Woordenlijst: A-Z
Hier vind je de complete verzamelde woordenlijst met Engelse vertaling, contextzinnen en audiofragmenten. De lijst bevat de woorden van de acht woordenlijsten uit het boek. De woorden in deze verzamelde lijst staan in alfabetische volgorde.
Woordenlijst - M
(…)maal (6)
times
Neem deze pillen driemaal per dag.
management, het (8)
management, the
Het management houdt geen rekening met de wensen van het personeel.
massaal (4)
massive
In het weekend gaan Nederlanders massaal naar de woonboulevard.
mat, de (5)
mat, the
De oefeningen op de grond kun je het best op de mat doen.
materiaal, het (4)
material, the
Van welk materiaal is dit kastje?
maximaal (5)
maximum
Ze wil maximaal 50 euro voor een broek betalen.
medewerking, de (5)
cooperation, the
U heeft me goed geholpen. Bedankt voor uw medewerking.
medicijn, het (6)
medicine, medication, the
Je moet deze medicijnen na het eten innemen.
meedoen (8)
to join
We gaan voetballen. Wil je meedoen?
meekrijgen (6)
to get (something) to take home
Je krijgt nooit meer dan dertig pillen mee.
meel, het (1)
flour, the
Meng het meel met de boter en de melk.
meer, het (1)
lake, the
In Zweden zijn veel meren waar je kunt zwemmen.
meevallen (3)
to be better than expected
‘Zijn de aardappels te lang gekookt?’ ‘Nee, hoor. Dat valt wel mee.’
menen (8)
to be serious
Ben je verliefd op een ander? Meen je dat echt?
menstruatie, de (6)
menstruation, the
De menstruatie is voor sommige vrouwen een maandelijks probleem.
merken (1)
to notice
Ik kan merken dat jij hier al vaker bent geweest.
mes, het (3)
knife, the
Ze snijdt het vlees met het mes.
met behulp van (5)
using, with the aid of
Je kunt beter lopen met behulp van deze speciale schoenen.
meten (6)
to measure
Ik weet niet hoe groot de tafel is. Ik moet hem meten.
metro, de (1)
tube, subway, the
Je kunt in Parijs met de metro overal komen.
meubel, het (4)
furniture, the
Al onze meubels zijn nieuw, behalve dat oude kastje.
mevrouw (5)
Madam
Dag mevrouw Peters, hoe gaat het met u?
midden, het (4)
middle, the
De jongen links is mijn broer. Het meisje rechts is mijn zus. Ik sta in het midden.
min (1)
minus
Het is vandaag min zes en het sneeuwt.
minimaal (6)
minimum
Je moet minimaal een uur per dag studeren.
minuut, de (2)
minute, the
Een uur heeft zestig minuten.
misselijk (6)
nauseous
Ik heb iets verkeerds gegeten en ben nu erg misselijk.
missen (7)
to miss
Tom mist zijn vriendin Sandra vreselijk.
misten (1)
to be foggy
We gaan de toren niet beklimmen omdat het mist.
modern (4)
modern
Ik houd meer van moderne meubels dan van antieke.
mogelijk (2)
possible
Is het mogelijk om daar met de bus naartoe te gaan?
molen, de (1)
windmill, the
Op de Zaanse Schans staan meer dan tien molens.
mond, de (3)
mouth, the
Je moet niet met open mond eten.
multicultureel (4)
multicultural
Op het multiculturele festival komen groepen uit de hele wereld.
musicus, de (1)
musician, the
In de zomer zie je vaak op straat musici spelen.