Vertellen over ervaringen
- Uitnodigen tot vertellen
- Veel of weinig vertellen
- Vragen naar kennis of ervaring
- Wat je ziet precies beschrijven
- Woorden zoeken bij een ervaring
- Associeren op voorwerpen
- Inzakmomenten vertelkring
- Duur van een vertelronde
- Gesprekken buiten de les
- Samen weten kinderen veel woorden
- Gewone of bijzondere ervaringen
- Taalrondes kunnen met alle groepen
- Iedereen kan meedoen
Gesprekken buiten de les
Voordat we in de kring gaan doen de kinderen van groep 3 iets voor zichzelf. Rishino komt naar me toe met de mededeling dat hij zes is geworden. Ik vraag wat hij gekregen heeft. Een auto met afstandsbediening en 25 euro. Andere kinderen komen er bij staan. Ze vertellen hoe oud zij zijn. Ik vertel dat ik in de winter jarig ben, dat ik dan altijd mijn dikke winterjas aan heb en mijn handschoenen. Mevlut had op zijn verjaardag een broek aan en een T-shirt. Hij was dus niet in de winter jarig. Erregil vertelt dat zij vanmorgen een dikke jas aan had toen ze naar school ging. Ze heeft een reklameboekje van Bart Smit in haar handen. Ik zeg: 'Laat eens zien dan kunnen we kijken of die afstandsbedieningauto van Rishino erin staat.' We bladeren het boekje door en praten over het speelgoed dat we tegen komen. Erregil vertelt dat ze alles, waar ze een kruisje bij heeft gezet, van haar moeder gaat krijgen. De kinderen vertellen wat ze thuis al hebben, wat een vriendje heeft, een neef. We komen een oma-poppetje van duplo tegen. Ze heeft een bril op. Ik vraag wie zijn oma ook een bril op heeft. De kinderen vertellen wie ze nog meer kennen met een bril. Achterin het boekje komen we de afstandsbedieningauto van Rishino tegen. Ik vraag hoe die afstandsbediening werkt. 'Je moet op knoppen drukken,' zegt Rishino. 'Laten we eens kijken, Rishino, wat jij voor die 25 euro zou willen kopen', zeg ik. Rishino wil Lego kopen. We kijken naar wat hij wel en niet voor 25 euro kan kopen. Het kasteel is te duur, dat is meer dan 50 euro. De brandweerauto kan ook niet. De speeltuin kan wel en dan houdt hij ook nog geld over. Ik wijs aan wat hij verder nog kan kopen. Dan is het tijd om in de kring te gaan.
Zodra ik in groep 4 de klas binnenkom begin ik met de kinderen te praten, over van alles, waar ze mee bezig zijn, hoe ze er vandaag uit zien, en al die dingen waar ze zelf mee komen. Met Nensi, een onzeker en verlegen meisje dat zelden iets zegt in de kring, heb ik het vandaag over de glinsterende draken op haar broek en hesje. Ze vertelt dat ze glimmen als het licht erop schijnt. Daarna vertelt ze mij uitvoerig over de rekendoosjes die toevallig op de tafel liggen, met stokjes en steentjes erin. Ik ga erbij zitten en laat haar rustig helemaal uitvertellen. Ik ga ervan uit dat ze ook in de groep meer en beter zal gaan vertellen, naarmate ze vaker merkt dat ik naar haar luister. |
Taalrondes zijn meer dan een werkvorm: ze gaan uit van een visie op taal leren. Die visie komt er in het kort op neer, dat kinderen taal leren door taal te gebruiken, in allerlei situaties, en het beste wanneer ze vanuit zichzelf iets willen vertellen, weten of opschrijven. Die eigen behoefte om taal te gebruiken beperkt zich natuurlijk niet tot de officiële lestijden. Op allerlei momenten hebben kinderen iets te zeggen of willen ze iets weten, en kan dat benut worden om ze bij hun taalontwikkeling te ondersteunen.
Informele gesprekken zijn speciaal belangrijk voor kinderen die zich in een groep onzeker voelen maar wel graag aan jou iets willen vertellen. Ze geven je vaak ideeën voor onderwerpen waar je in de groep op zou kunnen doorgaan. En ze kunnen je een scherper beeld geven van de taalvermogens van individuele kinderen. Het is daarom de moeite waard om in gesprekken buiten de les om dezelfde vaardigheden toe te passen die je als leerkracht gebruikt bij taalrondes: doorvragen, inzoomen op details, uitdagende vragen stellen, nieuwe aspecten van een onderwerp inbrengen, hardop denken.