Onderwerpen
- Als afgeweken wordt
- Boek als begin, boek als vervolg
- Onverwachte taalronde kleine kring
- Taalronde n.a.v. sprookje
- Fantasie en ervaring
- Jeugdjournaal als begin taalronde
- Waar iedereen ervaring mee heeft
- Onvoorbereid een onderwerp vinden
- Steeds de invalshoek veranderen
- Taalrondes over pesten
- Taalrondes en moraal
- Taalrondes en verdrietige ervaringen
- Clichés in een taalronde
- Onderwerp zoeken tijdens vertelkring
Onderwerpen waar iedereen ervaring mee heeft
Chamito in groep 3 heeft net een zusje gekregen, hij geeft met zijn handen aan hoe groot ze is: piepklein. We laten de foto's rondgaan van de baby van de directeur, ook net geboren. De vraag rijst wat precies een baby is, hierop komen de kinderen met allerlei antwoorden: iemand die nul jaar is, als hij nog niet kan praten of lopen en eten - geleidelijk bakenen we het af. Er zijn ook kindjes van nul die al kunnen lopen, en kindjes van twee die nog niet kunnen praten. Ik bedenk later dat dit een vorm van definities vinden is. Ik had de woorden peuter en kleuter kunnen inbrengen, en ook daarvan definities zoeken.
Door de foto met de baby in een veel te groot winterpak moet ik denken aan hoe ik met mijn eigen baby in een draagzak onder mijn jas in de tram zat, en dacht dat ze niet meer ademde. We beginnen met de vertelronde, waarin ik verschillende vragen stel naar ervaringen van de kinderen met baby's. Mijn plan is om zoveel mogelijk kinderen te laten vertellen en dan geen lijstjes te maken maar meteen tweetalgesprekken in te zetten. Ze kennen de werkwijze nu goed genoeg om dat op een goede manier te kunnen toepassen. Daar komt bij dat het niet zo eenvoudig is om bij dit onderwerp tekenlijstjes te laten maken: de opdracht zou kunnen zijn: teken drie dingen die je een baby hebt zien doen of die je met een baby gedaan hebt. Dat is een prima opdracht, maar hij kost behoorlijk wat tijd en dat wil ik vandaag niet.
Er wordt verteld over kinderwagentjes en daar zelf in gaan zitten als je eigenlijk al te groot bent. Over baby's vasthouden en hoe je dat doet. Over een geboortefeest waar de baby zelf alsmaar ligt te slapen in witte kleertjes. Over hoe bloederig het babyzusje van Chamito eruitzag. Over krentenbollen die baby's nog niet kunnen eten en over flesjes met pap. Over speelgoedjes speciaal voor baby's. Tussendoor ziet een kind twee duiven in een boom buiten die met elkaar zitten te vrijen. Daardoor praten we ook nog even over vogels die trouwen en eitjes leggen. Volgens een kind is er vlakbij een vijver waar vogels met elkaar trouwen. Ongeveer tien kinderen hebben verteld; ik vraag ze of ze allemaal een baby kunnen bedenken die ze een keer gezien hebben. De meesten zeggen ja. Ik deel tweetallen in en geef ze elk een minuut om erover te vertellen aan hun buur. Over hoe die baby eruitzag, wat je die baby zag doen, wat je zelf met die baby deed. Emin zegt dat hij niks weet. Ik herinner me dat hij een grote broer van vijftien heeft. 'Heb je dan nooit ergens een baby gezien?' vraag ik. Ineens begint hij te vertellen dat hij een broertje krijgt. Na enig doorvragen vertelt hij dat hij er een foto van gezien heeft. Christine naast hem weet alles van hoe zo'n foto gemaakt wordt: met een spulletje op je buik en dan iets er tegenaan. Dat weet Emin niet want hij was er niet bij. Maar hij weet nog wel dat zijn moeder de foto liet zien. Ik zeg dat het een goed verhaal is om straks over te tekenen en te schrijven. |
Wanneer is een onderwerp geschikt voor een taalronde? Als alle kinderen in de loop van de taalronde op een eigen ervaring met dat onderwerp komen. 'Circus' of 'je eigen huisdier' zijn niet zonder meer geschikt, omdat nu eenmaal niet alle kinderen naar het circus gaan of een huisdier hebben. 'Snoep' of 'haren knippen' wel, omdat iedereen wel eens een snoepje eet of zijn haar laat knippen.
Een onderwerp gaat pas leven, als erover verteld wordt, en als kinderen daardoor op iets komen waar ze ook over willen vertellen. Zo gaat het ook in een gewoon gesprek: iemand vertelt iets, en jou schiet daardoor iets te binnen van jezelf. Geschikte onderwerpen zijn dus onderwerpen die op dat ene moment in die ene groep aanslaan. Je kunt dat niet helemaal voorspellen, en het is belangrijk dat je als begeleider leert om tijdens een taalronde of vertelkring te zoeken naar wat kinderen aanspreekt.
Sommige onderwerpen zijn te breed om kinderen op ervaringen te brengen, sommige zijn daarvoor juist te smal. Met het onderwerp 'vriendschap' heeft iedereen wel ervaring, maar bij weinig kinderen is dat woord genoeg om hen aan het vertellen te brengen. Dan moet het kleiner en concreter gemaakt worden. Bij het deelonderwerp 'vriendjes uit je straat' hebben sommige kinderen meteen iets in hun hoofd, maar weer anderen niet. Dan kan het nodig zijn om het weer te verbreden of om meer deelaspecten in te brengen.
Al vertellend, vragend en luisterend ontdek je dus waar de ervaringen van de kinderen in je groep liggen. Als het voor je gevoel genoeg borrelt, ga je over op lijstjes maken of op schrijven. Kinderen die ineens toch niks weten, help je individueel nog even op weg. In een taalronde is het daarbij minder belangrijk, of hun verhaal precies onder een onderwerp valt of niet. Als ze maar graag willen en kunnen vertellen.