Start.nl - deel 2

Woordenlijst: A-Z

Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
  

Woordenlijst - O

 

officieel (7)
officially
We zijn nu eindelijk officieel man en vrouw.

olijfolie, de (3)
olive oil, the
Doe maar olijfolie en azijn door de salade.

(verband) omdoen (6)
to bandage
De arts doet het verband om het been.

omgeving, de (4)
surroundings, the
Ons vakantiehuis ligt in een prachtige, bosrijke omgeving.

omhoog (5)
up
Doe je T-shirt maar even omhoog.

omlaag (5)
down
Kun je je broek even omlaag doen?

omroepen (2)
to announce
Op het station roepen ze de nieuwe vertrektijden om.

omschrijving, de (5)
description, the
Volgens de omschrijving moet je je armen helemaal strekken.

omtrek, de (4)
circumference, the
De omtrek van de tuin is meer dan veertig meter.

onbekend (2)
unknown
In een onbekende stad kun je het beste je routeplanner gebruiken.

onder (1)
under
Je kunt je auto onder de brug parkeren.

onderdeel, het (5)
part, the
Een wiel is een belangrijk onderdeel van een fiets.

ondertussen (3)
meanwhile
Schil jij de appel? Dan bak ik ondertussen de pannenkoek.

onderweg (2)
on the way
We zijn al twee uur onderweg en nog steeds niet aangekomen.

onderzoeken (6)
to examine
Ga maar even liggen, zodat ik u kan onderzoeken.

oneens (8)
in disagreement
Ze zijn het oneens over de opvoeding van hun kinderen.

ongemakkelijk (8)
uncomfortable, uneasy
Ze voelde zich een beetje ongemakkelijk bij hun eerste afspraakje.

onmiddellijk (6)
immediately
Als je misselijk bent, moet je onmiddellijk de dokter bellen.

ontdekken (4)
to discover
Ik heb gelukkig een supermarkt in de buurt van ons ontdekt.

ontmoeten (7)
to meet
We hebben elkaar in Engeland ontmoet.

ontsmetten (6)
to disinfect
Ik zal eerst even de wond ontsmetten.

ontspannen (6)
relaxed
Probeer maar een beetje te ontspannen.

ontsteking, de (6)
inflammation, the
Hij heeft een ontsteking aan zijn oog. Het is helemaal rood.

ontvangen (4)
to receive
We hebben vandaag jullie verhuisbericht ontvangen.

onverplicht (2)
not mandatory
Een helm dragen op de fiets is onverplicht, maar wel beter.

onverslaanbaar (5)
unbeatable
Op het toernooi was de kampioen weer onverslaanbaar.

onzin, de (3)
nonsense, the
Ik vind tafelmanieren onzin; ik eet zoals ik wil.

oog, het (6)
eye, the
Ik heb het idee dat mijn ogen niet meer zo goed zijn.

oor, het (6)
ear, the
Je moet je oren af en toe schoonmaken.

oosten, het (1)
east, the
In het oosten van het land valt nog wat regen.

op basis van (8)
based on
Op basis van deze informatie kan de politie niets doen.

op en neer (5)
up and down
Beweeg je benen langzaam op en neer.

openheid, de (8)
frankness, openness, the
Niet iedereen is blij met de openheid van de Nederlanders.

openingstijd, de (2)
opening hours, the
Wat zijn de openingstijden van het zwembad?

opereren (6)
to operate
De chirurg heeft de patiënt geopereerd.

opeten (3)
to eat
Ook als je het niet lekker vindt, moet je het opeten.

opgroeien (3)
to grow up
Ik ben in een klein dorp opgegroeid.

opklaring, de (1)
sunny period, the
Het is vandaag bewolkt, met af en toe een opklaring.

opletten (2)
to watch out
Let op bij het oversteken.

opmaken (8)
to put on make-up
Ze maakt haar dochter op.

oprecht (8)
sincere
Ik maak me oprecht zorgen over jouw gezondheid.

oproepen (3)
to call up
Die opmerking roept irritatie op.

opscheppen (8)
to brag
Ik wil niet opscheppen, maar mijn vriend is het knapst.

opschieten (5)
to hurry up
Als je de trein nog wilt halen, moeten we opschieten.

optrekken (5)
to pull up
Trek je eerst tien keer op.

opzeggen (5)
to cancel
Je kunt het abonnement maandelijks opzeggen.

opzij (1)
aside
Ga eens even opzij. Ik moet hier zijn.

organisatie, de (8)
organisation, the
Hij is adviseur en werkt voor een grote, internationale organisatie.

ouderwets (4)
old-fashioned
Ik vind jouw meubels een beetje ouderwets; koop toch wat nieuws!

oven, de (3)
oven, the
Zet de cake daarna in het midden van de oven.

ovenschotel, de (3)
oven dish, the
Ik ben dol op ovenschotels en eenpansmaaltijden.

over en uit (7)
all over
Ze wil hem nooit meer zien. Het is over en uit.

overbelast (6)
overburdened
Ik denk dat ik bij de verhuizing mijn rug een beetje overbelast heb.

overbruggen (5)
to bridge
Met deze medicijnen kunt u het weekend in ieder geval overbruggen.

overdag (1)
in the daytime
Overdag slapen we en ’s avonds gaan we op stap.

overdrijven (7)
to exaggerate
Natuurlijk is het niet leuk, maar je overdrijft nu wel een beetje.

overeenkomst, de (4)
similarity, the
De overeenkomst tussen vader en zoon is heel duidelijk.

overgeven (6)
to vomit
Het kind heeft een paar keer overgegeven.

overleg, het (8)
consultation, the
Tijdens het overleg bleek dat de problemen veel groter zijn.

overmorgen (4)
the day after tomorrow
Vandaag is het donderdag. Overmorgen is het zaterdag.