Start.nl - deel 2

Woordenlijst: A-Z

Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
  

Woordenlijst - D

 

daardoor (1)
consequently
Het heeft gesneeuwd. Daardoor rijden de treinen niet.

dagelijks (2)
daily
Hij koopt dagelijks de krant.

dakterras, het (4)
roof terrace, the
Ik wil een woning met een tuin, of met een groot dakterras.

dame, de (5)
lady, the
Er zijn aparte kleedkamers voor dames en voor heren.

dank, de (5)
thanks
Als je me wilt helpen, is mijn dank groot.

dankzij (5)
thanks to
Dankzij jou hebben we de wedstrijd gewonnen.

deel, het (5)
part, the
Je moet alleen dit deel van je armen bewegen.

deelnemen (8)
to take part
Wij nemen elk jaar deel aan het studentenfeest.

definitief (7)
final, forever
Hij is definitief naar Nederland verhuisd.

dekbedovertrek, het (4)
quilt cover, the
Ze stopt het dekbed in het dekbedovertrek.

deken, de (4)
blanket, the
Heb je een deken voor op het bed?

deur, de (4)
door, the
Ik heb drie deuren in mijn woonkamer.

diagnose, de (6)
diagnosis, the
De dokter stelt de diagnose.

dichtdoen (2)
to close
Wil je de deur even dichtdoen?

diepte, de (4)
depth, the
De diepte van hun tuin is zeker vijftien meter.

dijk, de (1)
dike, the
De dijk houdt het water tegen.

directheid, de (8)
directness, the
Hij schrikt van haar directheid.

dokter, de (6)
medic, doctor, the
Als je ziek bent, moet je naar de dokter gaan.

door (6)
by
De wond wordt gehecht door de arts.

doorbrengen (4)
to spend (time)
Ik bracht vroeger veel tijd op mijn kamer door.

doorgaan (5)
to proceed, to continue
Ga nog vijf minuten met deze oefening door.

doorlopen (4)
to pass by, pass through
We zijn een beetje laat. Loop maar een beetje door.

doorslikken (6)
to swallow
Slik de pil in een keer door.

doorsnee (4)
average
Wij wonen in een doorsnee buurt; niet chic maar wel netjes.

doorzetten (5)
to persevere
Ik weet dat je moe bent, maar zet nog even door.

dorp, het (1)
village, the
Woon je in een dorp of in een stad?

dorst, de (6)
thirst, the
Ik neem water, want ik heb vreselijke dorst.

dosering, de (6)
dosage, the
De maximale dosering is drie pillen per dag.

dosis, de (6)
dose, the
Hij moet iedere dag een dosis medicijnen nemen.

douche, de (4)
shower, the
Ik heb in mijn badkamer een douche en een bad.

draaien (1)
to turn
Je kunt in deze straat niet draaien, dus ga maar rechtdoor.

dronken (2)
drunk
Je mag niet autorijden als je dronken bent.

droog (1)
dry
Het zuiden van het eiland is droog, maar het noorden is heel groen.

droom, de (4)
dream, the
Ik had vannacht een enge droom.

duidelijk (2)
clear
Kun je me duidelijk uitleggen waar ik naartoe moet lopen?

duim, de (6)
thumb, the
Hij steekt zijn duim omhoog en zegt: ‘Prima!’

duizelig (6)
dizzy
Ik voel me niet goed en ik ben een beetje duizelig.

durven (7)
to dare
Ze durft hem niet mee uit te vragen.

dus (5)
so, thus, therefore
Dat is dus niet de bedoeling!