Hoofdstuk 8
Marzano
Hier vind je een artikel van Joosten en Biemans: Een zesstappenaanpak voor de directe instructie van school- en vaktaal. Hierin vind je een uitgebreide beschrijving van de zesstappenaanpak.
In Een zesstappenaanpak voor de directe instructie van school- en vaktaal van Joosten en Riemens (2012) worden de zes stappen van de aanpak van Marzano toegelicht.
De zes stappen van Marzano zijn:
- Stap 1: De leraar geeft op een motiverende manier en op basis van enkele essentiële kenmerken, een omschrijving van het woord (ondersteund door beelden en/ of concreet materiaal).
- Stap 2: De leerlingen omschrijven het begrip in hun eigen woorden.
- Stap 3: De leerlingen maken een tekening van het nieuwe woord (het mag ook een symbool of andere grafische representatie zijn). De omschrijving van de woorden van de leerlingen worden opgenomen in een portfolio voor woordenschat.
- Stap 4: De leerlingen verdiepen hun woordkennis door herhaalactiviteiten met de aangeleerde woorden, bijvoorbeeld door ze vrij te laten associëren op een aangeleerd woord. Dit kan gestructureerd uitgevoerd worden met de werkvorm ‘TweePraat’.
- Stap 5: De leerlingen gaan in interactie over de woorden in hun portfolio. Hierbij vergelijken ze de omschrijvingen en tekeningen in hun portfolio.
- Stap 6: De leerlingen krijgen spelenderwijs meer inzicht in de woorden. De leraar biedt de leerlingen spelactiviteiten met de aangeleerde woorden.
Marzano ontwikkelde de zesstappenaanpak voor woordenschatonderwijs op basis van acht in onderzoeken aangetoonde kenmerken van effectief, direct woordenschatonderwijs:
- Effectief woordenschatonderwijs is niet gebaseerd op definities. Leerlingen begrijpen omschrijvingen beter dan definities. Beck et al. (2002) adviseren daarom om begrippen te omschrijven in alledaagse woorden.
- Informatie is zowel linguïstisch als non-linguïstisch van aard. Om informatie goed in het geheugen op te nemen, zou deze zowel in taal (linguïstisch) moeten zijn uitgedrukt als bijvoorbeeld in beeld (niet-linguïstisch). Daarom zouden we leerlingen omschrijvingen in woord en beeld mogen geven en mogen we leerlingen aansporen om een mentaal beeld te maken van een nieuw woord.
- In effectief woordenschatonderwijs worden woordbetekenissen geleidelijk opgebouwd binnen gevarieerde activiteiten. Woordkennis groeit zo geleidelijk. Het is niet zo dat je een nieuw begrip meteen ‘helemaal’ kent. Dat gaat stap voor stap, van een eerste keer horen en een eerste poging tot begripsvorming tot een voorzichtige en vaak onjuiste eerste productie (zelf gebruiken), opnieuw waarnemen, bijstellen van de betekenis, verbeterde productie, enzovoorts (zie Bok, 2000).
- Onderricht in woorddelen verhoogt het inzicht in de begrippen van oudere leerlingen. Voor oudere leerlingen werkt inzicht in woorden en woorddelen ondersteunend, voor jonge kinderen niet. Hoe zit een woord morfologisch in elkaar? Wat is het grondwoord? Wat is een achtervoegsel of voorvoegsel (bij afleidingen)?
- Gebruik verschillende omschrijvingen voor verschillende soorten woorden. Psychologen hebben aangetoond dat we dankzij semantische eigenschappen een woord sneller kunnen onthouden. Het woord ‘kantelen’ associëren we met kastelen en verdedigen. Met behulp van belangrijke semantische eigenschappen van een begrip kan een leraar een omschrijving samenstellen. Bijvoorbeeld: veel kastelen hebben kantelen op hun muur. Dat zijn blokken met een ruimte ertussen. Hier konden boogschutters hun pijlen afschieten als ze het kasteel wilden verdedigen.
- De leerlingen bespreken de begrippen die ze leren met elkaar. Fisher et al. (1992) constateerden dat het een positieve invloed op leerlingen had als ze de doelwoorden met elkaar moesten bespreken.
- Geef de leerlingen de ruimte om met de woorden en begrippen te spelen.
- Het onderwijs dient gericht te zijn op begrippen die betere schoolresultaten in de hand werken. Als leerkracht maak je voortdurend keuzes in de woorden die je leerlingen aanbiedt. Beck et al. (2002) onderscheiden drie niveaus: fundamentele woorden, zeldzame woorden en vakgebonden woorden.
Literatuur
- Beck, I.L., McKeown, M.G. & Kucan, L. (2002). Bringing words to life. Robust vocabulary instruction. New York: Guilford Press.
- Bok, A. (2000). Basislijst woordenschat. Bronbestand ten behoeve van de woordenschatontwikkeling voor leerlingen 10-14 jaar. Heeswijk-Dinther: Esstede.
- Fisher, P.J.L., Blachowicz, C.L.Z., Costa, M. & Pozzi, L. (1992). Vocabulary teaching and learning in middle school cooperative literature study groups. Paper presented at the National Reading Conference. San Antonio: TX.
- Joosten, E. & Riemens, C. (2011). Een zestappenaanpak voor de directe instructie van school- en vaktaal. In: Tijdschrift Taal voor opleiders en onderwijsadviseurs, jrg. 2, nr. 4. Enschede: SLO.