Portaal

Hoofdstuk 8

Woordfrequentielijsten

Hier vind je verschillende voorbeelden van woordfrequentielijsten die in de praktijk worden gebruikt. 

Schrooten en Vermeer (1994) hebben een inventarisatie gemaakt van de woorden die voorkomen in prentenboeken, leesboeken, zaakvakmethoden, taalmethoden en in de instructietaal van leraren. In Woordenschatontwikkeling (Kienstra, 2003) is aan de hand van deze woordenlijst een basiswoordenlijst samengesteld met de meest voorkomende woorden (in totaal 2052 woorden). Deze basiswoordenlijst is verdeeld over woordsoorten, waarbij onderscheid is gemaakt tussen inhoudswoorden en functiewoorden. De inhoudswoorden vormen de basis van een zin en de functiewoorden brengen inhoudswoorden in relatie met elkaar. De betekenis van functiewoorden is wel los uit te leggen, maar beter te verduidelijken met behulp van zinnen. Bijvoorbeeld: ‘Ik trapte op de rem, omdat ik moest stoppen voor het rode licht.’ Op, omdat en voor zijn functiewoorden: ze leggen de relatie tussen de woorden ik, rem, stoppen en rode licht.

Daarnaast is een lijst samengesteld van 1107 woorden verdeeld over veel voorkomende thema’s van de basisschool (Kienstra, 2003, p. 279).

Speciaal voor het onderwijs in Nederlands als tweede taal is een basiswoordenlijst ontwikkeld voor anderstalige peuters en kleuters (zie hoofdstuk 12).

Auteurs van taalmethoden baseren zich bij de keuze van woorden bij een thema op woordenlijsten zoals die hier zijn beschreven.

De Streeflijst woordenschat voor 6-jarigen (derde herziene versie) van Schaerlaekens et al. (2000) is gebaseerd op onderzoek in Nederland en Vlaanderen. De lijst geeft een overzicht van de passieve woordenschat waarover Nederlandstalige kinderen zouden moeten beschikken bij de overgang van groep 2 naar groep 3.

Bacchini et al. (2005) schreven Duizend-en-een-woorden, de allereerste Nederlandse woorden voor anderstalige peuters en kleuters. Deze lijst bestaat uit drie sublijsten: de eerste 50 woorden, de eerste 200 woorden en de eerste 1001 woorden. De lijst is alfabetisch geordend en ook naar thema. Zie: http://www.ensib.org/wp-content/uploads/2017/03/allereerste-woorden.pdf/.

In de Basislijst Woordenschat, Bronbestand ten behoeve van de woordenschatontwikkeling voor leerlingen van 10 tot 14 jaar (Bok, 2000) is gekozen voor 4765 lastige woorden die gebruikt worden in de schooltaal.

In opdracht van de gemeente Amsterdam hebben Mulder et al. (2009) twee woordenschatlijsten voor (anderstalige) kleuters samengesteld. Deze Basiswoordenlijsten Amsterdamse kleuters zijn afgedrukt op een placemat. De twee placemats voor respectievelijk groep 1 en 2 bevatten een minimumlijst en een uitbreidingslijst. Veel van de woorden op deze lijsten zijn schooltaalwoorden, waarmee kinderen (met name als Nederlands niet hun moedertaal is) pas op school in aanraking komen. Daarnaast zijn er thematische woordenlijsten ontwikkeld (bron: Basiswoordenlijst Amsterdamse kleuters, deel uit Bijlage 3: Thematische woordenlijst groep 1).

doen

aanwijzen

deze

die

dit

dat

gebruiken

voorlezen

plaat / plaatje

verhaal

versje

plaatje

zetten

leggen

werken

wijzen

proberen

het klopt

bijvoorbeeld

bekijken

uitkiezen

zelfstandig

 

denken

bedenken

idee

bedoelen

begrijpen

snappen

denken (aan)

nadenken

geloven (aannemen)

vinden (mening)

misschien

volgens

eigenlijk

natuurlijk

waar (echt)

zeker

vast (zeker)

zomaar

vergeten

weten

(ge)makkelijk

moeilijk

 

communiceren

knikken

ja / jawel

wel

zo

nee

echt (heus)

noemen

opletten

merken

vertellen

vragen

zeggen

fluisteren

praten

roepen

schreeuwen

kletsen

raden

raadsel

 

belangrijke woordjes

en

ook

of

maar (doch)

toch

omdat

want

dus

als (indien)

eerst … dan

eerst … daarna

verder (voorts)

