Iedereen kan leren schrijven

Kinderen stimuleren tot vertellen

Kinderen kunnen leren goede vragen te stellen

Het is bijna pauze, ik vraag in groep 5 wie heel graag zijn tekst nog even wil voorlezen. Joao leest over een appelboom bij zijn opa en iets met een spuitbus, ik zie kinderen vragend kijken. Ik vraag wie iets uit de tekst niet snapt en dat wil vragen. Anuschka zegt tegen Joao: 'Je zegt spuitbus en je eet die appels!' Ze zegt het op een nogal aanvallende manier. ik vraag: 'Wat wil je graag van Joao weten?' Ze vindt het heel moeilijk om een echte vraag te stellen op een manier die niet lijkt op kritiek. Ze wordt ongemakkelijk omdat ik zo bij haar blijf hangen. Maar ik wil dat zij met haar vraag Joao helpt om zijn verhaal duidelijker te krijgen, en niet om kritiek te leveren. Tenslotte helpen andere kinderen mee, door suggesties te doen over wat er bedoeld zou kunnen zijn. Joao springt erin en legt met veel gebaren uit dat zijn opa appelbomen met gif bespuit, een soort wit poeder en als je dat eet ga je dood.

 

Van twee kinderen in groep 4, Joeke en Cyrano, heb ik geen tekst voorgelezen. Dat was een ongelukje, de bladzijdes waren dubbel omgeslagen. Ik maak van de nood een deugd en vraag hen om de beurt op de juffenstoel voor de klas te komen zitten.
Eerst Cyrano. Ik vraag hem om één woord uit zijn tekst te zeggen. ‘Goud’, zegt hij. Ik schrijf het op het bord. Ik vraag de kinderen wie er iets wil vragen aan Cyrano daarover. Heel veel vingers. Grappig dat Cyrano precies dát woord kiest dat anderen nieuwsgierig maakt. Uiteindelijk komt aan de hand van een heleboel vragen het hele verhaal er uit. Ik moet af en toe lachen om wat de kinderen vragen: ‘Hoe groot was dat goud?’ De meeste vragen zijn echter zeer to the point.

 

Bij de teksten die in groep 7 voorgelezen worden, mogen de kinderen vragen stellen. Er worden veel vragen gesteld per tekst. Niet allemaal even ter zake doende. Het werkt misschien beter om per tekst maximaal drie vragen te laten stellen en dan door te gaan naar de volgende tekst. Verschillende kinderen beginnen met het geven van commentaar. Ik vraag dan wat de vraag precies is. Een meisje blijft halsstarrig doorgaan met commentaar geven. Ik zeg een paar keer dat het geen vraag is. Ze zegt: 'nee, maar ik wou dat gewoon zeggen.' Ik vraag haar waarom ze dat wil zeggen. Ze beroept zich op de schrijfopdracht. De schrijver zou zich daar niet aan gehouden hebben. De kinderen protesteren. Zij heeft zelf de schrijfopdracht niet goed gehoord. Ik vraag me af wat haar beweegt. En ik maak tenslotte duidelijk, dat ik het belangrijker vind dat iemand een goede tekst schrijft dan of die precies klopt met de opdracht.

In groep 3 praten we over plekken waar we wel eens iets gezocht hebben dat we kwijt waren.
Alle kinderen weten vlot ene plek te noemen, behalve Percy. Hij is ook nog nooit iets kwijt geweest. Omdat we veel aan het oefenen zijn met vragen stellen besluit ik niet zelf bij hem door te vragen, maar de kinderen in te schakelen. Dat doen ze met veel enthousiasme. De ene gesloten vraag na de andere wordt op Percy afgevuurd. Op elke vraag schudt hij van nee. Tot een kind vraagt of hij wel eens op het balkon zoekt. ‘Ja dat wel’, zegt hij. Hij zocht zijn laarzen en die stonden dus op het balkon omdat ze onder de modder zaten.

Juf Maria wil graag dat het gesprek meer tussen de kleuters in haar groep gaat in plaats van tussen haar en het kind dat vertelt. Elke keer dat een kind de vertelbeurt heeft, nodigt ze de andere kinderen uit om goed te luisteren, omdat ze daarna een vraag mogen stellen.
Zeynep vertelt dat ze soms ’s nachts naar de wc moet en dat het dan donker is op de gang ook al doet ze wel het licht aan in haar kamer.

Nairobi: Moet je soms ver lopen, moet je de trap op om naar de wc te gaan?

Zeynep: Ik moet een trap op.

Omar: Een hoog, bij jou?

Zeynep: Nee, kijk hier en hier is beneden en daar is boven (wijst met haar handen) en dan moet je een trap op.

Omar: Hoe ga je naar de wc zonder lamp?

Zeynep: Gewoon lopen, ga ik aan de leuning vasthouden, ga ik naar beneden en dan naar de wc.

Safouan: Welke lamp heb jij?

Zeynep: Witte kleur en daarboven, een lampje bovenop, zo’n kleur blauw. Mijn vader doet de lamp er altijd op.

Juf: Als ie stuk is, als er een nieuwe lamp in moet?

Zeynep: Ja.

Safouan: Waarom?

Zeynep: Dan is het stuk, dan is er eentje….dan moet je er een andere inzetten, want dan doet hij het niet meer.

Vragen stellen aan elkaar is een activiteit, die goed is om te oefenen in alle groepen. Het bevordert echte belangstelling voor elkaar, helder formuleren, goed luisteren en goed lezen. Vragen stellen aan elkaar kun je heel vaak even tussendoor doen. Ik doe het vaak naar aanleiding van één zin die iedereen op een strook heeft geschreven. Bijvoorbeeld over één ding dat je gezien, gehoord, geproefd, aangeraakt, geroken hebt, in het weekend, onderweg naar school, gisteravond, etcetera. De zin verwijst naar een ervaring waarover allerlei details te vertellen zijn. Die details komen omhoog met behulp van vragen die kinderen elkaar stellen.

Ook een onduidelijke of oppervlakkige kindertekst kan zo bevraagd worden. Het onderling stellen van vragen is een manier om elkaar te helpen een tekst duidelijker te krijgen, niet om elkaar te bekritiseren. Het is samen een stukje van het schrijfproces delen. Maar het is ook: communiceren met elkaar, belangstelling hebben voor elkaar.

Kinderen moeten ervaring opbouwen met het op deze manier stellen van vragen aan elkaar. Ze zijn vaak geneigd een vraag aan de leerkracht te stellen in plaats van aan het kind over wiens verhaal het gaat. Soms hebben ze moeite met de vragende vorm. In plaats van een vraag te stellen, geven ze hun mening. 'Dat kan toch helemaal niet, op een dak slapen?' Dat geldt overigens ook wel voor volwassenen, die hun mening in een vraag verpakken: 'en was dat nou leuk, dat kleine jongetje laten struikelen?' Het is de moeite waard om in je groep te oefenen met het stellen van echte vragen, waarmee je informeert naar iets dat je echt wilt weten. Dat heeft niet alleen een goede invloed op een actieve leerhouding bij andere vakken. Je werkt er ook mee aan een sfeer van respect voor wat een ander meemaakt en bedoelt.

In veel taalmethodes wordt 'vragen stellen' kunstmatig geoefend bij het onderdeel spreken/luisteren. Bij taalvorming is het een functionele activiteit binnen de context van het vertellen over ervaringen. Het gaat er daarbij om, de behoefte van de kinderen om met elkaar te communiceren te stimuleren. Als kinderen er meer ervaring mee hebben, kan je ook in groepjes vragen laten stellen naar aanleiding van eigen teksten, met verslag in de grote kring daarna.