Onderwerpen
- Als afgeweken wordt
- Boek als begin, boek als vervolg
- Onverwachte taalronde kleine kring
- Taalronde n.a.v. sprookje
- Fantasie en ervaring
- Jeugdjournaal als begin taalronde
- Waar iedereen ervaring mee heeft
- Onvoorbereid een onderwerp vinden
- Steeds de invalshoek veranderen
- Taalrondes over pesten
- Taalrondes en moraal
- Taalrondes en verdrietige ervaringen
- Clichés in een taalronde
- Onderwerp zoeken tijdens vertelkring
Taalrondes en moraal: over schelden, vuurtjes stoken en rotzooi maken
Het voorlezen van het prentenboek ‘Zes muizen en een egel’ van Becky Bloom wordt in groep 4 met interesse gevolgd. Het plaatje van een enorme puinhoop in de kamer is een goed startpunt voor vertellen over rommelige plekken. Meester Willem vraagt wat er allemaal te zien is op het plaatje, de kinderen die dichtbij genoeg zitten noemen van alles op: een fiets, een doos, een telefoon, duikbrillen. Willem vertelt hoe zijn keuken er uit ziet als zijn vrouw gekookt heeft, en noemt daarbij ook alles op wat op het aanrecht staat. Ik merk ineens dat het onderwerp ‘rommel’ een gevaar van moralisme in zich draagt: rommel maken is fout, netjes zijn is goed. Een kind vraagt dan ook aan Willem na zijn verhaal: ‘En jij?’ Om te weten te komen of Willem zelf net zo’n rommel maakt als zijn vrouw. In zijn verhaal klinkt blijkbaar iets door van: bij haar is het rommel, bij mij niet. Nu is dat toevallig ook zo, en Willem vertelt dat niet om een lesje te geven maar gewoon omdat het zo is. Het geeft aan dat je er bij de kinderen op moet letten of ze niet een ‘gewenst’ verhaal gaan vertellen, of rommel bijvoorbeeld altijd koppelen aan ‘wie het gedaan heeft’ (nooit zijzelf) of aan 'wie het gaat opruimen'. Als begeleider kan je door middel van je vragen het vertellen op iets anders richten, bijvoorbeeld op beschrijvingen van rommel, los van wat ermee gebeurt. Zo kan je het cliché van ‘na rommel komt opruimen’ vermijden.
Joey vertelt in een middenbouwgroep dat hij 50 euro had gevonden. Hij zag dat een mevrouw het verloor. 'Ik raapte het snel op,' zegt hij met een grijns. Hier ben ik even van in de war. 'Je zag dat die mevrouw het geld verloor en jij raapte het op?' Joey knikt lachend. 'Je zei niet mevrouw u laat iets vallen?' Joey schudt zijn hoofd. Ik vind het niet zinvol om te gaan moraliseren. Mijn morele oordeel zal weinig effect hebben op Joey, vooral ook omdat uit zijn verhaal blijkt dat zijn moeder ervan af wist en het niet had afgekeurd. Ik vind het wel belangrijk dat hij nadenkt over zijn gedrag en het gevolg daarvan voor een ander. Dus ik zeg: 'Die mevrouw ging boodschappen doen en toen ze in de winkel wou betalen, wat denk je dat er toen gebeurde?' 'Toen had ze geen geld,' zegt Joey vrolijk. Ik vraag of Joey wel eens iets koopt. Hij vertelt dat hij een keer een stripboek ging kopen, dat kostte 7,50. Hij vertelt erbij dat hij 30 euro bij zich had. Ik herhaal wat hij vertelt: 'Je had 30 euro bij je en je ging een stripboek kopen. Stel nu dat ik achter je loop en ik zie dat die 30 euro uit je zak valt. Ik pak snel die 30 euro en ik zeg niks tegen je. Jij komt in de winkel, je kiest een mooi stripboek uit en dan?' 'Dan heb ik geen geld,' zegt hij laconiek. Daar laat ik het bij.
