Iedereen kan leren schrijven

Kinderen stimuleren tot vertellen

Omgaan met blokkades tijdens taalrondes

Ik hoor in groep 5 Stijn zeggen dat hij niet meer wil tekenen. Opeens staat hij op van zijn stoel. Jim springt op en rent weg. Stijn probeert hem achterna te rennen maar ik sta ervoor. Stijn zegt weer dat hij niet wil tekenen. Hij kreukt het papier, trekt de capuchon weer over z’n hoofd en verbergt zijn gezicht.

'Hij heeft mij al voor schut gezet voor de hele klas en hij gaat het niet nog een keer doen.' 'Ben je echt boos Stijn,' vraag ik, 'of speel je dat.' Hij kijkt mij aan en zegt, 'ik ben echt heel boos.' Ik stel voor om aan een ander tafeltje te gaan werken. 'De tekening mag in de prullenbak,' zegt Stijn. Ik zeg dat ik hem in het laatje stop want als hij morgen niet meer boos is, is het jammer van de tekening. Ik ruim zijn onderlegger en potlood op en leg de lijstjes en de tekening op de stapel. Hij kan nu beter zijn melk op drinken en een boterham eten.

 

Tiffany in groep 8 schrijft 1 zin: ‘ik zat op de bank en het was krap’. Ik begin een gesprekje met haar waarbij ze er in slaagt om op elke vraag ‘weet ik niet’ of ‘gewoon’ te antwoorden. Het is duidelijk verzet van haar om met mij te praten. Ik bespeurde dat verzet al bij de andere opdrachten. Ze heeft helemaal niet willen nadenken over haar eigen ervaringen. Ik probeer haar over een ander onderwerp te laten schrijven, maar ook daarbij houdt ze haar poot stijf. We keren terug naar de bank, ik kan maar niet snappen hoe je nu krap kunt zitten op een bank. Tenslotte zegt ze dat er heel veel kinderen op zaten. Meer wil ze er niet over kwijt. Ik vraag haar om dat er dan in elk geval nog bij te schrijven, dan wordt het iets duidelijker. Dus haar tekst wordt aangevuld met: ‘Omdat er veel kinderen op zaten.’ Ik neem me voor om de volgende keren speciaal op haar te letten. Ricky, een ander stil kind, benut alle individuele werkvormen en schrijft een lijstje en een prima tekst (ook al zijn zijn hanenpoten slecht leesbaar). Hij heeft de hele kring niks gezegd, ook nauwelijks in het tweetalgesprek, maar dit is zijn bijdrage.

 

In een SBO-groep hebben de kinderen moeite met het maken van een lijstje. Veel kinderen moeten op weg geholpen worden. We maken een lijstje van mensen in uniform die je wel eens gezien hebt. Sabienne naast mij zegt dat ze niks weet. Ik vraag haar of ze nog nooit iemand in uniform gezien heeft. Eerst zegt ze nee, dan zegt ze ja, politie. 'Schrijf op,' zeg ik. Daaronder komt Mac Donalds, daar hebben ze ook uniformen aan. ‘En AMC-mensen,’ zegt ze nu. Haar lijstje wordt langer en langer.

De schrijfdrempel bij deze kinderen is hoog, sommigen haken helemaal af als de schriften tevoorschijn gehaald worden. Daarom is het misschien een idee om eerder met de lijstjes te beginnen, of om toch weer tekenlijstjes te gaan maken. Tekenen vinden ze geen probleem. Wel valt mij op, dat als er eenmaal in het tweetalgesprek verteld is, ze er geen punt van maken om hun verhaal op te schrijven. Misschien omdat ze er dan niet meer over hoeven na te denken.

 

In het team bespreken we kinderen in groep 4 met wie het niet zo goed loopt bij taalvorming. Wat zijn de problemen? We maken een lijstje:

  • Raymond zegt bij elk onderwerp dat hij er geen ervaring mee, bij heeft.
  • Lisa wil nooit vertellen, heeft er geen zin in.
  • Seher heeft heel weinig Nederlandse woorden tot haar beschikking.
  • Abdullah denkt dat hij niet kan vertellen en schrijven.
  • Michael vertelt altijd de ervaring van een ander kind na.
  • Ouiam durft niet in de kring te vertellen, maar wel individueel aan de juf.
  • Fatma zegt niks, wat je haar ook vraagt.

We bespreken het geval van Michael. Michael wacht altijd met vertellen tot er een heleboel andere kinderen verteld hebben, en praat ze dan na. Hij neemt nooit zelf initiatief om te vertellen, de juf geeft hem dan uiteindelijk maar een beurt. Hij praat wel onderling met vriendjes. We bespreken mogelijkheden om Michael te helpen. Suggesties die we bedenken zijn:

  • Geef hem als eerste de beurt nadat je zelf met een verhaal begonnen bent.
  • Kies voor een laagdrempelig onderwerp waarvan je zeker bent dat hij iets weet, zoals iets wat je onderweg gezien hebt, of wat je gedaan hebt vlak voordat je naar school ging.
  • Zeg dat je iets wilt horen wat nog niemand anders verteld heeft.
  • Lees zijn tekst voor in de groep en laat andere kinderen er vragen over stellen. Als hij zegt dat hij het niet weet (omdat het niet zijn eigen ervaring is), kan je zeggen dat het handiger is om te schrijven over iets wat je je nog wel goed herinnert.
  • Praat een paar keer individueel met hem over een ervaring, of in een klein groepje.
  • Stel open vragen.
  • Luister goed naar hem vraag daarop door.
  • Maak gebruik van de werkvormen 'lijstje' en 'tweetalgesprek'.
  • Werk met begeleide associaties waarbij je stap voor stap vraagt naar zintuiglijke indrukken.
  • Besteed veel aandacht aan de sfeer in de kring.

Soms kan je het gevoel krijgen dat een kind in je groep ergens 'geblokkeerd' is. Het wil niet vertellen, niet schrijven of tekenen, geen vragen stellen of beantwoorden, geen tekst verbeteren. Of het haakt tijdens een taalronde ineens af. De oorzaken daarvan kunnen natuurlijk van alles zijn. Verzet tegen de juf, ruzie of spanning met andere kinderen, narigheid thuis, onzekerheid over eigen vermogens, heel erg met iets anders bezig zijn, zich lichamelijk niet lekker voelen. Wat je er als leerkracht aan doet, hangt af van je inschatting van de oorzaak. Taalrondes zijn gericht op een goede sfeer in de groep, op veilige werkvormen en op gemakkelijke deelname van alle kinderen. Het is goed om je af en toe af te vragen, of dat allemaal nog geldt in jouw groep.

Je kunt problemen met blokkades op twee manieren aanpakken: via de manier waarop je een taalronde in de hele groep uitvoert, of via je benadering van een individueel kind. Het kan bijvoorbeeld belangrijk zijn om eenvoudiger onderwerpen te nemen, vaker en sneller tweetalgesprekken in te zetten, de kringopstelling aan te passen, aan tafels te laten schrijven, meer tijd te nemen voor het voorlezen en bespreken van teksten. Problemen benoemen en waardering uitspreken kan kinderen in de groep een veiliger gevoel geven.

Geremde kinderen vaak individueel helpen bij vertellen en schrijven, kan ook goed werken. Je kunt je voornemen om met die kinderen altijd even individueel te praten over een ervaring en over hun tekst, om een tijdje naast ze in de kring te zitten of om ze te helpen met het maken van een lijstje. En natuurlijk gaat het ook om het functioneren van zulke kinderen tijdens andere lessen of momenten.