Portaal

Hoofdstuk 10

Informatieve boeken

Geeft een informatief boek objectieve waarheid? Hier vind je meer informatie over informatieve boeken.

Informatieve boeken worden ook wel aangeduid als non-fictie of referentiële boeken (omdat ze refereren aan – dat wil zeggen verwijzen naar – de werkelijkheid). Informatieve boeken behoren dus feitelijk juist te zijn. Fictie daarentegen is altijd verzonnen. Romans of verhalen mogen dan nog zo realistisch zijn, ze verwijzen niet naar de werkelijkheid.

Het belang van informatieve boeken

Er wordt wel verondersteld dat fictielezers meer opgaan in een verhaal dan non-fictielezers in een informatief boek. Dat is waarschijnlijk niet het geval. Een informatief boek kan op de geïnteresseerde leerling minstens evenveel impact hebben en doet een even groot beroep op de fantasie als een fictief verhaal. Informatieve boeken zijn bijvoorbeeld niet zelden aanleiding om concrete creatieve activiteiten te gaan ondernemen: een terrarium inrichten, een vogelhuisje bouwen, cavia’s gaan houden, groente kweken of een verzameling beginnen.

  • Informatieve boeken kunnen in het onderwijs (en daarbuiten) op verschillende manieren worden ingezet.
  • In onze informatiemaatschappij komt er een enorme stroom informatie op ons af. Ook op kinderen dus. Al die informatie moeten zij (op den duur) kunnen selecteren en op waarde beoordelen. Informatieve boeken kunnen hierbij van dienst zijn.
  • Veel informatie kun je van het internet halen, maar veel ook niet. Lezen, snuffelen, bladeren en kijken in een mooi uitgevoerd boek blijft een belevenis. Bovendien kun je terugbladeren of door middel van een register of inhoudsopgave snel naar het gedeelte gaan dat je wilt lezen.
  • Sommige kinderen houden niet van fictie, maar zijn wel geïnteresseerd in geschiedkundige onderwerpen, uitvindingen, ruimtevaart, biologie of natuurkunde. Juist deze vorsers naar feit en waarheid – vaak typische doe-kinderen die zeggen niet van lezen te houden – willen weten hoe de wereld in elkaar steekt en kunnen helemaal verslingerd raken aan informatieve boeken. Informatieve boeken stimuleren gemakkelijk tot het ondernemen van dingen, het ontwikkelen van ideeën of het uitvoeren van plannen, ze prikkelen kortom tot doen.

Beoordelingscriteria

Ook bij informatieve boeken is er veel kaf onder het koren, en schijn kan bedriegen: een gelikte uitvoering staat niet garant voor inhoudelijke kwaliteit en betrouwbaarheid (hoewel het natuurlijk mooi is meegenomen als de buitenkant prikkelend werkt). Ook hier is het dus de kunst om op grond van duidelijke criteria de goede boeken van de slechte te onderscheiden. Afhankelijk van de doelgroep moet het boek aan andere en meer eisen voldoen.

  • Voor kleuters worden aan informatieve boeken over het algemeen de volgende eisen gesteld.
  • Het onderwerp moet in principe dicht bij huis blijven. Aan een boekje over New York hebben ze geen behoefte. Een boek over de weg die het huisvuil gaat, kan prima aansluiten bij hun nieuwsgierigheid.
  • Heldere, illustratieve tekeningen, illustraties of foto’s zijn vaak voldoende. Tekst is in het algemeen niet nodig.
  • Feiten hoeven voor kleuters niet als fictie vermomd te worden en moeten ook gewoon waar zijn.

Sommige verhalende boeken zijn deels ook informatief en omgekeerd. Een overbekend voorbeeld is het prentenboek Rupsje Nooitgenoeg van Eric Carle: een rups wordt inderdaad een vlinder, maar in werkelijkheid eet hij zich niet door alles waar hij zich in het boek – letterlijk – doorheen vreet. Geen echt informatief boek dus, maar meer een leuk prentenboek met een stuk informatie.

