Start.nl - deel 2

Woordenlijst: A-Z

Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
  

Woordenlijst - B

 

baas, de (1)
boss, the
Zijn vrouw is de baas in huis.

bad, het (4)
bathtub, the
Ik ga ’s avonds graag in bad.

bal, de (5)
ball, the
Hij schopt de bal in het doel.

bang (6)
afraid, scared
Veel mensen zijn bang in het donker.

bankstel, het (4)
sofa and chairs, the
In de woonkamer staat een leren bankstel met een salontafel.

barman, de (2)
bartender, the
De barman mixt de cocktails.

bedanken (2)
to thank
Ik wil je graag voor al je hulp bedanken.

been, het (5)
leg, the
Houd je benen gestrekt en probeer je voeten aan te raken.

beetgaar (3)
cooked but still crunchy
Deze bonen zijn heerlijk beetgaar; je moet ze niet langer koken.

behoorlijk (2)
quite
Ze wonen behoorlijk ver van het centrum.

beide (7)
both
Mijn beide zussen zijn gescheiden.

beïnvloeden (1)
to influence
Het toerisme beïnvloedt de cultuur van dit land.

bekijken (1)
to look at
Zullen we de stad gaan bekijken, of wil je eerst naar het hotel?

beklimmen (1)
to climb
In Zwitserland heb ik de meeste bergen al een keer beklommen.

belachelijk (8)
ridiculous
Ik vind het belachelijk dat hij je niet wil helpen.

belofte, de (3)
promise, the
Je moet geen beloftes doen die je niet kunt nakomen.

benaming, de (5)
name, the
Fitness is de Engelse benaming voor deze oefeningen.

benoemen (3)
to name
Wat heb je in het eten gedaan? Ik kan deze smaak niet benoemen.

beoefenen (5)
to practise, to play
Ik beoefen deze sport al vijftien jaar.

beoordelen (3)
to judge
De chef beoordeelt elk gerecht in de keuken.

beoordeling, de (8)
judgement, the
De docent geeft de cursist een negatieve beoordeling.

bepaald (4)
particular
Zijn er nog bepaalde meubels die je niet mee wilt nemen?

bereiken (8)
to achieve
Wat wil je hiermee bereiken? Hij luistert toch niet naar je!

beschadigen (6)
to damage
Doordat hij te veel alcohol drinkt, is zijn lever beschadigd.

beschermen (3)
to protect
Deze ovenwanten beschermen jouw handen tegen de warmte.

beschouwen (8)
to consider
Ik beschouw hem als mijn beste vriend.

beslissen (8)
to decide
Welke broek zal ik kopen? Ik kan niet beslissen.

beslissing, de (8)
decision, the
We hebben de beslissing genomen om tijdelijk uit elkaar te gaan.

bestaan uit (5)
to consist of
Deze training bestaat uit verschillende soorten oefeningen.

beste (1)
dear
Beste Felix, hoe gaat het met je?

besteden (8)
to spend (time)
Hoeveel uur besteed jij aan jouw huiswerk?

bestek, het (3)
silverware, the
Ze eten iedere avond met een zilveren bestek.

bestrooien (3)
to sprinkle
Hij bestrooit de spaghetti met kaas.

bestuurder, de (2)
driver, the
De bestuurder van de rode auto heeft niet goed opgelet.

beterschap (6)
get well
Ik wens je beterschap en hoop dat je gauw weer gezond bent.

beton, het (4)
concrete, the
Ze hebben in de achtertuin beton laten storten.

bevolking, de (4)
population, the
De bevolking van Nederland groeit nog steeds.

bewegen (5)
to move
Ze beweegt haar arm voorzichtig.

beweging, de (5)
movement, the
Ik heb pijn bij deze beweging.

bewolkt (1)
cloudy
Het was vanmorgen zonnig, maar nu is het bewolkt.

bezienswaardigheid, de (1)
sight, the
In Rome zijn veel bezienswaardigheden, zoals de Trevi-fontijn.

bezig zijn (7)
to be doing something
Ik ben bezig een contactadvertentie te plaatsen.

bezigheid, de (1)
activity, the
Een van mijn favoriete bezigheden is koken.

bij voorbaat (5)
in advance
Ik wil u bij voorbaat danken voor de moeite.

bijzonder (4)
special
Ik vind dit schilderij heel bijzonder.

binnenkomen (5)
to enter
Kom snel binnen, dan beginnen we met de oefeningen.

binnenland, het (1)
inland
In het binnenland is er regen. Aan de kust blijft het droog.

bitter (3)
bitter
Deze koffie is wel erg bitter.

blij (2)
happy
Ik ben heel blij met het cadeau.

blijken (2)
to seem, to appear
Zijn woning blijkt een woonboot te zijn.

bloeden (6)
to bleed
Ze heeft zich gesneden en ze bloedt behoorlijk.

bloei, de (8)
prime, the
Hij was op zijn veertigste in de bloei van zijn leven.

bloem, de (1)
flower, the
In de Keukenhof kun je heel veel verschillende bloemen zien.

blozen (7)
to blush
Hij is een beetje verlegen en bloost heel snel.

bocht, de (2)
curve, the
De auto rijdt te hard en vliegt uit de bocht.

boekenkast, de (4)
bookcase, the
In de studeerkamer staan vijf boekenkasten met boeken.

boerderij, de (1)
farm, the
Hij woont in een boerderij op het platteland.

boeren (3)
to burp
In onze cultuur is het niet goed om na het eten te boeren.

boos (8)
angry
Onze boze buurman heeft de politie gebeld.

bord, het (2)
traffic sign, the
Op dit bord staat dat je hier maar vijftig mag rijden.

bord, het (3)
plate, the
Het eten was lekker; hij heeft zijn bord helemaal leeg gegeten.

borgpasje, het (5)
deposit pass, the
Met dit borgpasje kun je in het weekend de deur openen.

borst, de (5)
breast, the
Houd je armen gestrekt voor je borst.

bouwmarkt, de (4)
do-it-yourself shop, the
We gaan naar de bouwmarkt om verf te kopen.

boven (5)
above
Houd je handen boven je hoofd.

braden (3)
to roast
De kok braadde het grote stuk vlees op een laag vuur.

breken (7)
to break
Haar ex-vriend heeft haar hart gebroken.

bromfiets, de (2)
motorbike, the
Op veel fietspaden moet je ook rijden met een bromfiets.

bui, de (1)
shower, downpour, the
Het is vandaag bewolkt, met af en toe een bui.

buigen (5)
to bow
Buig langzaam voorover en beweeg je handen naar de grond.

buik, de (5)
belly, the
Beweeg je knieën naar je buik.

buikgriep, de (6)
tummy flu, the
Hij komt niet werken,want hij heeft last van buikgriep.

buikpijn, de (6)
stomach ache, the
Ze hebben zo veel gegeten dat ze buikpijn hebben.

buitenlands (4)
foreign
Hier studeren veel buitenlandse studenten.

bureaustoel, de (4)
office chair, the
Ik had vroeger een houten bureau en een bureaustoel op wieltjes.

buurmeisje, het (7)
girl next door, the
Na de verhuizing stelt hij zich voor aan zijn nieuwe buurmeisje.