Iedereen kan leren schrijven

Kinderen stimuleren tot vertellen

De communicatie tussen kinderen ondersteunen

Ik laat in groep 4 een paar kinderen vertellen over de storm van de afgelopen nacht. Sana vertelt dat haar moeder en broertje zaten te kletsen, maar dat ze toch gewoon geslapen heeft. Shirley wil weten hoe ze dat wist dat haar moeder en broertje zaten te kletsen. Ik herhaal het verstaanbaar voor de hele groep: 'Sana, Shirley wil graag weten hoe je dat wist.' Sana geeft uitleg. Haar verhaal komt er op neer dat ze het in haar slaap hoorde. Ik vraag of Shirley tevreden is met dit antwoord. Shirley denkt lang na en zegt dan ja. Ik vraag of ze nog vragen heeft, maar nee, dat heeft ze niet.

 

In groep 2 zit juf Jeannette zit met haar jongste kleuters in de kring. Het thema is Sesamstraat. Ze begint met de vraag: waar staat bij jou thuis de televisie.. Nadat Ahmed verteld heeft zegt ze: “Nu weten we dat de televisie van Ahmed in de kamer staat, maar weten we nu ook waar die precies in de kamer staat?  Wie wil Ahmed daar een vraag over stellen? Romario steekt zijn vinger op en vraagt: Ahmed, waar staat je televisie in de kamer? Hij krijgt een compliment voor zijn goede vraag, maar Ahmed  vindt het moeilijk om antwoord te geven. De juf helpt een handje: staat de televisie ergens op, staat hij op een kast of op een tafeltje? Ahmeds televisie staat op een kast. `Nu steekt Soumaya haar vinger op en stelt als vraag aan Sefanya: “Staat jouw televisie op een kast?”  Sevanya knikt en Soumaya is tevreden met dat antwoord. De juf geeft haar een complimentje voor haar goede vraag.

Kinderen praten buiten de lessen voortdurend met elkaar, en vaak moeten ze tot stilte gemaand worden om met een les te kunnen beginnen. Gek genoeg is het veel moeilijker om ze binnen een les of in de kring dan weer echt met elkaar aan het praten te krijgen. Een bekende doelstelling van kringgesprekken: praten met elkaar en niet alleen met de leerkracht, is nog niet zo eenvoudig te bereiken. Het is nodig de communicatie tussen de kinderen concreet te begeleiden.

Intrinsieke motivatie is hierbij belangrijk. Verplicht ergens over praten met iemand gaat minder makkelijk dan praten omdat de behoefte daartoe bij jezelf (intrinsiek) opkomt. In taalrondes die goed lopen zien we dat laatste heel vaak gebeuren. Kinderen zijn dan zo geïnteresseerd in wat een ander vertelt, of willen zo graag zelf iets vertellen, dat ze ook in de kring met elkaar in gesprek gaan. Het begint dus met een onderwerp dat ze interessant vinden.

Maar behalve het onderwerp, zijn ook de communicatievaardigheden van kinderen van belang. Goede vragen stellen, goed luisteren, verstaanbaar zijn voor een ander, het woord durven nemen, durven zeggen dat je iets niet snapt, niet meteen je eigen verhaal door dat van een ander heen gaan vertellen, niet afkatten. Aan zulke vaardigheden kan je met elke groep op elk moment dat communicatie belangrijk is werken. Je doet voor, stimuleert en benoemt. Je kunt regelmatig met kinderen bespreken hoe het luisteren en vragen stellen gaat en hoe de communicatie binnen een groep verbetert.