Kinderen stimuleren tot vertellen
- Blokkades tijdens taalrondes
- Communicatie ondersteunen
- Hoe je een vraag stelt maakt uit
- Waarom-vragen zijn moeilijk
- Doorvragen op het vertelde
- Helpen inzoomen op details
- Het spoor volgen
- Leren luisteren
- Preciezer leren verwoorden
- Goede vragen leren stellen
- Tot denken zetten
- Hardop denken in een groep
- Feiten/meningen in taalrondes
- Tweetalgesprekken
- Taalontwikkelende gespreken
Luisteren kan je leren
| Ik zit voor de eerste keer met groep 5 in de kring. Ze maken enorm veel herrie en het duurt een tijd voordat ik ze stil heb. We doen eerst een snel rondje. Iedereen vertelt bij zijn naam een dier dat hij die morgen gezien heeft. Naar de eerste paar kinderen wordt nog geluisterd, maar daarna verslapt de aandacht al snel. Ik herhaal steeds wat een kind zegt om de aandacht erop te vestigen. Ik zeg regelmatig dat er maar één kind aan het woord kan zijn, dat we de kring rondgaan en dat iedereen een beurt krijgt. Heel even is het dan wat stiller, maar dat duurt nooit lang. Tijdens de vertelronde daarna zie je hetzelfde patroon. Ik geef een kind de beurt, de andere kinderen luisteren een paar seconden en beginnen dan weer met elkaar te praten of dwars door de kring heen hun eigen verhaal te schreeuwen. Als ik Bonne een beurt geef gaat ze heel hoog en met lange uithalen praten. Er is geen touw aan haar verhaal vast te knopen. Voordat de les begon hadden kinderen al tegen mij gezegd: oh, Bonne, die is gek. Natuurlijk is Bonne niet gek, maar ze doet nu wel heel gek. Ze gaat er zelfs bij staan om met overdreven gebaren haar verhaal te ondersteunen. De vragen die ik stel om haar bij een gewone ervaring te krijgen hoort ze niet, ze raast maar door. Middenin haar relaas bedank ik haar voor haar verhaal en geef ik een ander kind de beurt. Bonne protesteert, haar verhaal is nog niet af. Ik zeg dat nu een ander kind aan de beurt is. Bonne gaat met een verontwaardigd gezicht zitten, maar houdt tenminste wel haar mond. De meeste andere kinderen doen dat niet. Regelmatig maak ik gebruik van het belletje van de juf. Daarmee krijg ik de kinderen steeds even stil. Als Bonne na een vraag van mij over je huisdier dat doodging haar vinger opsteekt, aarzel ik even. Maar ik vind dat ze een tweede kans moet krijgen. Bonne vertelt een prachtig verhaal over het paard bij haar vader, hoe ze dat dood zag liggen achter de stal. Alle kinderen luisteren ademloos naar haar. Ik vraag wie er nog wat wil vragen aan haar over haar paard. Verschillende vingers gaan omhoog. Bonne geeft op alle vragen rustig antwoord. Ze straalt. Het is tijd om te gaan schrijven. Nu ik gezien heb dat de kinderen best in staat zijn om naar elkaar te luisteren neem ik mij voor om de volgende les daar speciaal aandacht aan te besteden. De tweede les heb ik allerlei gereedschappen en schoonmaakattributen meegenomen. Ik leg ze een voor een midden in de kring. De kinderen reageren betrokken, er vliegen allerlei verhalen heen en weer. Ik laat de kinderen even voluit gaan. Als alle spullen liggen ga ik zitten en zeg ik: 'Okay, luister heel goed. Kijk goed naar alle spullen die hier liggen en bedenk waar jij wel eens iets mee gedaan hebt of waar je iemand iets mee hebt zien doen. Nee, geen vingers en ook niks zeggen, alleen maar kijken en denken.' Ik heb me voorgenomen om de boel heel strak in de hand te houden, dus ik wil geen kik horen. Tot mijn verbazing werkt het. Ik vertel op zachte toon wat we zo meteen gaan doen: 'Je pakt een voorwerp, je gaat zitten op je plaats, je zegt je naam en je vertelt wat je wel eens met dat voorwerp gedaan hebt of iemand mee hebt zien doen.' Meteen