 

De oorspronkelijke placemats zijn niet meer in druk verkrijgbaar maar wel te downloaden als pdf:

De taalmethodes selecteren de woorden die ze aanbieden vaak op basis van hiervoor beschreven woordenlijsten, maar toch zal de leraar in veel situaties zelf moeten bepalen welke woorden hij aanbiedt.

Van der Nulft en Verhallen (2009) kiezen voor de selectie van woorden een praktisch uitgangspunt. Zij geven aan dat de leraar de les moet plannen en moet kijken wat nodig is op basis van gezond verstand en intuïtie. Hij kan in zijn keuze verschillende factoren laten meewegen, zoals:

  • de frequentie van de woorden (komen ze vaak voor?);
  • of de aan te leren woorden nuttig zijn om te kennen (voor een speciale les en/of in het algemeen);
  • of de woorden in de context duidelijk naar voren komen: woorden mogen niet geïsoleerd worden aangeboden, want ze beklijven veel beter wanneer ze in woordclusters en in een logisch en zinvol verband staan. Zo krijgt het woord sneeuwstorm pas betekenis als je daar beelden bij hebt, en helemaal als je het ook nog eens kunt plaatsen bij natuurverschijnselen, zoals regen, ijs, sneeuw, wind, storm enzovoort.

Vervolgens is het belangrijk om de gekozen woorden te noteren, zodat de leraar niet vergeet om er na de uitleg op terug te komen, de woorden te herhalen en te controleren of de leerlingen ze ook inderdaad kennen. Dat bevordert de consolidatie (onthouden en inslijpen).

Kienstra (2003) hanteert drie criteria voor het selecteren van woorden:

  • de betekenis van het woord is onbekend voor in ieder geval een deel van de leerlingen;
  • het woord is functioneel en komt vaker voor in de talige contexten waarmee de leerlingen te maken hebben;
  • het woord past in de context van de activiteit (is betekenisvol voor de leerling).

Literatuur

  • Bacchini, S., Boland, T., Hulsbeek, M., Pot, H. & Smits, M. (2005). Duizend-en-een-woorden. De allereerste Nederlandse woorden voor anderstalige peuters en kleuters. Enschede: SLO.
  • Bok, A. (2000). Basislijst woordenschat. Bronbestand ten behoeve van de woordenschatontwikkeling voor leerlingen 10-14 jaar. Heeswijk-Dinther: Esstede.
  • Kienstra, M. (2003). Woordenschatontwikkeling. Werkwijzen voor groep 1-4 van de basisschool. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Kohnstamm, D., Lejaegere, M. & Schaerlaekens, A. (1999). Streeflijst woordenschat voor zesjarigen. Lisse: Swets & Zeitlinger.
  • Mulder, F., Timman, Y. & Verhallen, S. (2009). Handreiking bij de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters (BAK). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, ITTA (in opdracht van de gemeente Amsterdam).
  • Nulft, D. van der & Verhallen, M. (2009). Met woorden in de weer. Praktijkboek voor het basisonderwijs (tweede, herziene druk). Bussum: Coutinho.
  • Schaerlaekens, A., Kohnstamm, D. & Lejaegere, M. (2000). Streeflijst woordenschat voor zesjarigen. Derde herziene versie gebaseerd op nieuw onderzoek in Nederland en België. Lisse: Swets & Zeitlinger.
  • Schrooten, W. & Vermeer, A. (1994). Woorden in het basisonderwijs: 15.000 woorden aangeboden aan leerlingen (Studies in meertaligheid 6). Tilburg: Tilburg University Press.