Woordenlijst: A-Z
Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
Woordenlijst - Z
zaak, de (7)
situation, the
Kinderen die alcohol drinken? Dat vind ik geen goede zaak!
zacht (1)
mild
Het is zacht voor de tijd van het jaar.
zak, de (1)
bag, the
Ik doe de boodschappen even in een plastic zakje.
zakendoen (8)
to do business
Nederland doet veel zaken met Duitsland.
zakenwereld, de (8)
business world, the
Zij werkt in de zakenwereld.
zandbed, het (5)
stretch of sand, the
De sporter valt gelukkig in het zachte zandbed.
zeeklimaat, het (1)
sea climate, the
Het westen van Nederland heeft een zeeklimaat.
zeep, de (7)
soap, the
Hij wast zijn handen voor het eten met zeep.
zeer (1)
extremely
Het is hier vaak zeer koud en nat.
zeil, het (4)
linoleum, the
We hebben in de keuken zeil op de grond.
zenuw, de (6)
nerve, the
Ik denk dat er een probleem met een zenuw is.
zenuwachtig (7)
nervous
Op hun trouwdag zijn ze een beetje zenuwachtig.
zichtbaar (2)
visible
De veiligheid op deze straat is zichtbaar verbeterd.
ziek (6)
ill
Ik voel me vandaag niet zo lekker. Ik denk dat ik ziek word.
zilveruitje, het (3)
silver onion, the
Ze eten kaasblokjes met zilveruitjes.
zin hebben om … te … (7)
to feel like doing something
Ik heb vandaag geen zin om te koken.
zoenen (7)
to kiss
Ze zoent haar nieuwe vriend op zijn mond.
zoet (3)
sweet
Ik eet niet zo graag zoete dingen.
zo’n (7)
such a
Hij heeft soms zo’n rare mening over dingen.
zorgen voor (2)
to take care of
Ik zorg voor mijn jongere zusje.
zout (3)
salty
Deze soep is wel erg zout.
zout, het (3)
salt, the
Sorry, kun je mij het zout even aangeven?
zuchten (5)
to sigh
Kun je misschien een paar keer diep zuchten?
zuiden, het (1)
south, the
Maastricht ligt in het zuiden van Nederland.
zuur (3)
sour
Je moet die melk niet drinken. De melk is zuur.
zwaaien (3)
to wave
Als we weggaan, zwaait mijn moeder naar ons.
zwaarte, de (5)
heaviness, the
Het salaris is afhankelijk van de zwaarte van het werk.
zwak (1)
weak
Er staat vandaag een zwakke tot matige wind.
zwartrijder, de (2)
fare dodger, the
De politie begint een actie tegen zwartrijders in de trein.
zweten (6)
to sweat
Toen hij malaria had, zweette hij verschikkelijk.