Portaal

Hoofdstuk 10

Werken met prentenboeken

Het ene prentenboek leent zich meer voor ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardigheden, het andere meer voor ontwikkeling van de literaire competentie. 

Kies een willekeurig gekozen prentenboek uit de bibliotheek en onderwerp het aan een kritische blik aan de hand van informatie hierna.

De Gids boek en jeugd noemt in de afdeling ‘vanaf 9 jaar’ ook prentenboeken. Over het boek Mevrouw Meijer, de merel (Wolf Erlbruch, 1997) staat er: ‘Een prentenboek met meerdere lagen, daarom voor wat oudere kinderen vanaf 8 jaar, hoewel jongere kinderen, vanaf zo’n 5 jaar, er op hun manier van zullen genieten.’ Blijkbaar zijn prentenboeken niet alleen geschikt voor kleuters, en zijn er ook genoeg prentenboeken met meerdere lagen die je tussen de regels door gewaar moet worden.

Prenten zijn ook leesbaar

De kwaliteit van de illustraties in prentenboeken bepalen is misschien nog lastiger dan die van teksten bepalen. We zijn zo gewend aan de snelle opvolging van beelden in film en op tv dat we geen geduld meer kunnen opbrengen voor het stilstaande beeld. Bovendien laten we ons (als volwassenen) in een prentenboek te snel afleiden door de tekst: we lezen de tekst en werpen vervolgens een vluchtige blik op de plaat. Iedereen die werkt met kinderen die nog niet kunnen lezen, zal dan ook kunnen bevestigen dat zij meer zien op een illustratie dan wij.

Goede prenten hebben net als een goede tekst een eigen geest, ze leiden een eigen leven zou je kunnen zeggen – niet als de vlakke, clichématige plaatjes waarvan er dertien in een dozijn gaan, wel als de kijker op de een of andere manier geraakt wordt door wat de illustrator gedaan heeft. En ook als dat niet zo is, kun je wel proberen te zien of er sprake is van kwaliteit.

Een goede manier om een prentenboek te lezen is daarom: eerst alle prenten goed bekijken en aan de hand daarvan bepalen hoe het verhaal verloopt en daarna pas de tekst lezen. Op die manier kun je er tevens achter komen hoe de verhouding is tussen tekst en beeld. In het algemeen is die ongeveer fiftyfifty, en dat geeft al aan dat het beeld dus voor een groot deel de loop van het verhaal bepaalt en een belangrijke aanvulling is op de tekst.

De relatie tussen tekst en beeld kan verschillen en bepaalt mede de manier waarop een verhaal verteld wordt.

  • Meestal zijn tekst en beeld complementair. Dat wil zeggen dat ze elkaar aanvullen en samen het verhaal vertellen. Het beeld levert dan een wezenlijke bijdrage aan het verhaal (in tegenstelling tot een zogenoemd geïllustreerd verhaal waarin de illustratie slechts een ‘verluchtende’ functie heeft).
  • Het tegenovergestelde van de complementaire relatie vindt plaats als tekst en beeld elkaar tegenspreken. Dat resulteert meestal in een grotere dynamiek van het verhaal. Door het contrast nemen de betekenismogelijkheden toe en wordt de lezer aan het denken gezet.
  • Een weer andere manier is het counterpoint, ook wel contrapunt genoemd: de ‘knipoog’ die het beeld geeft (zie ook paragraaf 10.5.1).

Deze verschillenden vormen van wisselwerking tussen tekst en beeld in een prentenboek worden gezien als essentieel voor de literaire competentie (zie ook paragraaf 10.3.3), bijvoorbeeld omdat via het beeld verschillende verhaallagen kunnen worden aangebracht of de rol van de verteller een beetje gerelativeerd kan worden.

Soorten illustraties

Er zijn net zoveel soorten illustraties als er teksten zijn. De ene illustrator kiest voor een zo perfect mogelijke weergave van de werkelijkheid, de ander voor vertekening of vereenvoudiging daarvan. De één tekent in zwart-wit, de ander in primaire kleuren of bonte kleuren, in grote kleurvlakken met weinig lijn of juist in een dikke lijnvoering en de één gebruikt een tamponeertechniek en de ander werkt met sjabloneren, knippen en plakken of gemengde technieken. Alles wat je in een museum ziet aan afbeeldingen, technieken en stijlen, zie je ook in prentenboeken. En net als een schilder maakt ook een prentenboekmaker gebruik van coulissenwerking, vooropplaatsing, afsnijding, kikker- en vogelvluchtperspectief, kleurensymboliek, vertekening, vlakverdeling, kaderdoorbreking, enzovoort.

Veel prentenboekenmakers zijn dan ook van oorsprong beeldend kunstenaar, en sommige illustratoren zijn zelfs wereldberoemd. Na Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh is Dick Bruna misschien wel onze beroemdste kunstenaar: tot in alle uithoeken van de wereld kent men zijn Nijntje. Japanse kindertjes eten van Nijntjeborden met een Nijntjelepel en slapen in een Nijntjebedje. Een ander voorbeeld is de tekenaar van Kikker, Max Velthuijs, maker van tientallen prentenboeken, die in 2004 bekroond werd met de Hans Christian Andersenprijs voor zijn gehele oeuvre.