Voor oudere kinderen wordt het aantal criteria al snel een stuk uitgebreider. Om te beoordelen of een boek geschikt is, kijken we naar de volgende factoren:

  • toegankelijkheid:  de titel moet representatief zijn voor de inhoud en zo mogelijk motiverend werken op de lezer. Eventueel kan onder de titel een subtitel staan die de titel verduidelijkt. Een globale inhoudsbeschrijving (op de achterkant van het boek bijvoorbeeld) kan veel bijdragen aan de toegankelijkheid. Een goede inhoudsopgave die de structuur van het boek duidelijk maakt, een informatief voorwoord over bijvoorbeeld het centrale begrip en een helder, alfabetisch register maken de binnenkant van het boek toegankelijk. Andere factoren die de toegankelijkheid kunnen bevorderen, zijn samenvattingen aan het eind van de hoofdstukken, suggesties voor verdere activiteiten, titels van andere boeken, eventueel een adressenlijst en een woordenlijst met synoniemen;
  • begrijpelijkheid: dit hangt sterk af van de zinslengte, het aantal moeilijke en abstracte woorden, de overzichtelijkheid van de tekst, het onderscheid tussen essentiële en minder relevante zaken, de breedsprakigheid of doelgerichtheid van de schrijver en de afwisseling die de schrijver aanbrengt in bijvoorbeeld stijl en anekdotes;
  • betrouwbaarheid: dit is te controleren door de tekst te vergelijken met andere betrouwbare bronnen, door naar het jaar van uitgave te kijken (is het boek actueel genoeg?) en door na te gaan of het boek een vertaling of bewerking is;
  • visie van de schrijver: in een aantal gevallen kan het belangrijk zijn om erachter te komen wat de visie van de schrijver is: welke kant van de zaak kiest hij, is hij partijdig of geeft hij objectief weer waar het om gaat?

Als voorbeeld van een goed informatief boek bespreken we hier Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel (2013) van Jan Paul Schutten. Dit is geen makkelijk, maar eigenlijk wel een bijna noodzakelijk informatief boek, omdat veel kinderen heel nieuwsgierig zijn naar hoe de wereld en de mensheid ontstaan zijn. Geef op vragen daarnaar maar eens in redelijk simpele en duidelijke taal antwoord als leerkracht. Schutten beantwoordt in dit boek een groot aantal vragen die bij oudere kinderen over dit onderwerp kunnen leven.

Zoiets abstracts als het ontstaan van het heelal, de aarde en alles wat daarop leeft, tracht Schutten door middel van concrete voorbeelden duidelijk te maken. Hoe hoog de snelheid van het licht is (300.000 km/sec), illustreert hij door te vertellen dat wanneer iemand op de maan staat (385.000 kilometer van de aarde) en naar je zwaait en je zou dat kunnen zien, het het dan één seconde duurt voordat je dat gebaar kan zien. De grote getallen die een rol spelen in het boek haalt hij dus dichterbij de belevingswereld van kinderen door ze uit te drukken in seconden, andere tijdseenheden en hoeveel kilometer lopen dat is. Schutten beschrijft intrigerende proefjes, ontkracht hardnekkige mythen (een doorgesneden worm levert echt niet twee nieuwe wormen op) en doet zijn uiterste best van zo’n lastig item ook een aangenaam leesbaar geheel te maken.

Als schrijver kiest hij wel partij in de in bepaalde kringen onvermijdelijke discussie over de evolutietheorie tussen de Darwin-aanhangers en de creationisten. Hij kiest klip en klaar voor Darwin, maar laat ook de andere opvatting aan het woord. Zo hoort het ook in een informatief boek waarin zo’n discutabel onderwerp aan de orde komt: wel partij kiezen, maar ruimte laten en geven voor andere opvattingen. Een trefwoordenregister achter in het boek ontbreekt vanzelfsprekend niet.

