Onderwerpen
- Als afgeweken wordt
- Boek als begin, boek als vervolg
- Onverwachte taalronde kleine kring
- Taalronde n.a.v. sprookje
- Fantasie en ervaring
- Jeugdjournaal als begin taalronde
- Waar iedereen ervaring mee heeft
- Onvoorbereid een onderwerp vinden
- Steeds de invalshoek veranderen
- Taalrondes over pesten
- Taalrondes en moraal
- Taalrondes en verdrietige ervaringen
- Clichés in een taalronde
- Onderwerp zoeken tijdens vertelkring
Een onverwachte taalronde in een kleine kring
Yolanda heeft vanochtend met de kleuters blaadjes van papier geknipt en met de ventilator de blaadjes de klas in geblazen. Ze is van plan om met de oudsten in de kleine kring door te praten over wind. Maar het regent vanochtend en haar paraplu ligt te drogen onder het bureau. De kinderen zijn er nieuwsgierig naar. Ze neemt de paraplu mee in de kring. Ze doet hem open, laat hem zien en vertelt hoe ze er vanochtend mee in de wind liep. Ze vraagt: 'wie heeft er ook wel eens met een paraplu op straat gelopen?' Die vraag is al genoeg om iedereen te laten vertellen. Er wordt verteld over hoe de paraplu's eruit zien, over omklappende paraplu's, over wie hem mag dragen, over een paraplu die de lucht in vloog, over nat worden en droog blijven. Yolanda hoeft maar heel weinig te vragen, het onderwerp is inspirerend voor de kinderen. De rest van de groep werkt ondertussen met de klasse-assistent. Na de vertelronde gaan de kinderen tekenen over het buiten lopen in de regen, al dan niet met een paraplu. Yolanda schrijft erbij.
Het ging heel hard regenen. Mijn vader ging een boterham eten. Hij had een paraplu. Zijn boterham werd niet nat.
Er was een hele harde storm. Het ging heel hard waaien en regenen. De paraplu ging omklappen. Mijn moeder had hem goed gemaakt. Hij vloog een klein stukje in de lucht.
Mijn paraplu ging in de lucht. Ik ging met mijn moeder en mijn kleine nichtje wandelen. We waren bij de boerderij. De wind deed mijn haar in de war. Mijn moeder had een paraplu en ik een petje. Mijn petje vloog in de lucht. |
Soms is er maar weinig nodig om een goede vertelkring op gang te brengen. Waar het nu precies door komt, is niet altijd zo duidelijk te zeggen. Het kan te maken hebben met een goed onderwerp, met het moment van de dag, met de samenstelling van de groep of de stemming van de kinderen, met het humeur van de leerkracht. Een zorgvuldig voorbereide taalronde gaat niet altijd fantastisch, en een onderwerp waar je je twijfels over hebt kan plotseling geweldige verhalen oproepen. Evenmin kan je zeggen dat werken in de grote kring beter of slechter gaat dan in de kleine kring. In de kleine kring kan intimiteit zorgen voor gemakkelijker vertellen, in de grote kring kan de variatie van verhalen leiden tot meer diverse en betere teksten.
Het belangrijkste is, dat je kansrijke situaties en toevallige positieve gebeurtenissen uitbuit voor je taalonderwijs. Als kinderen ineens vol zitten met verhalen, deze meteen ook laten opschrijven of tekenen. Als er plotseling algemene belangstelling is voor een bepaald onderwerp, hierop doorgaan en er lees-, schrijf- of andere opdrachten aan vastknopen.