Portaal

Hoofdstuk 1

Van globaal naar specifiek

Lesdoelen zijn vaak heel specifiek geformuleerd, terwijl kerndoelen en de doelen in het Referentiekader juist heel globaal geformuleerd zijn. Op de website vind je voorbeelden van de manier waarop specifieke lesdoelen kunnen worden afgeleid uit een kerndoel/doel in het Referentiekader.

In een taalmethode staat het volgende lesdoel: ‘De kinderen leren wat een verhalend interview is en welke vragen daarbij horen. Ze kunnen een verhalend interview afnemen.’ Bij welk kerndoel hoort dit lesdoel? En bij welk domein uit de referentieniveaus? Hoe ziet de terugweg eruit van dit lesdoel naar kerndoel en referentieniveau?

Kerndoelen
Dit lesdoel hoort bij kerndoel 2 (cluster mondeling onderwijs): ‘De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.’

Referentieniveaus
Dit lesdoel hoort bij het cluster Mondelinge taalvaardigheid: gesprekken. Bij gesprekken horen twee taaltaken. Het lesdoel hoort bij taaltaak 2: ‘Kan in gesprekken binnen en buiten school informatie geven en vragen en kan kritisch luisteren naar deze informatie. Kan informatie beoordelen en een reactie geven.’

We geven nog enkele voorbeelden van lesdoelen.

Lesdoel: De kinderen weten wat een zelfstandig naamwoord is en kunnen dat aanwijzen in een zin. 
Kerndoel 11: De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. 
Referentiekader: Hoort bij het cluster Begrippenlijst en Taalverzorging. In de Begrippenlijst staat dat kinderen de volgende woordsoorten op 1F-niveau moeten beheersen: zelfstandig naamwoord, werkwoord (klankvast, klankveranderend ‒ zwak, sterk), bijvoeglijk naamwoord.
Lesdoel: De kinderen kunnen een ingezonden brief schrijven. 
Kerndoel 8: De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
Referentiekader: Hoort bij het cluster Schrijven met vier taaltaken. Het gaat hier om taaltaak 1: ‘Kan een briefje, kaart of e-mail schrijven om informatie te vragen, iemand te bedanken, te feliciteren, uit te nodigen e.d.’
Lesdoel: De kinderen kunnen de hoofdgedachte uit een betogende tekst halen.
Kerndoel 4:De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema’s, tabellen en digitale bronnen.
Referentiekader: 

Hoort bij het cluster Lezen: zakelijke teksten met drie taaltaken. Het gaat hier om taaltaak 3: ‘Kan eenvoudige betogende teksten lezen, zoals voorkomend in schoolboeken voor taal- en zaakvakken, maar ook advertenties, reclames, huis- aan huisbladen.’