Portaal

Hoofdstuk 10

De praktijkschets

Even buiten beschouwing gelaten dat je de rest van deze twee boeken niet kent: zou je in je lessen aandacht besteden aan deze boeken en zo ja, op welke manier? 

De pagina uit Gips van Anna Woltz en de drie pagina’s van Babette Cole uit Haar op gekke plekken verschillen natuurlijk al op het eerste gezicht hemelsbreed van elkaar. De één bevat alleen tekst, de andere drie bevatten veel beeld en weinig tekst. Het laatste boek kun je met een gerust hart een prentenboek noemen. Het is geen prentenboek voor jonge kinderen, want de hoofdpersoon uit het verhaal is duidelijk een teenager, een meisje van pakweg een jaar of 11, 12 bij wie de hormoonhuishouding volop in werking is. Daar gaat dit boek dan ook over: wat gebeurt er allemaal in een lichaam als je als meisje of jongen in die leeftijdsfase belandt? Fysiek, maar ook psychisch?

Gips, blijkt al uit deze bladzijde, is geheel anders. Ook hier is de hoofdpersoon 12 jaar, maar hij heeft vooral verwarrende gevoelens die met verliefdheid, onzekerheid en eenzaamheid te maken hebben.

Beide boeken zijn op hun eigen manier te gebruiken in bijvoorbeeld een groep 8 waar dit soort heftige gevoelens en emoties een rol gaan spelen. Hoe daarmee om te gaan, is een mooi onderwerp voor een groepsgesprek in een groep 8 en voor die tijd misschien eerst in een pabogroep.

Literatuur

  • Cole, B. (1999). Haar op gekke plekken. Rotterdam: Lemniscaat.
  • Woltz, A. (2016). Gips. Amsterdam: Querido.