Start.nl - deel 1

Word list: A-Z

Here you find a complete word list with the English translation, context sentences and audio fragments. This list contains the words of the vocabulary lists in the book and is in alphabetical order.
  

Word list - R
 

raam, het (4)
window, the
Het huis heeft veel ramen. Het is een licht huis.

raden (1)
to guess
Kun je raden uit welk land hij komt?

rand, de (10)
brim, the
Mijn schoenen zijn te klein. Vooral de rand is een probleem.

realistisch (3)
realistic
Droom je graag, of ben je realistisch?

rechts (5)
right
Is het café rechts van het museum of links?

regelmatig (7)
regular, frequently
Ze komen hier regelmatig, want ze komen hier iedere week.

reis, de (6)
trip, the
We gaan op reis naar Spanje.

reisbureau, het (6)
travel agency
Hij heeft een reis bij het reisbureau geboekt.

reizen (2)
to travel
We reizen met de trein door Europa.

reiziger, de (6)
passenger, the
De reizigers moeten op de trein wachten.

rekening, de (9)
bill, the
Hier is de rekening. U moet tien euro betalen.

rennen (2)
to run
De bus gaat bijna. We moeten rennen.

reserveren (6)
to make a reservation
Kan ik een tafel voor vanavond reserveren?

rest, de (9)
rest, the
Wij zijn er. De rest moet nog komen.

restaurant, het (4)
restaurant, the
In dit restaurant kun je lekker eten.

retourtje, het (6)
return ticket, the
Mag ik een retourtje Amsterdam, alstublieft. Ja, heen en terug.

riem, de (10)
belt, the
Hij heeft een riem om zijn broek.

rijden (7)
to drive
Rijd jij, of rijd ik?

rijst, de (5)
rice, the
Ik vind rijst en pasta heel lekker.

rit, de (8)
trip, the
De rit van hier naar Utrecht duurt 45 minuten.

roerbakken (9)
to stir fry
De groenten moet je roerbakken in een wok.

rok, de (10)
skirt, the
Zij draagt een rok, geen broek.

rol, de (5)
roll, the
De rol toiletpapier hangt in de wc.

romantisch (3)
romantic
Sommige mensen vinden Valentijnsdag romantisch.

rond (1)
around
Ik kom rond vijf uur bij je. Iets eerder of iets later.

rondkijken (10)
to look around
Kijk goed rond als je op vakantie bent.

rood (5)
red
Tomaten zijn rood.

roomsaus, de (9)
cream sauce, the
Wil je roomsaus bij de kip?

roze (10)
pink
Het meisje draagt vaak een roze jurk.

ruiken (10)
to smell
Je ruikt lekker. Heb je parfum op?

ruim (7)
spacious
De woonkamer is groot. Hij is heel ruim.

rundergehakt, het (5)
minced beef, the
Rundergehakt is van een koe.

rundvlees, het (9)
beef, the
Eet je rundvlees en varkensvlees?

rustig (3)
quiet
Ik woon in een rustige straat. Er zijn niet veel auto’s.

ruzie, de (8)
quarrel, the
Hebben jullie ruzie? Jullie kijken zo boos.