Jan Paul Schutten ontving voor het informatieve boek Kinderen van Amsterdam een Gouden Griffel en hij maakte van het succesboek Wij zijn ons brein, samen met de auteur daarvan Dick Swaab, een bewerking voor kinderen. Bij zo’n boek hoef je nog minder te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de feiten.

Een ander voorbeeld van een (minder goed) informatief boek is De val van de Berlijnse Muur. 9 november 1989 (2004) van Jeremy Smith, uit de serie Dagen waarop de wereld veranderde (Den Haag: Biblion). Dit boek is wel expliciet bedoeld voor de jeugd, maar een leeftijdsaanduiding ontbreekt.

Joost uit groep 8 is in Berlijn is geweest en wil daar een spreekbeurt over houden. Hij heeft dit boek in de bibliotheek gevonden.

Hij wil iets vertellen over de Trabant, dat vreemde pruttelende autootje uit voormalig Oost-Duitsland. In het register vindt hij onder de T inderdaad een verwijzing naar twee bladzijden. Er staat ook een foto bij die hij aan de klas kan laten zien.

In de verklarende woordenlijst kan Joost de betekenis vinden van woorden als ‘asielzoeker’, ‘checkpoint’, ‘geallieerden’, ‘holocaust’ en ‘kanselier’.

De tijdbalk geeft een chronologisch overzicht vanaf 1848 (Het Communistisch Manifest van Marx en Engels) tot 2004 (uitbreiding van de Europese Unie). Het boek loopt dus niet achter. Een geschikt boek, denkt Joost.

Maar dan gaat hij op zoek naar informatie over de Berlijnse Muur. Waarom zouden ze die gebouwd hebben, en wanneer is dat gebeurd? En waarom is die muur later weer afgebroken? ‘De redenen voor de bouw van de Berlijnse Muur’ zo leest Joost, ‘liggen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog … West-Berlijn werd volgens kapitalistische principes bestuurd, Oost-Berlijn werd communistisch’. En verderop, als wordt uitgelegd waarom de muur weer is afgebroken ‘… gingen de Berlijners de rechtmatigheid hiervan betwijfelen’.

Joost leest het nog eens na, maar de woorden zeggen hem niets. Hij legt het boek terzijde.

Het boek begint met een inhoudsopgave. Daarin staat ook dat er achterin een tijdbalk, een verklarende woordenlijst en een register zijn opgenomen. Een dergelijke structuur is in zo’n boek bijna onontbeerlijk, want de lezer moet snel de weg weten te vinden. In het boek zijn ook veel aardige foto’s opgenomen, al staan sommige er vreemd genoeg dubbel in.

Het taalgebruik is echter niet afgestemd op leerlingen van de basisschool. De zinnen zijn te abstract voor de gemiddelde leerling uit groep 7 of 8. Die taal moet niet te kinderachtig zijn, maar dit zijn formuleringen die niet zouden misstaan in een geschiedenisboek voor het voortgezet onderwijs. De toegankelijkheid en begrijpelijkheid van dit boek worden dus ernstig gehinderd door het moeilijke taalniveau. Het boek is vertaald uit het Engels en oorspronkelijk in 2003 verschenen. Dat is actueel genoeg voor het onderwerp. De goede inhoudsopgave, het register, de tijdbalk en de verklarende woordenlijst maken veel goed, maar niet alles.

Dezelfde criteria die we hierboven voor boeken hebben uitgewerkt, zijn ook van toepassing op informatieve sites die via een zoekmachine worden gevonden. Ook van dergelijke websites mag je verwachten dat ze zo objectief mogelijk informatie bieden, dat de taal helder en correct is, dat ze overzichtelijk zijn en gemakkelijk te hanteren, dat ze gemaakt zijn door deskundigen en dat ze je ook doorverwijzen naar andere bronnen.

Literatuur

  • Carle, E. Rupsje Nooitgenoeg. Haarlem: Gottmer.
  • Schutten, J.P. (2013). Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel. Haarlem: Gottmer.
  • Smith, J. (2004). De val van de Berlijnse Muur: 9 november, 1989. Leidschendam: Biblion.