Vertellen over ervaringen
- Uitnodigen tot vertellen
- Veel of weinig vertellen
- Vragen naar kennis of ervaring
- Wat je ziet precies beschrijven
- Woorden zoeken bij een ervaring
- Associeren op voorwerpen
- Inzakmomenten vertelkring
- Duur van een vertelronde
- Gesprekken buiten de les
- Samen weten kinderen veel woorden
- Gewone of bijzondere ervaringen
- Taalrondes kunnen met alle groepen
- Iedereen kan meedoen
Momenten dat een vertelkring inzakt
We zitten in groep 3 lang in de kring, pas na een uur gaan we aan de tafels tekenen en schrijven. We doen in dat uur wel een heleboel verschillende dingen: een snelle vertelronde, mijn verzameling doeken uitpakken en vertellen waar ze liggen, vragenkring naar aanleiding van de doeken, lijstjes tekenen, in tweetallen vertellen. Hoewel het goed gaat zijn er een paar momenten dat de kinderen hun concentratie verliezen en ik overweeg op te houden. Bij de vragenkring zakt het een paar keer in. Bij deze werkvorm vertelt een kind een verhaal naar aanleiding van een van de voorwerpen, en stelt dan een vraag met de bedoeling: andere kinderen uitnodigen om te vertellen. Het is in het begin moeilijk om een vraag te bedenken na je eigen verhaal verteld te hebben. Een kind vertelt naar aanleiding van een handdoek dat hij uit bad moest, maar niet wou want het was zo koud. Hij weet niet welke vraag hij daarna kan stellen. Misschien is het wel te moeilijk voor groep 3… Ik help door een element uit zijn verhaal te pikken en dat tot een vraag te maken: ‘Wie wil er ook wel eens niet uit de douche?’ Dan komen er weer een heleboel vingers, waarvan er twee mogen vertellen. Bij deze werkvorm komen er, als het goed werkt, elke keer andere verhalen. In deze kring gaat het bijvoorbeeld over: dingen die omvallen op een tafelkleed, slabbetjes en knoeiende kinderen met ijsjes, lang onder de douche willen blijven. Op een ander ‘inzakmoment’ pak ik het sjaaltje en vertel dat mijn dochter daarmee een tijd in bed sliep. Mijn vraag erna is: wie speelt er ook wel eens met een sjaal? Opeens zie ik ook weer vingers van kinderen die ik tot nu toe niet zag. Paulus krijgt de beurt en vertelt over het lapje waar hij mee slaapt. Ook andere kinderen vertellen over lapjes als knuffel. |
Tijdens een taalronde kan je het gevoel krijgen dat de aandacht ineens verslapt. Zeker bij jonge kinderen kan dat meerdere keren per taalronde gebeuren. De theorie dat er bij een groep kinderen sprake is van een enkele spanningsboog, die een hoogtepunt kent en daarna gestadig afneemt, komt niet overeen met onze ervaringen bij taalvorming. Als op een 'inzakmoment' een goede ingreep gedaan wordt, kan de boog tijdens een taalronde meermalen weer omhoog schieten.
Wat is een goede ingreep? Vaak ligt die op het inhoudelijke vlak. Aandacht verslapt als iets niet interessant meer is, of als je te lang over dingen hoort die je niet herkent. Een begeleider kan een wending aan het proces geven, door een nieuw aspect van een onderwerp in te brengen of door zelf een gedetailleerd verhaal te vertellen. Als vier kinderen verhalen hebben verteld die erg op elkaar lijken en het wordt saai, kan een nieuwe uitnodiging tot vertellen een nieuw impuls geven aan de hele groep. Je kunt daarvoor een lijstje met vragen naar verschillende aspecten bij de hand houden.
Maar het kan ook zijn, dat er gewoon genoeg verteld en geluisterd is. Dan is het tijd om over te gaan op een andere werkvorm. Bijvoorbeeld: een lijstje maken, iets voorlezen, tekenen, voorwerpen tevoorschijn halen, tweetalgesprekken, schrijven. In een drukke groep kan zo'n moment al gauw aanbreken. Een afwisseling van werkvormen maakt dat er toch langere tijd productief in de kring gewerkt kan worden.