Word list: A-Z
Here you find a complete word list with the English translation, context sentences and audio fragments. This list contains the words of the vocabulary lists in the book and is in alphabetical order.
Word list - L
laars, de (10)
boot, the
Ze draagt in de winter meestal laarzen.
laat (4)
late
Hoe laat kom je?
Ik moet naar huis. Het is al laat.
lamp, de (7)
lamp, the
’s Avonds doe ik de lampen aan.
land, het (1)
country, the
Uit welk land kom je?
lang (3)
long
Ze heeft lang, blond haar.
langzaam (3)
slow(ly)
Kun je langzaam praten?
leeftijd, de (2)
age, the
Wat is jouw leeftijd?
leggen (6)
to lay
Ze leggen de boeken op tafel.
lekker (5)
nice, good, tasty
Ik vind chocolade erg lekker.
lenen (10)
to borrow
Kan ik wat geld van je lenen?
leren (4)
to learn / to teach
We leren hier Nederlands.
De docent leert ons Nederlands.
letten op (9)
to pay attention
Let goed op je geld!
letter, de (1)
the letter
Het alfabet heeft veel letters.
leuk (1)
nice, fun
David is heel leuk.
leven (3)
to live
Mijn hond is dood. Hij leeft niet meer.
lezen (1)
to read
Hij leest een goed boek.
licht (7)
light, bright
Deze koffer is best licht.
Ze draagt een lichte broek en een zwarte bloes.
lief (4)
sweet, nice
Wat een lieve baby!
liever (5)
rather
Wat eet je liever, rijst of pasta?
liggen (5)
to be located
Mijn huis ligt in het centrum van de stad.
lijken (7)
to seem
Hij lijkt een beetje moe.
lijken op (3)
to resemble
Ik lijk op mijn moeder.
lijn, de (1)
line, the
Je moet binnen de lijnen blijven.
lijstje, het (5)
list, the
Ik heb een lijstje met onregelmatige werkwoorden.
links (5)
left
Mijn broer zit links van mij.
liter, de (5)
litre, the
Nederlanders drinken per jaar meer dan vijftig liter koffie.
logeren (3)
to stay over
Komen jullie bij ons logeren?
lol, de (8)
fun, the
Ze hebben veel lol op het feest.
lopen (1)
to walk
Ik loop naar het station.
losschieten (10)
to get loose
Deze kabel mag niet losschieten.
lui (3)
lazy
Ik ben vriendelijk, maar soms een beetje lui.
luisteren (1)
to listen
Ze luistert naar de muziek van Mozart.
lunchen (4)
to have lunch
We lunchen vaak in de kantine.
luxe (6)
luxurious
Hij heeft een luxe auto.