Start.nl - deel 2

Woordenlijst: A-Z

Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
  

Woordenlijst - V

 

vaccinatie, de (6)
vaccination, the
Een baby krijgt de eerste maanden verschillende vaccinaties.

vallen (2)
to be on a certain date
Op welke dag valt dit jaar eerste kerstdag?

van mening zijn (4)
be of the opinion
Hij is van mening dat …

vanwege (5)
because of
Vanwege het slechte weer gaat de wedstrijd niet door.

vanzelfsprekend (8)
obviously
We blijven vanzelfsprekend altijd bij elkaar.

vasthouden (5)
to hold on to
Houd de bal goed vast.

veilig (4)
safe
We zoeken een leuk huis in een veilige omgeving.

Venetië (1)
Venice
In Venetië is veel water en zijn er veel boten.

veranderen (4)
to change
Als je de tuin niet leuk vindt, kun je hem makkelijk veranderen.

verbaasd (5)
surprised
Ik ben een beetje verbaasd dat je alweer helemaal beter bent.

verband, het (6)
bandage, the
De dokter doet het verband om haar arm.

verbod, het (2)
prohibition, the
Het verbod om hier te parkeren, geldt niet op zondag.

verdelen (3)
to divide
Verdeel de pasta over vier borden.

verderop (1)
further on
Hier is geen supermarkt, maar verderop wel.

verdoven (6)
to anaesthetize, to sedate
De arts verdooft de patiënt voor de operatie.

verdoving, de (6)
anaesthesia, the
Ik geef u een verdoving tegen de pijn.

verdriet, het (7)
sorrow, the
Zij heeft veel verdriet omdat haar vriend het heeft uitgemaakt.

verdrietig (7)
sad
Als je verdrietig bent, zal ik je troosten. Het komt goed.

vereniging, de (5)
club, association, the
Als je lid wilt worden van deze vereniging, moet je contributie betalen.

vergadering, de (7)
meeting, the
Tijdens de vergadering was Tim opvallend stil. Hij zei niets.

vergelijken met (6)
to compare to
Je kunt een verkoudheid niet met griep vergelijken.

verhitten (3)
to heat, to warm up
Verhit de saus op een laag vuurtje.

verhoging hebben (6)
to have a slight temperature
Je hebt geen koorts, maar verhoging.

verhuizen (4)
to move (house)
We gaan volgende maand naar een andere stad verhuizen.

verkering, de (7)
(romantic) relationship, the
Ze hebben al drie maanden verkering.

verkoopster, de (8)
shop assistant, the
De verkoopster vraagt of ik de broek wil passen.

verkouden (6)
having a cold
Hij is flink verkouden en moet veel hoesten.

verkoudheid, de (6)
cold, the
Ik heb bij het sporten een flinke verkoudheid opgelopen.

verliezen (5)
to lose
Ik vind het leuk om te winnen, maar ik verlies niet graag.

verplaatsen (4)
to shift
Zullen we samen die zware bank verplaatsen?

verplicht (2)
compulsory
Het is hier verplicht om rechts te rijden.

verrassen (7)
to surprise
Tom verraste zijn vriendin met een romantisch etentje.

verrassing, de (5)
surprise, the
Het feest voor haar verjaardag was een grote verrassing.

verschil, het (1)
difference, the
Wat is het verschil tussen een berg en een heuvel?

verschrikkelijk (8)
terrible
Wat een slecht nieuws! Ik vind het echt verschrikkelijk!

verslaafd (6)
addicted
Steeds meer jongeren zijn verslaafd aan alcohol.

verstandig (5)
wise, smart
Als je verstandig bent, ga je vanavond vroeg naar bed.

vertrouwd (4)
familiar
Wij willen weer teruggaan naar onze oude, vertrouwde buurt.

vervelend (7)
annoying
Vind je het vervelend als ik persoonlijke vragen stel?

vervoermiddel, het (2)
vehicle, the
Met welk vervoermiddel reis je het liefst?

vervoersbewijs, het (2)
ticket, the
In de bus moet je een vervoersbewijs hebben.

verwijsbrief, de (8)
referral letter, the
Hij gaat met de verwijsbrief van zijn arts naar het ziekenhuis.

vies (3)
nasty
Deze vis is vies. De vis is niet goed meer.

vinger, de (5)
finger, the
We hebben vijf vingers aan iedere hand.

vlak bij (2)
near, close to
Ze woonden vlak bij het station.

vlak voor (2)
right before
De taxi stopt vlak voor het hotel.

vlakbij (2)
nearby, close
Ze woonden vlakbij.

vloer, de (4)
floor, the
Veel Nederlanders hebben laminaat op de vloer.

vloerbedekking, de (4)
carpet, the
Ik vind vloerbedekking wat warmer dan hout of steen.

vloerkleed, het (4)
rug, the
In het midden van de kamer ligt een blauw vloerkleed.

voet, de (1)
foot, the
Het hotel staat aan de voet van een hoge berg.

voetbalkampioen, de (5)
soccer champion, the
In welk jaar was Nederland voetbalkampioen?

voetbalveld, het (5)
soccer pitch, football field, the
Onze tuin is bijna net zo groot als een voetbalveld.

voetpad, het (2)
footpath, the
In de bergen kun je maar beter op het voetpad blijven.

voldoende (4)
enough, sufficient
Ik wil graag een huis met voldoende privacy.

volgen (2)
to follow
Als je de weg volgt, kom je er vanzelf.

volhouden (5)
to carry on, continue
Ik houd deze oefening niet lang meer vol. Ik ben doodmoe.

volwassene, de (2)
adult, the
Een kinderkaartje is goedkoper dan een kaartje voor volwassenen.

voorbij (5)
over
Het weekend gaat snel voorbij.

voordeur, de (4)
front door, the
Heb je de voordeur op slot gedaan?

voordoen (5)
to show
Als je even naar me kijkt, doe ik de oefening voor.

voorkant, de (4)
front, the
Onze auto staat aan de voorkant van ons huis.

voorkomen (4)
to occur
Op dit eiland komen hele bijzondere dieren voor.

voornamelijk (5)
mainly
Wij trainen voornamelijk onze armen en benen.

vooroverbuigen (6)
to bend over
Hoe ver kun je vooroverbuigen?

voorstel, het (1)
proposal, the
Zullen we naar een café gaan of heb je een ander voorstel.

voorzichtig (6)
carefully
Als de enkel nog pijn doet, moet je heel voorzichtig lopen.

vorig (4)
last, previous
In mijn vorige kamer had ik geen keuken.

vork, de (3)
fork, the
Ze eet netjes met mes en vork.

vorm, de (4)
shape, the
Wat is de vorm van jullie nieuwe tafel?

vormen (7)
to enter into
Ze vormen samen een leuk paar.

vreemd (8)
strange
Ik vind het een beetje vreemd dat je dat nu wel wilt en eerst niet.

vriendelijk (5)
friendly
De verkoper is heel vriendelijk tegen de klanten.

vriezen (1)
to freeze
Het heeft de hele nacht gevroren en er ligt ijs.

vrijstaand (4)
detached
We zijn op zoek naar een vrijstaande woning met garage.

vroeger (4)
before, in the past
Vroeger waren er minder studentenkamers dan nu.

vuur, het (3)
fire, the
Zet het vuur daarna iets lager, zodat het water niet kookt.