Portaal

Hoofdstuk 10

Klassieke kinderboeken

Hier vind je informatie over klassieke kinderboeken. Welke klassiekers heb jij gelezen?

Wat is klassiek?

Het woord ‘klassiek’ kan naar verschillende betekenissen verwijzen. Je spreekt van een klassiek uiterlijk, van een klassieke stoel, klassieke muziek of een klassieke jurk, en steeds heeft dat woord ‘klassiek’ een iets andere betekenis. Wat een klassiek kinderboek is, is dan ook lastig te omschrijven.

In de Encyclopedie van de jeugdliteratuur (Van Coillie et al., 2004) worden klassieke kinder- en jeugdboeken als volgt gedefinieerd:

  • Klassiekers is de populaire benaming voor boeken die een prominente plaats in de kinder- en jeugdliteratuur innemen. Ze zijn te vinden onder de romans, poëzie, reisverhalen en bakvislectuur. Ook van de sprookjes, fabels en sagen behoren er vele tot de klassiekers. Er zijn zelfs werken uit de literatuur voor volwassenen die in een bewerking voor kinderen niet meer weg te denken zijn uit de kinder- en jeugdliteratuur. Robinson Crusoe (1719) van Defoe en Le petit prince (1943) van De Saint-Exupéry zijn daar duidelijke voorbeelden van. Criteria om te bepalen of een werk tot de klassiekers kan worden gerekend, zijn tot de dag van vandaag zeer omstreden. De doorgaans gehanteerde criteria zijn zowel kwantitatief – oplage, aantal herdrukken, periode van grote populariteit – als kwalitatief: blijvende actualiteit, tijdeloosheid, de mate van voorloperschap, grondlegger van een nieuwe evolutie, literair-esthetische kwaliteiten of een pedagogisch-didactische voorbeeldfunctie.

Deze omschrijving beperkt zich niet tot Nederland en evenmin tot eigentijdse literatuur. Ze gaat ver over grenzen van tijd en plaats heen. Naar de Middeleeuwen bijvoorbeeld. Een van de beroemdste schelmenromans uit die tijd is Reinaart de vos, een van de bekendste legenden is Beatrijs, en Tijl Uilenspiegel verscheen vermoedelijk voor het eerst in het Duits in het begin van de zestiende eeuw, om daarna al spoedig in het Nederlands vertaald te worden.

Bewerkingen van klassiekers

De boeken die we zojuist noemden, zijn drie vrij willekeurige voorbeelden van oorspronkelijk voor volwassenen bedoelde boeken die later keer op keer in allerlei bewerkingen voor de jeugd zijn verschenen. Aan criteria als een groot aantal herdrukken en een grote populariteit voldoen ze dus zeker.

De reden dat ze alsmaar opnieuw gelezen worden, heeft te maken met de tijdloosheid van het onderwerp. Maar omdat op een gegeven moment de ouderwetse taal een te grote belemmering vormt voor het lezen, worden deze verhalen na verloop van tijd steeds vaker in een bewerking uitgegeven. Er komt dan eerst een hertaling in een moderner jasje, maar de eerste bewerking ligt dan als het ware ook al op de plank.

Zulke bewerkingen gaan vaak ten koste van de kwaliteiten van het oorspronkelijke boek. Je moet dus bij het kiezen en (voor)lezen van klassiekers – en dat geldt ook voor sprookjes – kritisch naar de bewerking kijken. In de zojuist geciteerde encyclopedie lees je bijvoorbeeld bij de klassieker Alleen op de wereld (van Hector Malot uit 1878): ‘Na vele bewerkingen waarin de nadruk vooral op het sentiment en de spanning lag, verscheen in 1999 een integrale vertaling van August Willemsen.’

