Vertellen over ervaringen
- Uitnodigen tot vertellen
- Veel of weinig vertellen
- Vragen naar kennis of ervaring
- Wat je ziet precies beschrijven
- Woorden zoeken bij een ervaring
- Associeren op voorwerpen
- Inzakmomenten vertelkring
- Duur van een vertelronde
- Gesprekken buiten de les
- Samen weten kinderen veel woorden
- Gewone of bijzondere ervaringen
- Taalrondes kunnen met alle groepen
- Iedereen kan meedoen
Precies beschrijven wat je ziet
Bij de kleuters staat een bak met slakken, aarde en blaadjes. Er ligt een vergrootglas bij, een stapeltje kleine vierkante tekenblaadjes, en kleurpotloden. Jamal en juf Mirjam gaan in de slakkenbak heel goed kijken of de slakken daar ook sporen hebben gemaakt. Ze zien niks, maar een van de slakken zit op zijn kop tegen de doorzichtige deksel geplakt. Mirjam vraagt aan Jamal of hij zin heeft om dat precies na te tekenen. Dat wil hij wel. Hij kijkt heel goed met het vergrootglas en zegt dat die voet niet bruin is, maar lichtgroen en donkergroen. En hij tekent het. Inmiddels is Jessica erbij gekomen, die wil ook wel heel goed kijken en het tekenen. Als er een tekening klaar is, vraagt Mirjam wat ze precies gezien hebben. Ze vraagt hen met woorden te beschrijven wat ze zagen. En dat schrijft ze voor hen op. Soms kijken ze nog even samen heel goed. Dat is een voordeel met slakken, ze bewegen bijna niet. Na Jamal en Jessica willen andere kinderen ook. Elke keer zet Mirjam ze even op het spoor van heel goed kijken en dat proberen na te tekenen. En dan gaat het heel goed. Het vergrootglas helpt de kinderen zich te concentreren en je ziet inderdaad dat er hele kleine streepjes op het slakkenhuis zitten. Die tekent iemand er dan ook weer bij. Ze plakken alle tekeningetjes en teksten op een groot groen vel en hangen het op bij de slakkenbak.
Een paar teksten:
|
Kinderen zijn heel goed in precieze observaties en daarvan maken we gebruik in taalrondes en bijschrijfgesprekken. Als we ze vragen om hun observaties heel precies onder woorden te brengen en er met ze over in gesprek gaan, zie je hoe ze tegelijkertijd nadenken over wat die observaties kunnen betekenen. Waarneming, taal en denken vormen één geheel.
Hoewel het in een taalronde meestal gaat over observaties die in het verleden gedaan zijn, kan je, zeker bij kleuters, ook oefenen met het observeren van voorwerpen die in de klas aanwezig zijn. Heel nauwkeurig beschrijven wat je ziet, ruikt, proeft, hoort of voelt is een eerste stap van het verkennen van de wereld om je heen. Daarom richt je je bij taalvorming vaak op het verwoorden van zintuiglijke waarnemingen. Niet alleen bij kleuters, maar ook in bovenbouwgroepen. Juist oudere kinderen dreigen soms vast te lopen in meningen over alles: iets is stom, cool, oninteressant, saai. Steeds terugkeren bij nauwkeurige observaties kan voor hen heel wat ervaringen opnieuw interessant maken, en zo taal en denken stimuleren.
Tekenen is bij taalvorming een manier om observatie te verfijnen. Als je iets natekent, ga je beter kijken. Als je tekent over een ervaring, kijk je beter in je geheugen, nog voordat je de woorden voor die ervaring hebt gevonden. En zo beïnvloedt het tekenen de taalontwikkeling.
Als kleuters tekenen over iets wat ze gezien hebben, fungeert tekenen als een voorloper van schrijven. Bij oudere kinderen helpt het de blik richten op concrete details, die daarna in woorden omgezet kunnen worden.