Hoofdstuk 4
Horen en luisteren
Er is een verschil tussen horen en luisteren. Wat is ‘goed luisteren’ en hoe weet je dat iemand 'goed’ geluisterd heeft? Waarom zouden mensen er soms niet in slagen om ‘goed’ te luisteren?
Horen heeft te maken met de geluiden die in het oor binnenkomen. Soms heb je tijdelijk een verminderd gehoor (bijvoorbeeld bij een verkoudheid), maar er zijn ook mensen met een permanente gehoorbeperking.
Luisteren is het verwerken van de geluiden die we waarnemen. Spraakklanken zijn ook geluiden. Door goed te luisteren, leren kinderen taal. Goed luisteren kun je leren. Je hebt er concentratie en een goed geheugen voor nodig.
Als je eenmaal goed kunt spreken en luisteren, dan luister je met een ander doel dan taal leren. Je luistert dan met een communicatief doel, een conceptualiserend doel of een expressief doel. Met name in gesprekken met een communicatief doel gaat het ‘goed’ luisteren nogal eens mis. We noemen verschillende redenen waarom mensen er soms niet in slagen goed te luisteren. Soms:
- hebben mensen duidelijke verwachtingen van de ander waardoor ze alleen maar horen wat ze graag willen horen;
- staan mensen niet echt open om te luisteren wat de ander zegt;
- zijn mensen niet echt geïnteresseerd in de ander;
- ontbreekt het aan geduld om te zitten en luisteren;
- denkt iemand dat hij beter is dan de ander en daarom dus gelijk heeft;
- hebben mensen hun antwoord al klaar voordat de ander uitgesproken is;
- zijn mensen gehaast en nemen ze niet even de tijd om te luisteren naar de ander;
- voelen mensen zich ongemakkelijk bij wat de ander zegt.