uur.
prijs, de (5)
price, the
Wat kost de kaas? Wat is de prijs per kilo?
prikken (4)
to prick
Een baard van een dag prikt.
prima (1)
fine
Je hebt de oefening goed gedaan. Prima!
prinses, de (9)
princess, the
De prins en de prinses trouwen in het kasteel.
proberen (10)
to try
Probeer deze maat broek eens. Misschien zit die beter.
probleem, het (6)
problem, the
Dat probleem kunnen we makkelijk oplossen.
pudding, de (9)
pudding, the
Wil je pudding of heb je liever yoghurt?
puist, de (4)
pimple, the
Die jongen van veertien heeft veel puistjes in zijn gezicht.