Iedereen kan leren schrijven

Onderwerpen

Steeds de invalshoek van een onderwerp veranderen

Het verhaal van Toon Tellegen dat ik voorlees in groep 8, gaat over dramatische manieren van afscheid nemen. Ik vertel na het voorlezen hoe mijn kinderen in de auto naar hun opa vertrokken en ik ze zag wegrijden vanuit het raam: twee zwaaiende handjes door de achterruit. Tot ik ze niet meer kon zien. Ik vraag wie ook weleens uit het raam zwaaide naar iemand die wegreed of liep. Daar komen meerdere vingers op, ik laat kort vertellen. Steeds verander ik de invalshoek een beetje. Ik vraag bijvoorbeeld: wie roept ook weleens iets achter iemand aan die weggaat? Michelle vertelt hoe haar nichtje haar naroept vanaf het balkon. Daarna vraag ik wie weleens iemand wegbrengt, bijvoorbeeld naar een bushalte of naar het station. Een jongen vertelt hoe hij iemand met de fiets naar de bus brengt, en dan nog een tijdje achter de bus aan blijft fietsen. Ik vraag naar aanleiding daarvan wie ook weleens achter een bus of trein aan is gerend bij een afscheid. Zelf denk ik aan hoe mijn vriendin midden in een gesprek met mij op de tram moest springen, en ik een stukje met de tram mee liep. Vervolgens komen er verhalen over afscheid nemen op vliegvelden. Joanne beschrijft hoe haar tante door de douane moest. Ik vraag erop door, of ze bij haar bleven staan en tot waar dan, en wat er daarna gebeurde, liepen ze weg of stonden ze nog heel lang te zwaaien? Haar tante liep huilend weg, blijkt nu. Nu komen er meer verhalen over huilen bij afscheid nemen. Sadegul weet nog dat ze moest huilen toen ze naar haar moeder zwaaide toen de bus van het schoolkamp wegreed. Nu vraag ik naar nog meer afscheidnemen rond het schoolkamp. 'Ja, van die hond,' wordt er geroepen. Enkele kinderen vertellen dat daar een hond was die meedeed met voetballen. Hong Loon vertelt dit tot mijn verrassing met veel vuur, andere keren zweeg hij steeds. Sommige kinderen hebben speciaal van die hond afscheid genomen, door hem voor het vertrek nog even te aaien. Ik vraag naar nog meer afscheiden van dieren. Yasirs vinger schiet omhoog: hij ging weg uit Turkije en nam afscheid van de parkiet van zijn tante. 'Hoe deed je dat?' vraag ik. Hij vertelt hoe hij de parkiet uit het kooitje pakte en een kusje gaf, en weer terugzette. Mert zegt dat hij afscheid nam van een vis door hem in zijn hand te nemen. Dat is natuurlijk niet waarschijnlijk; ik laat het gewoon passeren. Hong Loon zegt dat hij van zijn vissen afscheid neemt door ze nog even wat voer te geven.

Het onderwerp 'momenten van afscheid nemen' is in deze vertelronde goed opgeladen, ik denk dat bij alle kinderen wel iets is opgekomen. Bij het lijstjes maken merk ik dat dat zo is, iedereen schrijft.

 