steken een paar kinderen hun vinger op. Ik zeg dat we de kring rond gaan en dat alle kinderen aan de beurt komen. Alle vingers kunnen dus naar beneden. Het rondje gaat veel beter dan de eerste les. Het is elke keer spannend om te zien welk voorwerp er gepakt zal worden. Zodra er kinderen met elkaar beginnen te praten zeg ik dat alleen degene met een voorwerp in zijn hand mag praten. Dat maakt het voor de kinderen makkelijker om zich aan de afspraak te houden. In de vertelkring na deze ronde vraag ik na elke vertelbeurt wie er nog wat wil vragen aan het kind dat vertelde. De eerste paar keer blijken de kinderen die hun vinger opsteken zelf te willen vertellen, maar ik stel de regel in dat er eerst vragen gesteld moeten worden voordat een volgend kind mag vertellen. Na een paar keer krijgen de kinderen door wat ik bedoel en gaat het vragen stellen aan elkaar steeds natuurlijker en makkelijker. Elke keer als ik een kind een beurt geef zeg ik tegen de anderen: 'Luister goed want anders weet je zo meteen niet wat je kan vragen.' Ik merk dat de kinderen daardoor met meer aandacht luisteren. Ik herken de kinderen van de vorige les niet terug. |
Naar elkaar kunnen luisteren is misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor een productieve taalronde. Er zijn groepen waarin dat een structureel probleem is. Het is er nooit stil, behalve als de leerkracht razend wordt - en dan is de sfeer ook meteen verpest. Verhalen van kinderen komen nooit verder dan twee zinnen - dan praat er alweer iemand doorheen. Zulke groepen zijn vaak te groot, of ze bevatten groepjes onrustige kinderen, of er spelen grote onderlinge conflicten die niet worden opgelost.
Als je in zo'n groep met taalrondes wilt werken, zal je gericht iets aan het luisteren moeten doen. Kinderen hebben zelf vaak ook last van de onrust. Stug doorgaan met vertelrondes op het rijtje af is in zo'n groep niet zinvol. Hoe kan je werken aan beter luisteren? Enkele tips:
- Zoeken naar onderwerpen waar veel kinderen zich echt bij betrokken voelen. Die vind je het beste door veel tussendoor met ze te praten.
- Een heel strikte vorm bedenken voor de vertelbeurten, die goed uitleggen en eraan vasthouden. Bijvoorbeeld: vijf kinderen mogen nu vertellen, ze vertellen pas als iedereen stil is, daarna mogen twee kinderen een vraag stellen, en dan stoppen we.
- Vertelbeurten zichtbaar maken, door een beurt te koppelen aan het pakken van een voorwerp, het vasthouden van een gekleurd blokje, je hand op je knie leggen, een lijstje namen op het bord schrijven.
- Het vertellen steeds stilleggen als er niet geluisterd wordt en benoemen wat er gebeurt voor je verdergaat.
- Steeds als de aandacht van kinderen voor elkaar wegvalt, zelf vertellen over een ervaring, of iets anders inbrengen waar meteen veel aandacht voor is, zoals het laten zien van een voorwerp of plaat.
- Het probleem aan de kinderen voorleggen en ze suggesties laten doen voor een oplossing. Duidelijk maken dat je een tijdje gaat werken aan beter luisteren, en dit ook elke keer bespreken.
- Een tijdje elke dag korte vertelkringen houden, waarbij je maximaal vijf kinderen laat vertellen over waar ze maar mee komen, en dan weer uit de kring en aan het werk.
- Taalrondes een tijdje in de gewone tafelopstelling doen met de neuzen naar het bord.
Elke leerkracht zoekt naar strategieën die bij haar of hem passen. Het kan een hele klus zijn om kinderen naar wie bijna nooit geluisterd wordt, zelf aan het luisteren te krijgen, en om een onveilige sfeer om te vormen tot een veilige. Ook al bereik je niet helemaal wat je wilde - het staat vast dat het zinvol is om eraan te werken.