Woordenlijst: A-Z
Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
Woordenlijst - R
racket, het (5)
racket, the
Voor tennis heb je een racket en een bal nodig.
rangtelwoord, het (2)
ordinal number, the
‘Eerste’ en ‘tweede’ zijn rangtelwoorden.
reageren (7)
to react
Wat reageerde hij gek op jouw vraag.
recept, het (3)
recipe, the
Het is heerlijk! Mag ik het recept?
rechtdoor (2)
straight ahead
Loop alsmaar rechtdoor tot het eind van de straat.
rechterhand, de (2)
right hand, the
De VVV is dan aan je rechterhand.
rechts (2)
(to the) right
Ga na de kerk direct rechts.
reden, de (5)
reason, the
Wat is de reden dat je niet aan sport doet?
regel, de (3)
rule, the
Hier in huis is de regel: ik kook en jij wast af.
regelen (7)
to arrange
Ik regel onze reis naar Italië wel.
regen, de (1)
rain, the
Ze hebben de hele dag regen voorspeld.
regenen (1)
to rain
Het regent al de hele morgen.
regenjas, de (8)
raincoat, the
Neem je regenjas mee. Het wordt slecht weer.
reiziger, de (2)
passenger, the
Veel reizigers nemen een hotel bij het vliegveld.
relatie, de (7)
relationship, the
Ik heb een goede relatie met mijn ouders.
relatief (6)
relatively
Hij voelt zich relatief goed, maar hij is nog erg moe.
rijbaan, de (2)
lane, the
Het was druk omdat één rijbaan gesloten was voor verkeer.
rijrichting, de (2)
traffic direction, the
Wat is hier de rijrichting? Mag ik hier links?
rijtjeshuis, het (4)
terrace, row house, the
We wonen in een gezellig rijtjeshuis in een leuke buurt.
rillen (6)
to shiver, to shudder
Terwijl het warm is, ligt ze te rillen in haar bed.
ritje, het (2)
ride, the
Zullen we een ritje met de fietstaxi maken?
rivier, de (1)
river, the
De rivier de Maas is heel lang.
roepen (2)
to call
De vader roept dat het eten klaar is.
roeren (6)
to stir
Je moet goed blijven roeren, anders gaat het mis.
rolstoel, de (5)
wheelchair, the
Je kunt met een rolstoel hier niet naar binnen.
rondje, het (5)
round, the
Ik geef een rondje. Wat wil je drinken?
rondkijken (1)
to look around
Zullen we al gaan, of wil je nog even rondkijken?
roosje, het (3)
rosette, the
Verdeel de bloemkool in kleine roosjes.
rot (7)
bad
Ik vind het rot voor je dat zij een ander heeft.
rotstreek, de (7)
dirty trick, the
Gaat hij naar bed met haar beste vriendin? Wat een rotstreek!
route, de (2)
route, the
Dat is de kortste route naar het centrum.
routebeschrijving, de (2)
route, the
Ik heb de routebeschrijving maar even geprint.
rug, de (2)
back, the
Als je met je rug naar het station staat, is het links.
ruim (4)
spacious
We hebben een ruime badkamer met bad en douche.
ruim van tevoren (8)
way beforehand
Als je wilt blijven slapen, moet je dat ruim van tevoren zeggen.
ruimte, de (4)
space, the
Op zolder is er genoeg ruimte voor jouw oude spullen.
rust, de (5)
half-time, intermission, the
In de rust dronken de spelers wat water.
ruziemaken (7)
to fight
Ik heb geen zin om hierover met jou ruzie te maken.