Ik lees in groep 4 het verhaal voor van Uil die tegelijk boven en beneden wil zijn en heel hard heen en weer rent over zijn trap. Ik laat het plaatje zien van een rennende uil die zijn pantoffels verliest. Ik vertel hoe ik vaak beneden pas merk dat ik mijn fietssleutel vergeten ben en dan ren ik twee trappen weer op naar boven, omdat ik haast heb, maar ik probeer heel zachtjes te doen omdat ik weet dat de buren nog in bed liggen. Zachtjes rennen, dat is moeilijk. Ik vraag wie ook weleens heel hard de trap op rent. Meteen komen er vingers. Ik geef beurten. Een meisje vertelt dat ze heel hard naar boven rent om haar skeelers te pakken die op het balkon liggen. Giovanni vertelt hoe hij hard naar boven rent omdat hij heel nodig moet plassen. Meteen de wc in. Het wordt door anderen herkend. Fulya vertelt hoe ze naar boven rent als haar moeder roept dat ze gaan eten. Ik vraag even door op die roepende moeder - staat ze boven aan de trap te roepen? Roept ze uit het raam? Wat roept ze precies? Fulya vertelt preciezer. Op mijn vraag aan de groep komen er meer verhalen over moeders die uit ramen hangen en kinderen roepen. Soms hoor je het niet, dan zegt een ander kind: 'je moeder roept je!' Ik vraag aan Mandy, die heel hoog woont, of haar moeder haar ook roept. Nee, het is te hoog. Ik vraag of ze met haar moeder kan praten door zo'n gaatje. Nu begint iedereen tegelijk te praten over deuropeners en telefoontjes bij de deur. Ik geef een paar beurten en vraag steeds door naar hoe dat ding werkt, eruitziet, wat er gezegd wordt. Yasin vertelt dat Xavier bij hem aan de deur komt en door dat ding vraagt 'kom je buiten spelen', dan zegt hij 'nee ik kom niet', dan blijft hij zeuren en over andere dingen praten via de microfoon.

Ik besluit om een ander aspect van trappen in te brengen en vertel dat er een fiets op mijn trap hangt aan een haak, waardoor je er soms moeilijk langs komt. Ik vraag bij wie ook dingen op de trap liggen. Er komen verhalen over fietsen, kinderwagens onder aan de trap, speelgoed, een speelgoedpistool dat iemand vond en dat hij verstopte in de babywagen die op de trap hing. En wat ligt er op binnentrappen? Caroline vertelt hoe alles dat naar boven moet op de trap ligt.

Nog een ander aspect. Mij schiet te binnen hoe mijn kinderen hun knuffels over de trapleuning naar beneden laten glijden, dat vertel ik en ik vraag erachteraan wie ook een speciaal spelletje heeft dat op de trap gebeurt. Er komt een verhaal over een spel dat 'treintje' heet en dat bestaat uit het achter elkaar op je billen van de trap af glijden. Caroline vertelt hoe ze een keer met een volle wasmand op haar sokken van de trap af gleed. Er komen nu allerlei verhalen over van de trap vallen op verschillende manieren.

Veel goede onderwerpen leiden niet vanzelf tot een rijkdom aan persoonlijke associaties bij kinderen. Dat kan komen doordat ze nogal abstract zijn of gemakkelijk clichématig worden ingevuld. Bijvoorbeeld bij het onderwerp afscheid nemen: iedereen neemt weleens afscheid, maar je realiseert je niet meteen op hoeveel verschillende manieren dat gebeurt, en je denkt misschien als eerste aan dramatische situaties op vliegvelden of begraafplaatsen. Of het onderwerp bang zijn: iedereen is weleens bang, maar waarvoor precies allemaal? 'Monsters' of 'krokodillen onder je bed' liggen voor de hand, terwijl je misschien ook bang was om voor het eerst los te fietsen, je cavia op te tillen of iets tegen een meisje te zeggen.

Je kunt als begeleider helpen een vertelkring over zo'n onderwerp te verrijken, door steeds de invalshoek van het onderwerp een beetje te veranderen. Dat kan je voorbereiden, door van tevoren na te denken over verschillende aspecten en er vragen over te formuleren. Als een aspect niet veel verhalen oplevert, ga je over op een ander. Maar vaak werkt het nog beter om nieuwe aspecten te halen uit wat kinderen zelf vertellen. Je kunt leren in een persoonlijk verhaal een voor iedereen herkenbaar aspect te vinden. Vaak gebeurt dat doordat je er om te beginnen zelf iets in herkent. Vervolgens kan je leren daar een uitnodiging tot vertellen aan te koppelen.

Als je goed wordt in het steeds veranderen van de invalshoek van een onderwerp, help je kinderen zich bewust te worden van hoeveel ze hebben meegemaakt, en help je ook onzekere kinderen gemakkelijk iets te vertellen. Vertelkringen worden verrassend en interessant, als binnen een onderwerp veel uiteenlopende ervaringen naar voren komen. En het taalgebruik wordt daar vanzelf ook rijker van.