In sommige multimediale bewerkingen (film, video, tekenfilm, enzovoort) is van het oorspronkelijke verhaal geen snipper meer over en rest slechts een appel op het sentiment van de kijker. Dat kun je jammer vinden, maar het feit dat van een bepaald boek dergelijke bewerkingen worden gemaakt, is een criterium en een aanwijzing voor de ‘klassiekheid’ ervan, net als alle parafernalia die van een boek op de markt verschijnen. De illustraties van Cornelis Jetses uit Ot en Sien, de illustraties van Fiep Westendorp in Jip en Janneke, de illustraties van Dick Bruna en de illustraties van Ernest Shepard in Winnie de Poeh die je terugziet op kleding, boekenleggers, potloden, kleurboeken, placemats, bekers, zuigflessen, spelletjes, tafelkleedjes, multomappen, etuis en lepeltjes, helpen mee om die boeken (of de auteur of illustrator ervan) klassiek te maken en te houden.

Op basis van deze criteria zou je zeggen dat J.K Rowling en haar creatie Harry Potter zonder meer klassiekers zullen worden, maar echt weten doen we dat pas over een jaar of twintig, dertig, want uiteindelijk is het de tijd die uitmaakt wat wel of niet een klassieker is.

Klassiek is niet hetzelfde als historisch

Een klassiek boek is niet hetzelfde als een historisch boek: in een klassieker hoeft geen stukje geschiedenis voor te komen en lang niet elk historisch kinderboek wordt een klassieker. Een historisch boek is een boek waarin de geschiedenis een belangrijke rol speelt, maar het is geen informatief boek: het gaat om het verhaal. Dat de lezer en passant misschien nog iets leert over geschiedenis of daarvoor belangstelling krijgt, is meegenomen.

Een historisch boek hoeft ook niet volledig waar te zijn, maar wel voor het belangrijkste deel. Schrijvers van historische kinderboeken nemen altijd een historisch feit of een historische figuur als uitgangspunt. Dat feit en persoon dan meestal geromantiseerd worden, is inherent aan het feit dat ook een historisch boek fictie is.

Thea Beckman is de grand old lady op dit gebied, maar ook auteurs als Ton van Reen, Simone van der Vlugt, Jan Terlouw, Peter van Gestel, Martine Letterie en Floortje Zwigtman situeren hun verhaal vaak in het verleden. Kruistocht in spijkerbroek (Beckman), De scheepsjongens van Bontekoe (Fabricius) en Oorlogswinter (Terlouw) zijn mooie voorbeelden van historische boeken die, onder meer door de verfilming, óók klassiekers zijn geworden.

Een kinderboekencanon

Bestaat er zoiets als een kinderboekencanon? Van Dale geeft de volgende betekenissen van ‘canon’:

  • 1. regel, richtsnoer, maatstaf
  • 6. de literaire canon, verzameling van literaire werken, die in een samenleving als waardevol erkend worden en dienen als referentiepunt in de literaire beschouwing en in het onderwijs.

Uit deze twee omschrijvingen mogen we concluderen dat de canon voor een belangrijk deel bestaat uit de klassiekers. Als het om literatuur voor volwassenen zou gaan, is het gemakkelijker om iets over de canon te zeggen. Er wordt immers veel over literatuur gepubliceerd, er wordt les over gegeven, aan de universiteiten zijn professoren in de Nederlandse letterkunde verbonden, en er zijn veel overzichtswerken van de literatuurgeschiedenis geschreven.

Maar ook al is er wel de behoefte aan een verantwoorde selectie uit al die duizenden oudere en recentere kinderboeken, een kinderboekencanon bestaat niet, evenmin als een min of meer definitieve literaire canon voor volwassenliteratuur. Er is de laatste tijd wel veel ten goede veranderd en men houdt zich tegenwoordig ook op wetenschappelijk niveau bezig met kinderboeken, maar een kinderboekencanon zal even controversieel blijven als de definitie van een klassiek kinderboek.

Literatuur

Coillie, J. van, Linders, J., Niewold, M., & Staal, J. (red.) (2004). Encyclopedie van de jeugdliteratuur. Baarn/Groningen: De Fontein/Wolters-Noordhoff.