Portaal

Hoofdstuk 7

Auditieve en visuele vaardigheden bij ontluikende en beginnende geletterdheid

Voorbeelden van de auditieve en visuele vaardigheden die nodig zijn voor de spellingvaardigheid zijn:

  • auditieve discriminatie (verschillende fonemen kunnen onderscheiden): leerlingen moeten het onderscheid kunnen horen tussen bijvoorbeeld de /v/ en de /f/. Het zijn bijna gelijkluidende medeklinkers (consonanten) die alleen verschillen in het al dan niet gebruik van de stem: de /f/ is stemloos en de /v/ is stemhebbend. Ook het onderscheid tussen de /a/ en de /aa/ kan lastig zijn voor jonge leerlingen: ze moeten kunnen horen dat de /a/ een korte klank en de /aa/ een lange klank is;
  • auditieve analyse (het uiteenrafelen of analyseren van de fonemen van een woord): jonge leerlingen moeten in groep 1-2 leren dat zinnen uit woorden en woorden uit klanken bestaan. Dat onderscheid leren ze niet zomaar. Het spreekt vanzelf dat het uiteenrafelen van vis in /v/-/i/-/s/ makkelijker is dan bijvoorbeeld het uiteenrafelen kras in /k/-/r/-/a/-/s/. Een extra probleem komt voor een woord als melk. Bij de analyse zullen sommige leerlingen zeggen: /m/-/e/-/l/-/u/-/k/;
  • temporele ordening (de volgorde van de klanken kunnen onthouden): met name bij wat langere woorden valt het voor jonge kinderen niet mee om de volgorde van de klanken te onthouden. Daarom worden oefeningen gegeven als ‘Wat hoor je het eerste en het laatste bij het woord voetbal?’;
  • auditieve synthese (klanken kunnen samenvoegen tot een woord): in de praktijk van alledag wordt dit ook wel het ‘plakken’ van klanken genoemd. Dat is het voor het automatiseren van het lezen van belang;
  • visuele discriminatie (de verschillen tussen lettertekens kunnen herkennen): vaak staan we niet bij stil bij het feit dat een letter allerlei vormen kan hebben. Zo ziet de schrijfletter r er heel anders uit dan de hoofdletter R. Met name in het aanvankelijk spellingproces kan dat verwarrend zijn;
  • visuele analyse (het kunnen onderscheiden van lettertekens in een woord): net als bij auditieve analyse moeten kinderen letters kunnen zien in een woord;
  • spatiële ordening (de grafemen op volgorde kunnen onthouden): de volgorde van de letters kan voor jonge kinderen soms problemen opleveren. De volgorde van bijvoorbeeld –eu, -ou, -au en –ieuw wordt soms omgedraaid;
  • visuele synthese (de losse letters kunnen samenvoegen tot een woord): het aan elkaar plakken van letters tot een woord is voor de juiste spelling van belang. De innerlijke verklanking van de letters gaat hier vooraf aan het samenvoegen tot een woord.