Er wordt in groep 6 vaak over moeders gescholden, dus het lijkt me wel een goed idee om te beginnen die moeders wat persoonlijker te maken. Het is leuk om te zien, dat het ook gelijk werkt. De kinderen worden een beetje verlegen, als ze iets vertellen over hun moeder. Dat begint al in het begin-rondje met het noemen van de naam van hun moeder. Je merkt aan de sfeer, dat het een kwetsbaar punt is bij de kinderen. Iedereen wordt er een beetje voorzichtig van. Dat is een goed begin voor de taalronde over vervelend gedrag, die ik gepland heb. Het is belangrijk dat het veilig is. In de vertelronde zijn er veel kinderen, die graag willen vertellen. We vertellen over manieren waarop anderen jou aanraken en jij anderen aanraakt. Het is druk, maar de kinderen zijn wel heel erg betrokken. Er is een goede vertelsfeer. Er wordt verteld over nare ervaringen, maar de niet-stoere sfeer blijft. Juist door te vertellen over hoe iets uit de hand liep, terwijl het niet zo bedoeld was, krijgen kinderen het gevoel dat hun verhaal gehoord wordt zonder dat er gelijk een oordeel overheen gelegd wordt. Ze weten meestal zelf ook wel dat iets niet door de beugel kon. Ook corrigeren kinderen elkaar. Ik heb geen enkele keer tijdens deze taalronde de neiging mijn belerende vingertje op te steken. Ik vraag alleen maar hoe iets precies ging. Ik stel in de loop van de taalronde de volgende vragen:
|
In taalrondes stimuleren we de kinderen over een eigen ervaring te vertellen, op zo’n manier dat die ervaring voor de luisteraars heel duidelijk wordt. De onderwerpen worden zo gekozen dat alle kinderen er gemakkelijk over kunnen vertellen, en dat zij zich allemaal uitgenodigd voelen iets in te brengen. In een taalronde ben je als begeleider nieuwsgierig naar wat de kinderen jou te vertellen hebben. Het is niet je doel om hen informatie of jouw mening over het onderwerp te geven. Je bent eigenlijk uitsluitend bezig, kinderen te helpen om hun ervaring steeds preciezer onder woorden te brengen.
Gesprekken over moraal, over wat hoort, wat niet hoort en hoe je je zou moeten gedragen, zijn evengoed noodzakelijk op school. Ze lopen vaak overal tussendoor, naar aanleiding van gebeurtenissen, bij ruzies in de pauze. De leerkrachten fungeren dagelijks als scheidsrechters bij conflicten tussen kinderen. Maar ook worden op sommige scholen speciale projecten over pesten of over normen en waarden georganiseerd.
Hoe komen taalrondes en lessen over de moraal bij elkaar? Gesprekken over ervaringen, zoals we die in een taalronde voeren, gaan in principe niet over moraal. Dat wil zeggen: ze gaan niet over de algemene moraal van ouders en leerkrachten. Een sterk bewustzijn van die moraal kan het vertellen van ervaringen bij kinderen blokkeren. Als je als leerkracht expliciet afkeurt wat een kind aan ervaringen vertelt, begint zo'n kind er in de meeste gevallen niet aan, of stelt vliegensvlug zijn verhaal bij. De kans is groot dat in de kring weinig of vooral clichématig verteld wordt, dat de sfeer afwachtend is of dat kinderen de kans benutten om hun lopende kwesties via de leerkracht te regelen. Er is dus veel voor te zeggen, om in een taalronde je oordelen tijdelijk voor je te houden en je te concentreren op vragen stellen.
Niet dat dat zo eenvoudig is. Het zou geforceerd zijn om als leerkracht ineens over alles je mond te houden waar je anders met opzet zo uitgesproken over bent. Soms vertelt een kind in een vertelronde iets waarvan je vindt dat het niet door de beugel kan. Bijvoorbeeld over op een gevaarlijk hoog dak klimmen, een vuurtje stoken, of met zijn allen een oude meneer uitschelden op straat. Je eigen mening hierover kan je heel hoog zitten. Een oplossing is: die mening wel kort geven, en zeggen dat je er op een ander moment uitgebreider op wilt terugkomen.
Als kinderen worden uitgedaagd om nauwkeurig te vertellen, gaan ze beter nadenken over wat er nu precies gebeurde. Terughalen hoe een gebeurtenis precies ging, is het begin van zelfstandige oordeelsvorming. En dat is waar je in feite op uit bent bij de kinderen: dat ze zelf een moraal ontwikkelen, en niet alleen goed gedrag vertonen omdat jij in de buurt bent. Zo kunnen taalrondes iets belangrijks bijdragen aan de ontwikkeling van moreel denken bij kinderen.