Portaal

Hoofdstuk 8

Visies op woordenschatonderwijs

Hier vind je een artikel over hoe men in onderwijsland denkt over de verschillende opvattingen over woordenschatonderwijs.

‘Om de intensiviteit van taalstimulering te verhogen moeten leerkrachten een rijk taal- aanbod hanteren met veel aandacht voor interactie met de kleuters. Die interactie komt best tot stand tijdens motiverende, functionele taken binnen het kader van een veilige omgeving waarbij de kleuteronderwijzer talige ondersteuning kan bieden tijdens de interactie. Daarnaast hecht Van den Branden (2011) ook veel belang aan “krachtige cycli van herhaling” door achter de schermen een bewust oog en oor open te houden voor belangrijke schooltaalwoordenschat die de kinderen moeten verwerven en die in verschillende activiteiten te integreren.

Van der Nulft en Verhallen (2009) zijn in het Nederlandse taalgebied belangrijke promotoren van het intentioneel leren van woordenschat. Zij ontwikkelden een viertaktmodel om woorden te onderwijzen:

  1. voorbewerken: een context geven;
  2. semantiseren: de betekenis verduidelijken;
  3. consolideren: door middel van speelse oefeningen de woorden verankeren, waarbij de kinderen geleidelijk van receptieve kennis naar actief gebruik van woorden gaan;
  4. evalueren: testen of de woorden beheerst zijn

Bij de selectie van woorden voor intentionele woordenschatstimulering raden de auteurs aan om te kiezen in functie van de context (onmiddellijke relevantie), de frequentie van voorkomen (eerst de heel frequente, dan de minder frequente), en de bruikbaarheid op korte termijn.

Ook het Expertisecentrum Nederlands (Radboud Universiteit Nijmegen) is voorstander van intentioneel leren. Zij hebben in de Taallijn een vertelcyclus uitgewerkt waarin plaats is voor intentionele woordenschatinstructie voor, tijdens en na het vertellenen waarbij de doelwoorden ook in uitgebreide verwerkingsactiviteiten herhaald en geoefend worden (Van Elsäcker, Van der Beek, Hillen & Peters, 2006). De doelwoorden moeten functioneel zijn en passen bij het thema. Bovendien moeten de doelwoorden onbekend zijn voor minstens een deel van de kleuters.’

Literatuur

  • Elsäcker, W. van, Beek, A. van der, Hillen, J. & Peters, S. (2006). De Taallijn. Interactief taalonderwijs in groep 1 en 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Nulft, D. van der & Verhallen, M. (2009). Met woorden in de weer. Praktijkboek voor het basisonderwijs (tweede, herziene druk). Bussum: Coutinho.
  • Taelman, H. (2013). De effectiviteit van woordenschatinterventies in de kleuterklas. Leuven: P-reviews editorial board.