Portaal

Hoofdstuk 5

Perspectieven op leesonderwijs

Hier vind je een link naar een TED Talk van Koen Jaspaert, voormalig directeur van het Centrum voor Taal en Onderwijs in Leuven. Hij laat zien dat je op verschillende manieren naar taal en naar taalverwerving kunt kijken en wat de consequenties daarvan zijn voor het taalonderwijs. Wij bespreken wat die verschillende manieren van kijken betekenen voor het leesonderwijs.

Als je de ontwikkeling van leesvaardigheid in het algemeen en het begrijpen van een tekst in het bijzonder ziet als het bouwen van een huis, dan ligt het voor de hand om leerlingen ‘bouwstenen’ aan te reiken waarmee ze dat huis kunnen bouwen. Die bouwstenen kunnen van verschillende aard zijn:

  • technisch lezen: eerst bijvoorbeeld rijtjes woorden lezen met een bepaald spellingspatroon (woorden met ‘sch’ aan het begin of woorden eindigend op ‘lijk’) en pas daarna een tekst lezen waarin dit soort woorden voorkomen;
  • leesstrategieën oefenen aan de hand van teksten omdat die helpen om de tekst te doorzien;
  • vooraf ‘moeilijke’ woorden bespreken die in de tekst voorkomen;
  • door het stellen van begripsvragen over de tekst wordt voor leerlingen bepaald wat zij van een tekst moeten begrijpen.

De nadruk bij de ‘bouwstenen’ ligt vooral op de vorm en veel minder op de betekenis van de tekst of op de functie van de tekst en ook niet op de reden voor het lezen van de tekst, met andere woorden op het leesdoel. Er is voor leerlingen weinig inbreng in de keuze van teksten en er is lang niet altijd een verband met de levens van leerlingen.

Als je de ontwikkeling van leesvaardigheid meer ziet als het groeien van een boom, dan is het vanzelfsprekend om teksten te laten lezen en bespreken die leerlingen zelf gekozen hebben of die zij nodig hebben voor (schoolse) doelen. De reden waarom een tekst gelezen wordt (het leesdoel), staat hier centraal, evenals de betekenis van een tekst en de functie ervan (wat wilde de schrijver met deze tekst bereiken?) Pas wanneer de vorm begrip in de weg staat, wordt hieraan aandacht besteed. Bijvoorbeeld:

  • Er wordt aandacht besteed aan onbekende woorden waarvan de betekenis nodig is om de tekst te begrijpen. Alleen de leerling weet welke woorden hij niet kent.
  • Na het lezen van de tekst wordt stil gestaan bij het leesdoel: is dat bereikt? Weet de leerling nu antwoord op vragen die hij eerder had?